Membraantransport
WC 05 Membraantransport
Waarom zijn er membranen?
ze scheiden cytoplasma met het externe milieu
ze scheiden interne milieu van het cytoplasma
opbouwen van pH-gradiënt (energie)
opbouwen redox potentiaal (energie)
beschermen tegen toxische stoffen → bijvoorbeeld antibiotica
doorgeven van signalen → van binnen en naar buiten
Wat is een membraan?
= dunne laag van lipiden met eiwitten
Lipiden → met de rode koppen en oranje staarten.
↳ hier tussen zitten eiwitten zodat de lipiden elkaar goed kunnen
vinden
= een soort vloeibare matrix, drijven een soort
Lipiden bilaag:
5% lipiden en 50% eiwitten
1 µm² bestaat uit 1.000.000 lipiden moleculen
1 eukaryote cell bestaat uit 1.000.000.000 lipide moleculen
→ bestaat uit fosfolipiden = hydrofiele kop en hydrofobe staart → 2 vetzuur keten : 1) gaat recht naar beneden
2) zit een knik in
Opbouw van fosfolipiden:
Kopgroep = zijn vaak aminozuren, zijn goed oplosbaar in
water
Fosfaat = negatief geladen, schakelpunt tussen de choline
en glycerol, is goed oplosbaar in water omdat het een
negatieve lading heeft
Glycerol = schakelpunt tussen de hydrofiele kop en
hydrofobe staart
2 vetzuurstaarten = 1 recht en 1 met de knik CIS dubbelde
binding (onverzadigde vet)
Verschillende kopgroepen:
Membraantransport 1
, Waarom zou je verschillende hebben/willen:
De bilaag is a-symmetrisch → wat er in
het cytosol zit is anders dan wat een in de
extracellulaire ruimte zit
↳ in het cytosol zitten veel negatieve geladen
deeltjes → nu kunnen dus veel positief
geladen deeltjes aangetrokken worden
In de cellulaire kant zitten veel
suikergroepen → kan je zien wat voor een
cel het is
Vorming en desintegratie van de membranen:
Hoe ontstaat de vorming van de bilaag?
watermolecuul = zuurstof is negatief en water is positief → de ene aan de ene kant en de andere aan de
andere kant
aceton = zuurstof is negatief en de andere positief → deze 2 trekken elkaar dus sterk aan
↳ ze heffen elkaar op waardoor de spanning weg valt
Maar wanneer je 2 methyl-propaan bij water doet:
watermolecuul wilt verbinden maken
2 methyl-propaan = neutraal geladen → dus ze mengen niet samen → ze stoten elkaar af → 2 methyl-
propaan gaat op het water liggen
Vorming:
Micell → lipiden met 1 staart → starten zijn hydrofoob en
gaan naar elkaar toe → drukken de watermoleculen weg
Fosfolipiden → 2 staarten hierdoor is het cilindrisch
Wanneer een bilaag erg lang wordt, zoeken de 2 uiteinde
elkaar op → spontaan proces = geen energie voor nodig
Amfipatisch = een fosfolipiden die een hydrofiele een
hydrofobe kant heeft (soort die en hydrofoob is en hydrofiel)
Membraantransport 2
WC 05 Membraantransport
Waarom zijn er membranen?
ze scheiden cytoplasma met het externe milieu
ze scheiden interne milieu van het cytoplasma
opbouwen van pH-gradiënt (energie)
opbouwen redox potentiaal (energie)
beschermen tegen toxische stoffen → bijvoorbeeld antibiotica
doorgeven van signalen → van binnen en naar buiten
Wat is een membraan?
= dunne laag van lipiden met eiwitten
Lipiden → met de rode koppen en oranje staarten.
↳ hier tussen zitten eiwitten zodat de lipiden elkaar goed kunnen
vinden
= een soort vloeibare matrix, drijven een soort
Lipiden bilaag:
5% lipiden en 50% eiwitten
1 µm² bestaat uit 1.000.000 lipiden moleculen
1 eukaryote cell bestaat uit 1.000.000.000 lipide moleculen
→ bestaat uit fosfolipiden = hydrofiele kop en hydrofobe staart → 2 vetzuur keten : 1) gaat recht naar beneden
2) zit een knik in
Opbouw van fosfolipiden:
Kopgroep = zijn vaak aminozuren, zijn goed oplosbaar in
water
Fosfaat = negatief geladen, schakelpunt tussen de choline
en glycerol, is goed oplosbaar in water omdat het een
negatieve lading heeft
Glycerol = schakelpunt tussen de hydrofiele kop en
hydrofobe staart
2 vetzuurstaarten = 1 recht en 1 met de knik CIS dubbelde
binding (onverzadigde vet)
Verschillende kopgroepen:
Membraantransport 1
, Waarom zou je verschillende hebben/willen:
De bilaag is a-symmetrisch → wat er in
het cytosol zit is anders dan wat een in de
extracellulaire ruimte zit
↳ in het cytosol zitten veel negatieve geladen
deeltjes → nu kunnen dus veel positief
geladen deeltjes aangetrokken worden
In de cellulaire kant zitten veel
suikergroepen → kan je zien wat voor een
cel het is
Vorming en desintegratie van de membranen:
Hoe ontstaat de vorming van de bilaag?
watermolecuul = zuurstof is negatief en water is positief → de ene aan de ene kant en de andere aan de
andere kant
aceton = zuurstof is negatief en de andere positief → deze 2 trekken elkaar dus sterk aan
↳ ze heffen elkaar op waardoor de spanning weg valt
Maar wanneer je 2 methyl-propaan bij water doet:
watermolecuul wilt verbinden maken
2 methyl-propaan = neutraal geladen → dus ze mengen niet samen → ze stoten elkaar af → 2 methyl-
propaan gaat op het water liggen
Vorming:
Micell → lipiden met 1 staart → starten zijn hydrofoob en
gaan naar elkaar toe → drukken de watermoleculen weg
Fosfolipiden → 2 staarten hierdoor is het cilindrisch
Wanneer een bilaag erg lang wordt, zoeken de 2 uiteinde
elkaar op → spontaan proces = geen energie voor nodig
Amfipatisch = een fosfolipiden die een hydrofiele een
hydrofobe kant heeft (soort die en hydrofoob is en hydrofiel)
Membraantransport 2