Samenvatting
Inhoudsopgave
1. Deel 1 – Inleiding en wetgevingskader
2. Deel 2 – Conceptual Framework en kwalitatieve kenmerken
3. Deel 3 – Elementen van de jaarrekening
4. Deel 4 – Waarderingsgrondslagen
5. Deel 5 – Opbrengstverantwoording (RJ 270 & IFRS 15)
6. Deel 6 – Onderhanden projecten en werken
7. Deel 7 – Kasstroomoverzicht
8. Deel 8 – Immateriële vaste activa en goodwill
9. Deel 9 – Financiële vaste activa en deelnemingen
10. Deel 10 – Financiële instrumenten (IFRS 9)
11. Deel 11 – Hedge accounting
12. Deel 12 – Leasing (RJ 292 & IFRS 16)
13. Deel 13 – Voorzieningen en off-balance
14. Deel 14 – Belastingen (RJ 272 & IAS 12)
15. Deel 15 – Personeelsbeloningen en pensioenen
16. Deel 16 – Totaalresultaat en eigen vermogen
17. Deel 17 – Consolidatie en groepsjaarrekening
18. Deel 18 – Duurzaamheidsverslaggeving (CSRD & EU Taxonomie)
,1. Inleiding Externe Verslaggeving
Externe verslaggeving heeft betrekking op het verstrekken van financiële informatie
door ondernemingen aan externe belanghebbenden, zoals aandeelhouders,
kredietverstrekkers, toezichthouders en andere stakeholders. Deze informatie stelt
gebruikers in staat om economische beslissingen te nemen en het gevoerde beleid
van het bestuur te beoordelen.
De kern van externe verslaggeving is de jaarrekening, waarin het vermogen, het
resultaat en – voor zover relevant – de liquiditeit en solvabiliteit van een onderneming
inzichtelijk worden gemaakt. De jaarrekening vervult daarmee zowel een
informatiefunctie als een verantwoordingsfunctie.
2. Wettelijk kader van de jaarrekening
2.1 Titel 9 Boek 2 Burgerlijk Wetboek
In Nederland is de externe verslaggeving primair geregeld in Titel 9 Boek 2 BW.
Deze regelgeving is van toepassing op onder meer naamloze vennootschappen,
besloten vennootschappen, coöperaties en commerciële stichtingen en verenigingen.
Het bestuur van een rechtspersoon is verantwoordelijk voor:
het opstellen van een enkelvoudige jaarrekening;
het opstellen van een geconsolideerde jaarrekening, indien sprake is van
een groep.
De jaarrekening moet:
binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar worden opgesteld
(verlengbaar met vijf maanden);
worden vastgesteld door de algemene vergadering;
worden ondertekend door bestuurders en commissarissen;
uiterlijk dertien maanden na balansdatum worden gedeponeerd bij het
handelsregister.
Voor middelgrote en grote rechtspersonen geldt een controleplicht door een
externe accountant.
2.2 Inhoud van de jaarrekening
Volgens de wet bestaat de jaarrekening minimaal uit:
1. de balans;
2. de winst- en verliesrekening;
, 3. de toelichting.
In bepaalde gevallen maakt ook een kasstroomoverzicht deel uit van de
jaarrekening, met name bij toepassing van IFRS of bij grotere rechtspersonen op
basis van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving.
3. Richtlijnen en internationale standaarden
3.1 Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ)
De Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving geven een nadere invulling aan de
wettelijke bepalingen uit Titel 9 Boek 2 BW. De RJ bevat uitgewerkte richtlijnen voor
waardering, resultaatbepaling, presentatie en toelichting.
Kenmerken van de RJ:
gebaseerd op het inzichtvereiste;
toepassing is in beginsel niet verplicht, maar afwijkingen moeten worden
toegelicht;
sluit aan bij de Nederlandse verslaggevingspraktijk.
3.2 International Financial Reporting Standards (IFRS)
De IFRS worden opgesteld door de International Accounting Standards Board
(IASB) en zijn verplicht voor beursgenoteerde ondernemingen binnen de Europese
Unie bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening.
Belangrijke kenmerken van IFRS:
internationaal georiënteerd;
sterk gericht op kapitaalmarkten;
meer nadruk op economische realiteit dan op juridische vorm;
toepassing vereist integrale naleving van alle standaarden.
Niet-beursgenoteerde ondernemingen mogen IFRS vrijwillig toepassen, mits dit
volledig en consequent gebeurt.
3.3 IFRS versus RJ: hoofdlijnen
Belangrijke verschillen tussen IFRS en RJ zijn onder meer:
IFRS heeft een wettelijke basis via EU-verordeningen; RJ niet.
IFRS is primair gericht op de geconsolideerde jaarrekening.
, IFRS kent een sterkere nadruk op fair value.
RJ biedt meer ruimte voor nationale wetgeving en kapitaalbescherming.
4. Conceptual Framework (IFRS) en Stramien (RJ)
4.1 Functie en betekenis
Zowel het Conceptual Framework van de IASB (IFRS) als het Stramien van de
Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ) vormen het theoretische fundament van
de externe verslaggeving. Deze kaders bevatten geen concrete
verslaggevingsregels, maar geven de onderliggende uitgangspunten weer waarop
standaarden en richtlijnen zijn gebaseerd.
De belangrijkste functies van het Conceptual Framework en het Stramien zijn:
het ondersteunen bij het ontwikkelen en interpreteren van
verslaggevingsregels;
het bieden van houvast bij verslaggevingsvraagstukken waarvoor geen
specifieke standaard bestaat;
het ondersteunen van oordeelsvorming door bestuurders, accountants en
gebruikers;
het bevorderen van consistentie en vergelijkbaarheid in de verslaggeving.
4.2 Doel van de jaarrekening
IFRS – Conceptual Framework
Het doel van de jaarrekening volgens IFRS is het verschaffen van financiële
informatie over de verslaggevende entiteit die nuttig is voor gebruikers bij het
nemen van economische beslissingen. De primaire gebruikers zijn bestaande en
potentiële beleggers, kredietverstrekkers en andere verschaffers van kapitaal.
De focus ligt op informatie over:
de financiële positie;
de financiële prestaties;
de kasstromen van de onderneming.
RJ en Nederlandse wetgeving
Volgens Titel 9 Boek 2 BW moet de jaarrekening een zodanig inzicht geven dat een
verantwoord oordeel kan worden gevormd over:
het vermogen;
het resultaat;