Inhoud
Inhoud 1
Hoorcollege 1: Inleiding 2
Hoorcollege 2: Structurele relaties 4
Hoorcollege 3: X-bar, projecties, theta theorie 7
Hoorcollege 4: Zinsstructuur 11
Hoorcollege 5: Verplaatsing I 16
Hoorcollege 6: Verplaatsing II 19
Extra Uitleg 25
,Hoorcollege 1: Inleiding
Syntaxis: Een systeem van taalregels.
Stelt de vragen: hoe worden woorden gecombineerd tot grotere gehelen? En wat zijn de
relaties tussen woorden in deze grotere gehelen?
● Is Hiërarchisch, niet lineair.
● Geeft de regels voor welgevormde woordgroepen.
● We zien dat in verschillende talen dezelfde fenomenen beregeld zijn. We zien echter
ook dat de specifieke beregeling per taal verschillend is. Zelfs binnen een taal kan de
beregeling verschillen.
Ongrammaticaal: zinnen die niet aan syntactische regels voldoen.
Ongrammaticaliteit wordt aangeduid met een ‘*’
Semantische slecht gevormdheid: zinnen die grammaticaal kloppen maar qua betekenis
niet goed te begrijpen zijn.
Semantische slecht gevormdheid wordt aangegeven mete en ‘#’.
Wetenschappelijke methode: De wetenschappelijke methode doorloopt deze stappen:
1. Verzamel en observeer data
2. Maak generalizaties
3. Ontwikkel hypotheses
4. Repeat
Ockhams scheermes (principle of parsimony): de stelling dat wanneer er verschillende
hypotheses zijn die een verschijnsel in gelijke mate kunnen verklaren, die hypothese
gekozen moet worden die de minste aannames bevat en het kleinste aantal entiteiten
veronderstelt.
Recursiviteit: woordgroepen kunnen worden ingebed in andere woordgroepen (van
hetzelfde type).
Hierdoor is het onmogelijk om de syntaxis van een taal te beschrijven door alle
zinnen op te sommen.
In het boek wordt syntactische theorie ontwikkeld met de volgende kenmerken:
● De syntactische structuur is hiërarchisch, niet lineair, met binaire vertakkingen.
● Deze structuur kan zichtbaar gemaakt worden d.m.v. boomstructuren.
● Elementen kunnen zich verplaatsen in deze structuur (hun beginpositie is niet
noodzakelijk hun eindpositie).
● De oppervlaktestructuur is niet altijd gelijk aan de onderliggende structuur (‘lege
elementen’).
● Er is (beperkte) variatie tussen talen.
Grammaticaliteit en acceptabiliteit zijn verschillende noties:
Competence (taal van ideale vorm zonder enige interferentie) vs performance (taal in het
gebruik onder de invloed van externe factoren).
Er kan interferentie zijn van factoren van buiten het ‘echte’ taalsysteem.
, We willen een model bouwen van de competence.
Autonomie van de syntaxis: De syntaxis staat los van andere aspecten van taal.
Grammaticaliteit is onafhankelijk van betekenis en frequentie. → Colourless green ideas
sleep furiously.
Grammatica Model: ook wel omgekeerde-y model genoemd.
Post-syntactische interfaces:
● Articulatorisch-perceptuele systeem (A-P): dat ervoor zorgt dat zinnen kunnen
worden uitgesproken en verstaan: Phonetic Form (PF).
● Conceptueel-intentionele systeem (C-I) dat ervoor zorgt dat we in een zin
betekenis kunnen uitdrukken en uit een zin betekenis kunnen ophalen: Logical Form
(LF).
Structuur:
● De syntactische structuur is hiërarchisch.
● Syntactische regels zijn structuurafhankelijk.