Signaaltransductie en apoptose
Signaaltransductie
= een reeks van verschillende moleculen en eiwitten die zorgen dat
het signaal uiteindelijk bedoelde effecten tewerkstelt
Voorbeeld → na het binden van een groeifactor aan de buitenkant
van een cel, wordt het signaal doorgegeven. Van de genen die
coderen voor celgroei gerelateerde processen wordt mRNA
afgeschreven en worden eiwitten gemaakt, waarna de cel kan
gaan delen
↳ bij signaaltransductie zijn vaak fosforylering eiwitten (kinases)
en second messengers betrokken
Waarom zijn signaal pathways opgebouwd uit veel verschillende stappen? En wat is het voordeel hiervan?
Doordat er meerdere stappen zijn kan het signaal gemoduleerd worden en gecoördineerd. Er is dus meer
kans om het signaal te reguleren en te integreren met andere signalen
Wat doet een kinase? → Het zet een fosfaat van een ATP op een eiwit, het ATP wordt hierdoor een ADP
Wat doe een fosfatase → Enzym dat een fosfaatgroep van een eiwit afhaalt
Second messenger
First messenger = moleculen die aan een receptor (ligand)
binden
↳ bijvoorbeeld → G-eiwit, phopholipase C, kinases, ATP en
GTP
Second messenger = geven het signaal door maar zijn GEEN
eiwit → zijn vaak wateroplosbare moleculen (zoals ionen)
↳ bijvoorbeeld → - Cylische AMP (cAMP)
- CA2+
- IP2
- DAG
- Cylische GMP (cGMP)
cAMP
= cAMP staat voor cyclisch Adenosine Mono Phosphaat. Het wordt in je cel gemaakt van ATP. Adenyl cyclase
haalt twee fosfaten weg van ATP waardoor er AMP overblijft. De losse fosfaat wordt aan twee plekken op de
ribose vastgemaakt waardoor een cyclische structuur ontstaat.
cGMP
= cGMP werkt hetzelfde cAMP. De basis hiervan is geen ATP of Adenosine maar een GTP/Guanine.
IP3
Signaaltransductie en apoptose 1
, = IP3 staat voor inositol trifosfateen. Het is een molecuul met drie fosfaten en is hydrofiel en kan zich dus vrij
verplaatsen door het cytosol.
DAG
= DAG staat voor diacylglycerol, en is een lipofiel molecuul dat verankerd zit in het celmembraan. Deze twee
second messengers komen vaak samen voor in een signaleringspathway, zoals in afbeelding 9.14. Ze worden
gevormd uit PIP2. Fosfolipase C knipt IP3 los van DAG. DAG blijft achter in het celmembraan en IP3 kan zich vrij
bewegen in het cytosol.
Ca2+
= Ca2+ is een belangrijke second messenger. In het cytosol is de concentratie Ca2+ laag doordat het constant
weggepompt wordt. Het eindigt dan buiten de cel of in het ER (figuur 9.13). Op het ER zitten ionkanalen die na
binding van IP3 het Ca2+ kunnen loslaten in het cytosol. Soms wordt Ca2+ ook wel een third messenger
genoemd, omdat het door een IP3 wordt aangestuurd.
Ca2+ stuurt op zijn beurt weer andere moleculen aan zoals het eiwit calmodulin, wat een transcriptiefactor is die
actief wordt als er Ca2+ aan bindt. Deze zorgt dan voor transcriptie van bepaalde genen.
Second messenger in pathways
1. Fosfolipase C pathway → kan ook door RTK geactiveerd worden
2. Adenyl cyclase pathway
↳ beide worden vaak door G-protein geactiveerd
Opdracht uit brightspace
Signaaltransductie en apoptose 2
Signaaltransductie
= een reeks van verschillende moleculen en eiwitten die zorgen dat
het signaal uiteindelijk bedoelde effecten tewerkstelt
Voorbeeld → na het binden van een groeifactor aan de buitenkant
van een cel, wordt het signaal doorgegeven. Van de genen die
coderen voor celgroei gerelateerde processen wordt mRNA
afgeschreven en worden eiwitten gemaakt, waarna de cel kan
gaan delen
↳ bij signaaltransductie zijn vaak fosforylering eiwitten (kinases)
en second messengers betrokken
Waarom zijn signaal pathways opgebouwd uit veel verschillende stappen? En wat is het voordeel hiervan?
Doordat er meerdere stappen zijn kan het signaal gemoduleerd worden en gecoördineerd. Er is dus meer
kans om het signaal te reguleren en te integreren met andere signalen
Wat doet een kinase? → Het zet een fosfaat van een ATP op een eiwit, het ATP wordt hierdoor een ADP
Wat doe een fosfatase → Enzym dat een fosfaatgroep van een eiwit afhaalt
Second messenger
First messenger = moleculen die aan een receptor (ligand)
binden
↳ bijvoorbeeld → G-eiwit, phopholipase C, kinases, ATP en
GTP
Second messenger = geven het signaal door maar zijn GEEN
eiwit → zijn vaak wateroplosbare moleculen (zoals ionen)
↳ bijvoorbeeld → - Cylische AMP (cAMP)
- CA2+
- IP2
- DAG
- Cylische GMP (cGMP)
cAMP
= cAMP staat voor cyclisch Adenosine Mono Phosphaat. Het wordt in je cel gemaakt van ATP. Adenyl cyclase
haalt twee fosfaten weg van ATP waardoor er AMP overblijft. De losse fosfaat wordt aan twee plekken op de
ribose vastgemaakt waardoor een cyclische structuur ontstaat.
cGMP
= cGMP werkt hetzelfde cAMP. De basis hiervan is geen ATP of Adenosine maar een GTP/Guanine.
IP3
Signaaltransductie en apoptose 1
, = IP3 staat voor inositol trifosfateen. Het is een molecuul met drie fosfaten en is hydrofiel en kan zich dus vrij
verplaatsen door het cytosol.
DAG
= DAG staat voor diacylglycerol, en is een lipofiel molecuul dat verankerd zit in het celmembraan. Deze twee
second messengers komen vaak samen voor in een signaleringspathway, zoals in afbeelding 9.14. Ze worden
gevormd uit PIP2. Fosfolipase C knipt IP3 los van DAG. DAG blijft achter in het celmembraan en IP3 kan zich vrij
bewegen in het cytosol.
Ca2+
= Ca2+ is een belangrijke second messenger. In het cytosol is de concentratie Ca2+ laag doordat het constant
weggepompt wordt. Het eindigt dan buiten de cel of in het ER (figuur 9.13). Op het ER zitten ionkanalen die na
binding van IP3 het Ca2+ kunnen loslaten in het cytosol. Soms wordt Ca2+ ook wel een third messenger
genoemd, omdat het door een IP3 wordt aangestuurd.
Ca2+ stuurt op zijn beurt weer andere moleculen aan zoals het eiwit calmodulin, wat een transcriptiefactor is die
actief wordt als er Ca2+ aan bindt. Deze zorgt dan voor transcriptie van bepaalde genen.
Second messenger in pathways
1. Fosfolipase C pathway → kan ook door RTK geactiveerd worden
2. Adenyl cyclase pathway
↳ beide worden vaak door G-protein geactiveerd
Opdracht uit brightspace
Signaaltransductie en apoptose 2