HAPA, Health Action Process Approach
Het HAPA model wordt ingezet voor het vertonen en verklaren van gezond gedrag. Het biedt hulp met
interventies maken en op welk kopje je deze moet richten.
Dit model werkt minder goed bij jongeren dan bij ouderen. Dit is mogelijk een cultureel effect. Niet
bewuste processen zijn nauwelijks mee genomen. Terwijl onbewuste processen sterke voorspellers zijn.
Ook leidt intentie niet perse tot gedrag.
Het model bestaat uit twee fasen: Pre-Intention Motivation Phase en Post-Intention Voilition Phase.
Pre-Intention Motivation Phase, gaat over het stellen/ maken van doelen. En is nog geen
gedragsverandering.
De factoren die tot Intentie leiden zijn:
- Action Self-Efficacy (zelf effectiviteit)
Hoe verre schat jij de actie uit te kunnen voeren? Hoe lager hoe minder kans op actie.
- Outcome Expectanties (uitkomst verwachtingen)
Wat veranderd er als ik het gedrag ga vertonen? Wat zijn de feitelijke veranderingen?
- Risk Perception (risico perceptie)
Wat is het risico als ik dit gedrag juist wel of niet vertoon? Voel ik dit risico ook echt?
->
Post-Intention Volition Phase, gaat over de wil en het uitvoeren van doelen. De mate waarin iemand in staat
is om het gedrag te plannen, te onderhouden en opnieuw te beginnen bij terugval. Wil je intentie omzetten
in gedrag, moet je plannen.
Action planning:
- Het plannen van meer bewegen. Waar en hoe ga je dit doen?
Coping planning:
- Hoe ga je om met tegenslag in het proces. Het regent bijvoorbeeld, hoe ga je daarmee om?
->
Initiatief, je gaat het gedrag echt veranderen -> maintenance, het gedrag onderhouden -> recovery, weten
hoe je het gedrag oppakt als je terugvalt -> Initiatief -> etc. etc. etc.
Pre, Action self-efficacy -> post, Maintenance Self-Efficay, je hebt het idee dat je dit gedrag onderhouden.
Recovery Self-efficacy, je denkt dit gedrag te kunnen herstellen als het mis gaat en opnieuw te veranderen.
, TPB, theory of planned behavior
Dit model biedt info voor het ontwikkelen van communicatie. Als de houding tegenover het gedrag niet
goed is kun je daar interventies voor bedenken. Het wordt gebruikt voor evaluatie studies. Wat was het
effect van een bepaalde interventie. Dit model voorspelt o.a. kiesgedrag, voorspellen consumptief gedrag.
Het model neemt, “intentie leidt niet altijd tot gedrag” niet mee, (intention behavior gap). Het houdt geen
rekening met verandering overtijd en terugval. Acties tussen variabelen zijn afwezig. Wat doet attitude met
de norm. Langetermijneffecten zijn beperkt (gedrag).
Intention (intentie):
- Attitude toward the behavior
Houding richting het gedrag. Heb je een positieve attitude richting het gedrag? Jouw
geloof over de uitkomst van het gedrag. En hoe voel jij je daarover.
- Subjective norm (social pressures)
Sociale druk bij het uiteindelijk vertonen van het gedrag. Wat vind mijn omgeving van dat
gedrag? Trigger om je heen die je bepaald gedrag laat vertonen, maar dan moet je dit wel
zelf willen.
- Perceived behavioral control
Hoe verre ervaar jij dat je controle hebt over het gedrag dat je gaat uitvoeren. Hoe
makkelijk of moeilijk dat gedrag is (vol te houden).
Handige variabelen ook te gebruiken. Morele normen (moral norm). Geanticipeerde spijt (anticipated
regret). Zelfbeeld/ identiteit (self identity). Implementatie intenties (implimentation intentions)
COM-B
Het com-b model is goed onderbouwd. De concrete variabelen zijn goed te onderzoeken. Dit model is
breed inzetbaar. Er zijn heldere aanknopingspunten voor een interventie.
Interventies: educatie, overtuiging, dwang, training, beperking, aanpassing omgeving, modelling,
facelitering
Fase 1: Gedrag begrijpen
1. Het probleem in gedragstermen, welk gedrag moet er veranderen
2. Het doelgedrag uitkiezen
3. Het doelgedrag specificeren
4. Bepalen wat er moet veranderen, je onderzoek bij je doelgroep
Fase 2: de interventie mogelijkheden bepalen
5. De interventiefuncties bepalen,
6. De beleid categorieën bepalen
Fase 3 De inhoud en implementatieopties bepalen
7. De gedragsveranderingstechnieken bepalen
8. De leveringswijze bepalen