KADERS
1. SLACHTOFFEREMANCIPATIE: EEN KORTE
GESCHIEDENIS
- Verschillende factoren (Groenhuijsen, 2008):
o Toegenomen mondigheid burgers
o Terroristische acties in jaren ‘70 vorige eeuw
o Vrouwenbeweging
o Toename criminaliteit (= belangrijkste!)
GEVOLG er vallen meer slachtoffers, burgers worden
daardoor vaker met slachtoffers geconfronteerd,
waardoor het thema ‘slachtoffer worden’ op de
maatschappelijke agenda kwam
- Er zijn nog veel meer verklaringen!
Let op: De meeste van deze verklaringen hebben een ‘endogeen’
karakter. Dit betekent dat ze niet de primaire oorzaak zijn van de
slachtofferemancipatie. Dat burgers mondiger werden was bijvoorbeeld
ook het gevolg van de opkomst van radio en televisie. Hierdoor kregen
mensen een podium om ongenoegens te uiten en konden ze een groter
publiek bereiken.
- Voorts is ook sprake van endogeniteit wanneer verschillende
verklaringen met elkaar samenhangen. Dat vrouwen voor hun
rechten opkwamen kan bijvoorbeeld te maken hebben met het feit
dat ook andere groepen mondiger werden.
- Ten slotte is ook sprake van endogeniteit wanneer een omgekeerd
verband tussen een verklarende factor en de uitkomst die men
probeert te verklaren niet kan worden uitgesloten. Zo kan niet
worden uitgesloten dat de slachtofferemancipatie ervoor heeft
gezorgd dat meer mensen aangifte zijn gaan doen, met als gevolg
dat de criminaliteitscijfers stegen.
- Tegenover ‘endogene’ factoren staan ‘exogene’ factoren. Dit zijn
factoren die niet door andere factoren worden verklaard. Dit geldt
bijvoorbeeld voor de opkomst van radio en televisie.
Succesvolle slachtofferbeweging
- Kenmerken:
o Geschikte aanleiding
VB terroristische acties in de jaren 70
o Vertolker(-s) met aanzien (‘law of the few’)
VB Tim Hofman met BOOS bij The Voice schandaal
met toegang tot kanalen (media)
o Wetenschappelijke onderbouwing
Onderzoek wat probleem illustreert / in kaart brengt
o Juiste timing en politiek klimaat
Of de ‘tijd rijp is’
o Media-aandacht
, Alleen maar toegenomen, belangrijk om bepaalde
initiatieven succesvol te laten zijn
De genoemde kenmerken moeten niet worden geïnterpreteerd als
limitatieve voorwaarden voor een succesvolle slachtofferbeweging; soms
zijn 1 of 2 kenmerken voldoende om veranderingen ten behoeve van een
groep slachtoffers in gang te zetten. Dé slachtofferbeweging bestaat dus
niet
- Voorbeeld tentamenvraag: Welke van de tijdens het eerste
hoorcollege genoemde kenmerken van een succesvolle
slachtofferbeweging hebben een endogeen karakter? Leg uit
waarom
Zes cases (die relevant zijn voor de cursus)
- WOII
- Vietnam
- De Molukse acties
- Seksueel geweld tegen vrouwen
- Fysieke kindermishandeling
- Sekstoerisme en vrouwenhandel
Bij de emancipatie van deze verschillende categorieën slachtoffers spelen
telkens, in meerdere of mindere mate, één of meer kenmerken van een
succesvolle slachtofferbeweging een rol. Al deze cases zijn, zoals we
zullen zien, relevant voor de cursus Forensische Victimologie.
1. WOII
- Vlak na de oorlog: slachtoffermarginalisatie
Tijdens de Neurenbergprocessen waren geen slachtoffers (van de
Holocaust) als toehoorders aanwezig. Wel werden enkele overlevenden
van de vernietigingskampen als getuigen ondervraagd tijdens de
zittingsdag.
- Uitzondering: Verzetsstrijders
o Al vóór het einde van de Tweede Wereldoorlog bundelden
verschillende verzetsorganisaties de krachten om na de oorlog
erkenning te krijgen. Dit deden zij, zoals je op de foto kunt
lezen, onder de naam ‘Stichting 1940-1944’. Op de foto zie je
een plaquette op het pand aan de Keizersgracht in
Amsterdam, waar de stichting gehuisvest was. Verzetsstrijders
vormden de eerste groep slachtoffers waarvoor de overheid
compensatieregelingen in het leven riep. Zoals we later zullen
zien, zijn deze regelingen vanuit forensisch-victimologisch
perspectief erg interessant.
- Emancipatie begin jaren ‘70
o De Drie van Breda (v.l.n.r. Joseph Kotalla, Franz Fischer en
Ferdinand aus der Fünten)
o Protesten op het Binnenhof naar aanleiding van het
voornemen van minister Van Agt van Justitie om de Drie van
Breda gratie te verlenen
o Jan Bastiaans (voormalig hoogleraar psychiatrie UL en
voorvechter van de erkenning van het KZ-syndroom)
, KZ = Konzentrationslager
Gespecialiseerd in oorlogstrauma (en de verwerking
daarvan)
o Door het voornemen van Van Acht werden (onbedoeld) allerlei
onverwerkte trauma’s bij slachtoffers – die zich tot dat
moment relatief stil hadden gehouden in het publieke debat –
naar boven gebracht. Slachtoffers gingen zich alsnog roeren,
kregen aandacht in de media en vonden in Jan Bastiaans,
psychiater en hoogleraar in Leiden, een medestander met
gezag, die bovendien bereid was voor hun belangen op te
komen. Dit wordt uitgebreid beschreven in het proefschrift van
Bram Enning en het boek Erkenning van Jolande Withuis. De
rol van Bastiaans is een goed voorbeeld van ‘the law of the
few’. Om zijn beweringen over het slachtofferleed kracht bij te
zetten, beriep hij zich bovendien op de resultaten van zijn
eigen wetenschappelijke onderzoek, waarover hij onder andere
rapporteerde in zijn proefschrift Psychosomatische gevolgen
van onderdrukking en verzet (dat, naar de standaarden van
nu, van dubieuze wetenschappelijke kwaliteit is).
- Resultaten slachtofferbeweging
o Hulpverlening slachtoffers WOII
Tot jaren ’70: hulpverlening gericht op praktische
(huisvesting, kleding, voedsel) en medische zorg
Begin jaren ’70: Lobby Bastiaans: Opkomst
psychosociale hulpverlening
VB oprichting Stichting Centrum Post-
concentratiekamp Syndroom, de voorloper van de
ARQ Centrum ’45
o Centrum ’45 = koepelorganisatie van allerlei
GGZ instellingen die zich bezig houden met
de behandeling en diagnostiek van
getraumatiseerde slachtoffers
De hulpverlening na de oorlog werd aanvankelijk
gekenmerkt door een gigantische versplintering. Dat
kwam enerzijds door gebrekkige communicatiemiddelen;
omdat veel telefoonlijnen en andere middelen van
communicatie niet (goed) functioneerden, konden
hulpverleningsacties slecht gecoördineerd worden.
Anderzijds kwam dit door de manier waarop
hulpverlening in die tijd geregeld was; Nederland was na
de oorlog nog geen verzorgingsstaat. Ondersteuning van
hulpbehoevende burgers vond vaak plaats via
particuliere initiatieven (bijv. armenzorg) of de kerk (die
later dus als grote slachtoffermaker te boek kwam te
staan).
Het is overigens nog wel aardig om op te merken dat
Bastiaans zelf een zeer omstreden methode gebruikte
om zijn patiënten te behandelen voor hun
oorlogstrauma’s. Hij diende hen namelijk LSD (of
, Penthotal) toe, zodat zij herinneringen aan hun trauma’s
tijdens therapiesessies gemakkelijker konden ophalen. In
week 3 kom ik kort terug op zijn omstreden
behandelmethode.
o Schadevergoeding slachtoffers WOII
Kort na de Tweede Wereldoorlog
1947: Wet buitengewoon pensioen (uitsluitend
verzetsslachtoffers)
o Schadevergoeding actief
slachtofferschap
Eind jaren ’40 – eind jaren ’60:
Rijksgroepregelingen (als onderdeel Algemene
Bijstandswet)
o Zorgverlening passief slachtofferschap
Begin jaren ’70 – helft jaren ’80:
1971: omkering bewijslast Wet buitengewoon
pensioen
1972: Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers
1984: Wet uitkering burger-oorlogsslachtoffers
1940-1945
1994: tijdelijke vergoedingsregeling psychotherapie na-
oorlogse generatie (transgenerationeel slachtofferschap)
Het is belangrijk om een onderscheid te maken tussen
actief en passief slachtofferschap. Bij actief
slachtofferschap gaat het om verzetsstrijders. Zij hadden
zich, als quasi werknemers van de Nederlandse staat,
ingezet voor het vaderland en dienden daarom te
worden gecompenseerd voor hun diensten (een soort
loonbetaling achteraf). Bij passieve slachtoffers gaat het
om mensen die zijn blootgesteld geweest aan de
verschrikkingen van het Naziregime. Zij hadden
aanvankelijk alleen recht op zorg of een
overheidsbijdrage die zorgverlening mogelijk maakte.
Pas in de loop van de Jaren ´70 kwam hier verandering
in en werden ook voor hen compensatieregelingen in het
leven geroepen.
Overigens heeft het overzicht geen betrekking op
slachtoffers die op zee of in Nederlands-Indië of Nieuw
Guinea zijn getroffen. Hiervoor werden aparte regelingen
in het leven geroepen. Een andere beperking van het
overzicht is dat het uitsluitend betrekking heeft op
letselschade. Voor materiële schade (anders dan het
gevolg van lichamelijk of geestelijk letsel) zijn andere
regelingen in het leven geroepen.
Transgenerationeel slachtofferschap is slachtofferschap
dat overgedragen wordt op een volgende generatie. Het
gaat hierbij niet om de ervaring zelf, maar om de
doorwerking van de gevolgen van slachtofferervaringen
van (groot- of voor)ouders bij latere generaties.