Deel 1: Gedrag en afwijkend gedrag
- Je kent de geschiedenis van de psychiatrie
- Je weet wanneer er van een stoornis wordt gesproken
- Je kan de begrippen afwijking en last plaatsen bij probleemgedrag
- Je kan probleemgedrag vanuit verschillende psychologische perspectieven
verklaren
Verschil psychiatrie en psychologie
Psychiatrie is een medisch specialisme dat zich bezighoudt met psychische
ziektebeelden, waarbij hoofdzakelijk wordt gekeken naar lichamelijke processen,
zoals biologische perspectieven. Psychiaters zijn eigenlijk artsen met een
specialisatie, zij mogen dus bijv. medicijnen voorschrijven.
Psychologie bestuurt het gedrag en het innerlijk leven van mensen, met als doel
meer kennis en begrip te krijgen over mentale processen (zoals emoties,
gedachten, behoeftes en motivatie). Psychologen behandelen.
De geschiedenis: stenen tijdperk
Als je psychisch afweek van de norm, gingen ze mensen hun schedel doorboren.
Ze dachten dat in de schedel kwade geesten zaten. Door te boren zouden deze
geesten verdwijnen. Uiteindelijk overleed je op deze manier.
De geschiedenis: Griekse arts Hippocrates
Hij is de vader van de westerse geneeskunde. Hij heeft meer menselijke
bejegening als mensen psychisch gedrag vertonen. Hij vond dat deze klachten
een lichamelijke oorzaak hebben.
De eed van Hippocrates hoort hierbij voor artsen. Dit houdt in dat je je aan de
regels van artsen moet houden. Het is vergelijkbaar met de beroepscode voor
pedagogen.
De geschiedenis: middeleeuwen en dolhuizen
De menselijke bejegening hield geen stand. In deze tijd lag de oorzaak bij een
misverstand in de baarmoeder. Ze zagen deze als een oven, als deze niet goed
werkte, kreeg je psychische aandoeningen. ‘Je lijkt wel een halve gare’.
Je werd niet geholpen en stond er alleen voor. Soms werd je levend verbrand,
want je was een heks. Psychiatrische patiënten hadden minder rechten dan
dieren. Je werd aan de muur verbonden, vermaak voor de rijken en sliep in eigen
uitwerpselen.
Dolhuizen: huizen voor rijken om naar de psychiatrische patiënten te kijken. Dat
is tegenwoordig te vergelijken met de dierentuin of het circus.
De geschiedenis: morele therapie (1800)
,De morele therapie werd ontwikkeld. ‘Ieder mens heeft behoefte aan psychische
bejegening’. Je werd geholpen. Rond 1850 verdween dit weer. Een deel van de
oorzaken hiervan is de dure zorg. De oude psychiatrische instellingen ‘dolhuizen’
kwamen weer terug.
De geschiedenis: 1900 – nu
Het medisch model is leidend: een stoornis bestaat uit een groep kenmerken die
gelijktijdig voorkomen. Het medisch model kijkt erg naar het biologische
verschijnsel, bijv. iets in de hersenen of een missende stof in het lichaam.
Stoornissen worden op 5 verschillende dimensies bekeken:
- Diagnose van stoornis op basis van symptomen
- Verklaring van de symptomen
- Prognose (voorspelling over het verloop van de stoornis)
- Behandeling van stoornis, in het medisch model wordt er voornamelijk
gekeken naar medicijnen
- Preventie: het voorkomen van stoornissen
In dit model zijn psychische stoornissen hersenziekten
Kritiek op medisch model
- Lang niet alle diagnoses hebben een duidelijke (lichamelijke) oorzaak, het
zou ook door externe ervaringen kunnen komen
- Diagnoses zijn gebaseerd op de subjectieve beschrijving door de persoon,
wat de een voor iemand zwaar is kan voor een ander licht zijn
- GGZ-taal en toename van diagnoses problematiseert en vergroot mogelijk
stigma en schaamte, het moeten diagnosticeren en in hokjes plaatsen is
lastig
Wanneer ben je eigenlijk nog normaal?
Wat is een stoornis?
Combinatie van:
- Afwijking van wat normaal wordt gevonden in
o Ontwikkelingsfase
o Context of cultuur van de persoon
- Persoon zelf of omgeving ervaart er last van
Eerst kijken: is er geen medische invloed of gevoelensinvloeden? Dat zijn
problemen van buitenaf wat moet worden opgelost en geen stoornis.
Perspectieven
- Biologisch perspectief genetische afwijking of medische stoornis
- Psychologisch perspectief oorzaak van afwijkend gedrag, bijv.
ervaringen of verkeerd denken, leerervaringen
, - Sociaal-cultureel perspectief wat gebeurt er om iemand heen, bijv.
armoede, racisme, langdurig werkeloosheid
Of bio psychosociaal perspectief
Deel 2: Gedragsprobleem
- Je kent het verschil tussen een gedragsprobleem en een gedragsstoornis
- Je kent het verschil tussen internaliserende en externaliserende
problematiek
- Je weet de invloed op sekse en andere factoren te plaatsen binnen de
gedragsproblematiek
- Je kent de invloed van de omgeving, aanleg en rijping bij de
gedragsproblematiek
Ontwikkeling van het kind
Deze is afhankelijk van aanleg, omgeving en rijping CZS
Aanleg
- Genen: kenmerk hoe jouw lichaam eruit ziet en psychische aandoeningen
- Baarmoederlijke omgeving: deze heeft invloed op de kans op psychische
aandoening
o Pre-, peri- en postnatale invloeden
o Voorbeeld: een jaar voordat je een kind wil krijgen, moet je alvast
beginnen met een gezonder leven, zoals geen alcohol drinken.
Omgeving
- Veel interactie met aanleg
- Omgeving kan bevorderend of juist remmend werken, afhankelijk van het
kind en diens genen
o Voorbeeld: in het gezin is genetische aanleg voor dyslexie. Er wordt
veel leesaanbod geboden, dat kan ervoor zorgen dat de dyslexie
niet of minder tot uiting komt.
Rijping van de hersenen
- Als baby heb je nog weinig gerijpte hersenen. Hoe meer je leert, hoe meer
je hersenstructuren komen
- Op 6 jaar oud is deze rijping het grootst, dan kan je heel veel leren, maar
ook veel onzin aanleren
- Op 14 jaar zie je dan dat de zwakkere verbindingen verdwijnen
, Gedragsprobleem
Stoornis, belemmering of beperking
Beperking
Lichamelijke functie die verstoord is, zoals lopen en horen
Belemmering
Omgevingsfactor die zorgt voor storend gedrag bij een kind
Stoornis
Combinatie van:
- Afwijking van wat normaal wordt gevonden in
o Ontwikkelingsfase
o Context of cultuur van de persoon
- Persoon zelf of omgeving ervaart er last van
- Duur en intensiteit (klachten vaak minimaal … maanden aanwezig en
minimum van … aantal symptomen zie DSM-5)
Stoornis, beperking en belemmering
Hoe ga je om met een kind dat op school niet of nauwelijks praat?
- Omdat het vanwege zijn/haar autisme anderen niet begrijpt stoornis
- Omdat het een spraakgebrek heeft en niet goed kan praten beperking
- Omdat er veel ruzie is thuis door een scheiding en er te weinig aandacht
voor het kind is en het kind niet lekker in zijn/haar vel zit belemmering
Gedragsprobleem vs. stoornis
Gedragsprobleem:
- Regelmatig ongewenst gedrag vertonen dat storend is voor anderen
- Voorbeelden: driftbuien, woedeaanvallen, agressief gedrag, pesten,
delinquent gedrag
Gedragsstoornis:
- Ongewenste gedrag duurt langer dan bijv. 6 maanden EN
- Symptomen in bepaalde combinaties voorkomen (beschreven in DSM-5)
Problematiek
Internaliserend vs. externaliserend
Internaliserend: meestal meisjes, teruggetrokken, angstig gedrag, onvermogen
tot aanpassing, laag testosteron, kans op verwaarlozing