Jaar 1 en 2
MARIT KLEPKE
0942932
LOG JAAR 3
,Inhoud
Jaar 1......................................................................................................................................................1
Wat is stotteren?................................................................................................................................1
Welke soorten stotteren zijn er?........................................................................................................2
Uitlokkende, versterkende en in stad houdende factoren.....................................................................2
modellen................................................................................................................................................3
1. ijsberg model..................................................................................................................................3
2. viercomponentenmodel Stournaras (Erasmus)..............................................................................3
3. Klinisch werkmodel stotteren (A. Bertens).....................................................................................4
4. Verwachtingen en mogelijkheden model.......................................................................................4
Herstel van stotteren bij jonge, stotterende kinderen............................................................................5
Jaar 2......................................................................................................................................................5
Aanbevelingen........................................................................................................................................5
Gemengde diagnose: en nu?..............................................................................................................8
8-puntschaal van Yairi& Ambrose.......................................................................................................9
Behandelprogramma’s & aanpakken voor de verschillende doelgroepen.........................................9
Stuttering Modification Therapy (MIDVAS)......................................................................................10
3 fases...................................................................................................................................................11
Fluency Shaping Therapy (FST).............................................................................................................12
Geïntegreerde benadering (Guitar)..................................................................................................12
Lidcombe..............................................................................................................................................16
Cognitieve gedragstherapie..................................................................................................................17
Broddelen.............................................................................................................................................18
Therapie motorisch broddelen.........................................................................................................20
Therapie voor Linguïstisch broddelen...................................................................................................20
Jaar 1
Wat is stotteren?
- Stotteren is een Multi causale stoornis, een neuromusculaire coördinatie-timingsprobleem.
- Genetische aanleg – al dan niet erfelijk (65% erfelijk versus 35% niet erfelijk).
- Invloeden in de ontwikkelings- en omgevingsfactoren – uitlokkers.
1
, - Diverse leerstrategieën (operant conditionering) die als in stand houdende en versterkende factoren
gaan fungeren.
- Temperament – moeilijk wisselen van activiteiten, hoge gevoeligheid, perfectionistisch en moeite met
emoties reguleren.
- Types: Blokkades, herhalingen, onzichtbaar stotteren en verlengingen.
- Secundair stottergedrag: vermijden
- temperament, ijsbergmodel.
- Definitie= neuromusculair timing en coördinatie stoornis. Hoe de spieren alles aansturen. De
hersenen sturen net te laat of te vroeg de spieren aan. De hersenen hebben dit eerder door en
sturen correcties waardoor je kan gaan stotteren.
- Oorzaak: Nog niet volledig bekend.
- Multi causaal Er speelt niet 1 specifieke oorzaak mee.
- Omgevingsfactoren veel snelheid, enthousiasme, bijv. een verjaardag of sinterklaas, een
presentatie geven, vreemde mensen ontmoeten.
- Ontwikkelingsfactoren temperament, hoe ontwikkelt iemand zich, is iemand gevoelig, snel van
je apprepo. Kinderen die sneller van streek zijn, kunnen meer stotters uitlokken.
- Spraak taal ontwikkeling kind later gaan praten? fonologische ontwikkeling, dit kan
samengaan.
- Hoe reageert iemand op zijn eigen stotteren? Worden spreeksituaties spannender.
- Leer strategieën uit de omgeving praat maar rustig, doe dat maar niet.
- Moeite met emoties reguleren hogere emotie dan kind met lager temperament. Ook als kind
sneller boos is of van streek kunnen die emoties hoger opbouwen. Dit kan meer stotters
uitlokken.
Welke soorten stotteren zijn er?
Zichtbare stotters:
- Herhaling: klankherhaling a-a-anouk,
sylabe/greepherhaling man-man-mandy,
woordherhaling amy-amy-amy (of soms zelfs delen van zinnen)
- Verlening: aaaamy, heeeeeleen
- Blokkade: d-…-daphne (blokkeren bij 1 letter, je valt stil)
Onzichtbare stotters:
- Vermijding -of vlucht/uitstel gedrag: iemand die het niet wilt laten merken, ze gaan een synoniem
bedenken of een object beschrijven; ik ga naar … (school), je weet wel dat ding/gebouw waar
iedereen heen gaat.
Primair stottergedrag secundair stottergedrag
Herhalingen vechten (blokkade)
Verlengingen vluchten (andere woorden gebruiken
of niks zeggen. Ook situaties
vermijden)
Bevriezen
Uitlokkende, versterkende en in stad houdende factoren
Uitlokkende factoren:
1. Disblans verwachtingen/mogelijkheden. op het moment dat een kind een bepaald spreektempo
hebben ontwikkeld en ouders spreken sneller, dan komt er een disbalans van wat ouders verwachten
en wat het kind kan.
2. Gedachten/gevoelens. sinterklaas, blijheid etc.
3. Situaties.
2