Complete Examenvoorbereiding 2026
Inclusief Oefenvragen met Antwoorden
Versie: 2026 (Bijgewerkt naar actuele regelgeving)
Geschikt voor: Klein Vaarbewijs 1 (KVB1) en Klein Vaarbewijs 2 (KVB2)
Examenaanbieder: CBR
Inhoud: Complete samenvatting + 70 oefenvragen met antwoorden
� Geslaagd voor je Klein Vaarbewijs met deze samenvatting? Laat
een review achter op Stuvia en help andere kandidaten!
Inhoudsopgave
DEEL 1 – SAMENVATTING 1. Wat is het Klein Vaarbewijs? 2. Vaarregels
en Voorrang 3. Betonning en Markering 4. Verkeerstekens op het Water 5.
Veiligheid aan Boord 6. Varen op de Grote Wateren (KVB2) 7. Het Schip:
Techniek en Uitrusting 8. Weer en Waterstanden 9. Manoeuvreren en Navigatie
DEEL 2 – OEFENVRAGEN - 70 meerkeuzevragen met antwoorden en
uitleg
DEEL 1: SAMENVATTING
Hoofdstuk 1: Wat is het Klein Vaarbewijs?
1.1 Wanneer Heb Je een Vaarbewijs Nodig?
Een Klein Vaarbewijs is verplicht als: - Je boot langer is dan 15 meter, OF
- Je boot sneller kan varen dan 20 km/u
� Examentip: Het gaat om wat de boot KAN, niet wat je daad-
werkelijk vaart. Als je motor 20 km/u of sneller kan, heb je een
vaarbewijs nodig!
1.2 Twee Soorten Klein Vaarbewijs
1
,Type Geldig voor Extra vereiste
KVB1 Alle binnenwateren Basisexamen
KVB2 Binnenwateren + grote KVB1 + aanvullend examen
rivieren, zeearmen,
IJsselmeer, Waddenzee
1.3 Minimumleeftijd
• 18 jaar voor een boot die sneller dan 20 km/u kan varen
• 16 jaar voor snelle motorboten onder bepaalde voorwaarden
1.4 Wetgeving
Wet/Regel Inhoud
Binnenvaartwet Algemene regels voor varen op
binnenwateren
Binnenvaartpolitiereglement (BPR) Verkeersregels op
binnenwateren
Scheepvaartverkeerswet Regels voor grote wateren en
zeescheepvaart
Rijnvaartpolitiereglement (RPR) Specifieke regels voor de Rijn
en haar zijrivieren
Hoofdstuk 2: Vaarregels en Voorrang
2.1 Stuurboord en Bakboord
Zijde Kleur Richting
Stuurboord � GROEN Rechts (als je vooruit kijkt)
Bakboord � ROOD Links (als je vooruit kijkt)
� Ezelsbruggetje: “Er is GEEN ROOD meer over in de RODE
wijn fles, die staat LINKS (BAKboord)”
2.2 Basisvoorrangsregels
Voorrangsregels (van hoog naar laag):
1. � Grote schepen (beroepsvaart > 20 meter) gaan voor op smalle vaarwe-
gen
2. � Zeilboten gaan voor op motorboten (met uitzonderingen)
3. � Motorboten moeten uitwijken voor zeil- en grote schepen
2
, 2.3 Uitwijkregels voor Motorboten
Situatie Regel
Tegemoetkomend Stuurboord houden (rechts uitwijken)
Kruisend Schip dat van STUURBOORD (rechts) komt gaat voor
Oplopen De oplopende boot moet uitwijken
Nauw vaarwater Stuurboord houden (rechts houden)
2.4 Uitwijkregels voor Zeilboten
Situatie Regel
Verschillende boeg Bakboordboeg (wind van links)
wijkt uit voor stuurboordboeg
(wind van rechts)
Dezelfde boeg Loefzijde (boven de wind)
wijkt uit voor lijzijde (onder de
wind)
Onzeker over boeg Bakboordboeg wijkt altijd uit
� Examentip: Een zeilboot met de wind van RECHTS (stuurbo-
ordboeg) heeft voorrang op een zeilboot met de wind van LINKS
(bakboordboeg).
2.5 Uitzonderingen – Wanneer Gaat een Motorboot WEL Voor?
Een motorboot gaat wél voor op een zeilboot als: - De zeilboot oploopt (van
achteren nadert) - De motorboot een groot schip is (beroepsvaart) - De motor-
boot een voorrangsvoertuig is (met blauwe borden) - De zeilboot de motor
gebruikt (dan geldt hij als motorboot) - Op smalle vaarwegen waar grote
schepen niet kunnen uitwijken
2.6 Snelheidsregels
Zone Maximumsnelheid
Binnen de Vaak 6 km/u (verschilt per gemeente)
bebouwde kom
Buiten de Afhankelijk van borden, vaak 9-12 km/u
bebouwde kom
Open wateren Geen maximumsnelheid (tenzij aangegeven)
Marifoonplicht Bepaalde grote wateren (zie KVB2)
vanaf
3