Deel 2
Als het gaat om de btw, overdrachtsbelasting en inkomstenbelasting moet je altijd 4 stappen
doorlopen. Die 4 stappen staan ook letterlijk in de inhoudsopgaven van de wet OB, namelijk
hoofdstuk 2 daar zie je staan bij afdeling 1 het belastbaar feit. De belastingdienst heeft letterlijk
aangegeven waar zij geld over willen vangen, oftewel hetgeen jij wil gaan doen is dat belastbaar
door de belastingdienst dat is de eerste vraag. Wil de belastingdienst hier eigenlijk geld over
zien? Zo ja dan is dat feit dus belastbaar. Dat is stap 1.
Als dat zo is dan gaan we kijken naar afdeling 2, de maatstaf. Wat is dan als het een belastbaar
feit is de maatstaf van heffing, daarmee bedoelen ze hoeveel is hetgeen ik doe waard in het
economische verkeer, dus over welk bedrag wil de belastingdienst gaan heffen, dat is de
maatstaf van heffing. Dat is stap 2.
Dan staat in afdeling 2 ook nog het woordje tarief dat is stap 3, als je nou weet dat de
belastingdienst nou geld wil zien en als je weet over welk bedrag jij moet gaan betalen, nou
hoeveel dan? Dat weet je niet omdat je daarvoor eerst moet weten welk tarief er van toepassing
is, want er gelden verschillende tarieven.
En als je dat hebt gehad dan ga je door naar afdeling 3 de vrijstelling. Een heel veel gemaakte
fout op het tentamen is dat studenten de vrijstelling gaan herkennen en direct aangeven á het is
een vrijstelling, maar bij dit vak komt het zo op de details aan dat het feit lijkt op een vrijstelling
maar dat het niet zo is. Bijv.: omdat het om bepaalde details helemaal geen belastbaar feit is,
wat niet belastbaar is kan je ook niet vrijstellen. Ben ik nou echt belasting verschuldigd? Zo ja,
dan kom ik in aanmerking voor een vrijstelling. Dat is stap 4.
Stap 1 – Belastbaar feit – art 1
Wil de Belastingdienst hier überhaupt belasting over heffen? Met andere woorden: is wat je
doet belastbaar volgens de wet?
Stap 2 – Maatstaf van heffing -
Als het belastbaar is: over welk bedrag wordt de belasting berekend? Wat is de waarde in het
economische verkeer?
Stap 3 – Tarief -
Welk belastingtarief hoort daarbij? Hoeveel procent (of vast bedrag) moet je betalen over die
maatstaf?
Stap 4 – Vrijstelling -
Is er, ondanks dat het belastbaar is, een vrijstelling van toepassing waardoor je toch geen (of
minder) belasting hoeft te betalen?
,Art 1 wet OB – belastbare feiten
- Omzetbelasting = BTW
- Levering: is eigendomsoverdracht. Mislukt de overdracht is er geen belasting
beschuldigd, daarom moet je weten wat een nietige en vernietigbare rechtshandeling is.
Want als blijkt dat jij een nietige rechtshandeling hebt verricht (geen geldige titel) ben jij
ook geen belasting verschuldigd, want de levering is niet gelukt. De levering moet wel
slagen, lukt dat? Dan ben jij per direct belasting verschuldigd.
- Goederen en diensten: het moet dus gaan over goederen of diensten...
- In Nederland: je hebt een 4tal landen: Nederland, Aruba, Curaçao en Sint-Maarten, dat
zijn allemaal zelfstandige landen met een eigen Btw-systeem. Maar dan heb je over zee
het Caribische gebied met een aantal eilanden ook wel bekend als de bes-eilanden, die
behoren tot Nederland, die vallen dus onder Nederland: Bonaire, Sint-Eustatius en
Saba.
- Ondernemer: het moet gaan om een levering van een goed of dienst door een
ondernemer. Dus de hoedanigheid van de presterende partij is van belang. Wie levert
het goed/ dienst dat moet een ondernemer zijn, krijg jij dus geleverd van een particulier
is er geen btw verschuldigd. Een particulier die aan een ondernemer levert is ook geen
btw verschuldigd, alleen als degene die lever een ondernemer is.
- Bezwarende titel: het mag niet iets om niets zijn, oftewel er moet een tegen prestatie
zijn, er moet daadwerkelijk wat gebeuren in het economisch verkeer. A levert aan b en b
geeft daar een tegenprestatie voor terug namelijk geld.
Btw staat voor belasting toegevoegde waard, daarmee wordt bedoeld het toevoegen van
waarde in het economisch verkeer over hetzelfde product. Stel je gaat naar de winkel en je koop
een stuk kleding dan betaal je daar 21% btw over, de belastingdienst krijgt niet die 21% over het
product. Er is een keten om tot kleding te komen, je begint bij een plantage van katoen, dan een
weverij, dan een fabrikant die er een kledingstuk van maakt, dat gaat naar de winkelier en die
winkelier verkoopt het aan jou. Maar partij a rekent niet hetzelfde bedrag als de winkellier, dus
in die hele keten wordt er elke keer waarde toegevoegd.
A verkoopt voor 10 aan B
B verkoopt voor 20 aan C
C verkoopt voor 50 aan D
D verkoopt voor 100 aan ons
,Stap 1
Art 2 wet OB – aftrek van voorbelasting
Je mag geen belasting over belasting betalen.
We gaan er even van uit dat de belasting geen 21% maar 10% is. A verkoopt katoen voor 10 aan
B.
Vraag 1 is het een levering van een goed of dienst?
- Katoen is tastbaar dus het is een goed.
Vraag 2 in Nederland?
- Gaan we van uit
Vraag 3 is het een ondernemer?
- Ja a is een ondernemer
Vraag 4 onder bezwarende titel?
- Ja a is verplicht te leveren b moet betalen
-Dan gaat het product van a naar b en b moet 10 euro betalen aan a. hoeveel ontvangt hier de
belastingdienst?
- 10% van 10 is 1 euro BTW
-Wie betaald en wie draagt af?
- B betaald 11 euro aan a en draag 1 euro daarvan af aan de belastingdienst.
- Btw is een indirecte belasting dat betekend degene die feitelijk de 21% betaald draagt
niet af aan de belastingdienst. Degene die de btw betaald betaalt niet op de rekening
van de belastingdienst, maar dat gaat indirect via de onderneming. (Inkomstenbelasting
is een directe belasting, moet je betalen dan moet dat rechtstreekst op de rekening van
de belastingdienst storten).
-Nu gaat b het product bewerken en doorverkopen aan c, en dat kost c in dit geval 20 euro excl
btw (kostprijs), maar hoeveel btw moet er dan worden betaald?
- De belastingdienst zegt ik wil niet meer belasting ontvangen dan over het eindproduct,
dat betekent in dit geval dat het eindproduct 20 euro waard is (belastingdienst zegt dus
ik wil niet meer dan 10% over 20 euro, want anders wordt het belasting op belasting en
dat mag niet) b mag de belasting die die moet afdragen verrekenen met de belasting die
die zelf moest betalen, dat is de hoofdregel.
- Dus de ondernemer die lever mag de belasting die die nog moet afdragen, in dit geval 2
euro, verrekenen met de btw die die zelf al heeft betaald 1 euro. Dat betekent dat de
belastingdienst van b niet 2 maar 1 euro krijgt, dan klopt de rekensom nog steeds want
de belastingdienst wil 10% over de eindwaarde en 1+1=2 dat is 10% van 20 euro.
-nu verkoopt c het voor 50 euro aan d, bereken nu zelf de btw die d moet betalen.
, Als het door een particulier wordt verkocht is dat het eindstation voor de belasting, dan maken
ze de balans op en kijken ze of ze genoeg btw hebben ontvangen. Zo ja? Niks aan de hand, zo
nee? Dan gaan ze de hele keten door en krijg je een na heffing plus boete van de
belastingdienst.
Art 3 wet OB – levering van goederen
Artikel 3 gaat over de levering van goederen, wanneer lever je nou een goed, het gaat hier dus
niet over de levering van een dienst.
- Sub a: het gaat hier over het leveren van de macht
o Voorbeeld: de realisatie van een distributiecentrum, een vierkante bak met een
kantoorruimte. De grote ruimte staat er al alleen het kantoortje is nog niet klaar,
jumbo wil er al in maar volgens het contract wordt het eigendom juridisch gezien
pas overgedragen als de aannemer pasklaar is met de bouw en de oplevering
heeft plaatsgevonden maar de aannemer is nog niet klaar, dus gaat hij
opleveren, nee. De regel is op het moment dat jij rechten en plichten op je
neemt ten aanzien van het economisch belang van de onroerende zaak, word jij
gezien als economisch eigenaar.
o Als jij dus het economische belang neemt in het gebouw als je bijv. Gaat lassen
en slijpen dan neem jij het brandrisico op jou, en als er brand uitbreekt met
volledige waardevermindering dan heb je dus een risico genomen (economisch
risico) ten aanzien van een gebouw.
o Je hebt dus de macht gekregen dus jij kunt bepalen wat er financieel met het
gebouw gebeurt. Je kunt je gedragen als eigenaar.
Art 3 lid 4 wet OB - ABC-transacties
A verkoopt een onroerende zaak aan b voor 1 miljoen, maar voordat b eigenaar wordt verkoop b
voor 1,2 miljoen aan c. a is nog steeds eigenaar maar de onroerende zaak is al 2 keer verkocht.
Wie levert aan wie? Bij de notaris zitten alleen partij a en c, a levert rechtstreeks aan c, b is er
niet bij. Er is ook maar 1 acte van levering namelijk die van a en c. dus a is een ontwikkelaar die
verkoopt aan de opdrachtgever b, en die verkoopt door aan belleger c. maar voor de btw wordt
gezegd dat het anders gaat namelijk volgens de btw zeggen ze we volgen de koopovereenkomst.
B is in een split second eigenaar geworden en direct door geleverd aan c, dus voor de btw is b
wel degelijk eigenaar geworden. Dus b betaalt 21% aan a en a draagt af, c betaald btw aan b en
b gaat verrekenen en draagt het eventuele restant af. Alle tussenpartijen zijn dus
belastingplichtig zolang de levering geschied door een ondernemer.
Art 5 wet OB – plaats van levering