Pedagogische Ethiek
Hoorcolleges
Tara van der Sar
Inhoudsopgave
Hoorcollege 3 – Psychologie en Moraal....................................................1
Hoorcollege 4 – Utilisme...........................................................................7
Hoorcollege 6 – Natural Law Theory.......................................................18
Hoorcollege 7 – Deugdethiek.................................................................33
Hoorcollege 8 – Zorgethiek.....................................................................48
Hoorcollege 9.........................................................................................62
Hoorcollege 10.......................................................................................70
Hoorcollege 11.......................................................................................89
Hoorcollege 12 – Brighthouse & Swift....................................................99
Werkgroep-vragen................................................................................102
1. Waarom kan de deontologie een bevredigendere uitleg geven over
waarom discriminatie slecht is dan het consequentialisme?............102
1. Wat is volgens Arneil het kindbeeld van (oudere) sociaal
contracttheorieën?............................................................................104
Arneil Overzicht....................................................................................107
1. Kun je deze stelling volgens Hand controversieel noemen?.........108
Brighthouse & Swift..............................................................................111
Hoorcollege 3 – Psychologie en Moraal
Dia 1 – De Milgram-experimenten
, 2
Wat zie je?
Het beroemde schokapparaat uit het experiment van Stanley Milgram
(jaren ’60).
Wat was de kernvraag?
Hoe ver zijn gewone mensen bereid te gaan in het toebrengen van schade
aan anderen, als een autoriteit dat van hen vraagt?
Opzet (in simpele stappen)
Deelnemer = “leraar”
Slachtoffer = “leerling” (acteur)
Bij fout antwoord → elektrische schok (15V → 450V)
Onderzoeker zegt dingen als:
o “Please continue”
o “The experiment requires that you continue”
⚠️ De schokken waren nep, maar dat wist de deelnemer niet.
Belangrijk resultaat
±65% ging door tot 450 volt
Niet omdat ze “slecht” waren, maar omdat:
o Autoriteit druk uitoefende
o Verantwoordelijkheid werd verschoven (“ik volg alleen
instructies”)
Morele betekenis
Dit laat zien:
Moreel handelen is niet alleen karakter
Situatie + autoriteit hebben enorme invloed
👉 Dit ondermijnt het idee: “Goede mensen doen altijd het goede.”
Voor tentamen:
Milgram = gehoorzaamheid aan autoriteit + situatie-invloed
Dia 2 – Het Stanford Prison Experiment
Wat zie je?
Studenten als “gevangenen” en “bewakers”.
Opzet
Gewone studenten
Willekeurig verdeeld in:
o Bewakers
o Gevangenen
Nepsituatie, geen echte gevangenis
Wat gebeurde er?
Bewakers werden snel:
o Dominant
o Wreed
o Vernederend
Gevangenen:
o Angstig
o Passief
o Psychisch ontregeld
Experiment na 6 dagen gestopt (gepland: 2 weken)
Cruciale les
Niet persoonlijkheid, maar:
, 3
Rol
Macht
Sociale context
bepalen gedrag.
Morele relevantie
Mensen passen zich extreem snel aan situaties aan
“Ik zou dat nooit doen” is vaak overschatting van jezelf
👉 Belangrijk voor ethiek:
Hoe realistisch is het om van mensen morele perfectie te eisen?
Dia 3 – Wat leert de ervaring ons?
(Beelden van oorlog, groepsdruk, pesten)
Centrale boodschap
Moreel falen is vaak:
situationeel
structureel
niet intentioneel kwaadaardig
Denk aan:
Groepsdruk
Angst om buiten de groep te vallen
Normalisering van geweld
“Iedereen doet het”
Concreet voorbeeld
Pesten op school:
1 pester
20 omstanders
Waarom grijpen ze niet in?
o Angst
o Onzekerheid
o Verantwoordelijkheid verdwijnt
👉 Dit is morele psychologie:
begrijpen waarom mensen doen wat ze doen, niet alleen wat ze zouden
moeten doen.
Dia 4 – Relevantie voor ethische theorieën (1)
P1
Ethische theorieën zeggen:
wat mensen behoren te doen of te zijn
P2
“Ought implies can”
Je kunt iemand alleen iets moreel verplichten als het psychologisch
mogelijk is.
Conclusie
➡️ Ethische theorieën moeten rekening houden met:
Menselijke beperkingen
Psychologie
Situaties
Owen Flanagan
, 4
Principle of Minimal Psychological Realism
Een morele theorie moet:
haalbaar zijn
voor echte mensen
in echte situaties
❌ Geen morele superheld-ethiek
Dia 5 – Relevantie voor ethische theorieën (2)
Psychologisch situationisme
Gedrag wordt sterker bepaald door:
Situatie
Context
Omgeving
dan door:
Karakter
Deugd
Persoonlijkheid
Probleem voor deugdethiek
Deugdethiek zegt:
“Een goed mens handelt goed, omdat hij een goed karakter heeft.”
Maar:
Wat als situaties ons systematisch ondermijnen?
Is morele excellentie dan alleen voor enkelen haalbaar?
👉 Belangrijke examenvraag:
Betekent dit dat deugdethiek fout is?
Of moeten we situaties moreel beter inrichten?
Dia 6 – Implicaties voor ons morele handelen
Twee kernpunten
Als we goed willen handelen:
1. Bewust zijn van situationele invloeden
2. Actief proberen ze tegen te gaan
Voorbeelden
Beslissingen niet onder tijdsdruk nemen
Tegenspraak organiseren
Macht verdelen
Reflectiemomenten inbouwen
👉 Moraal is niet alleen innerlijk, maar ook structureel
Dia 7 – Systeem 1 en Systeem 2 (Kahneman)
Systeem 1
Snel
Automatisch
Emotioneel
Onbewust
Maakt “plaatjes” en verhalen
Systeem 2
Traag
Bewust