Inleiding recht
Rechtstaat
Wetgevingsproces
Internationale verdragen
Europees recht
Bestuursrecht I
Bestuursrecht II
Privaatrecht I
Privaatrecht II
Strafrecht I
Strafrecht II
Procesrecht I
Procesrecht II
Rechtstaat
, - Kenmerken van een rechtstaat; legaliteitbeginsel
(ingrijpen bij wet), trias politica, grondrechten en
onafhankelijke rechtspraak.
- Trias politica is een scheiding der machten in een
rechtstaat waarin er een duidelijke scheiding tussen de
wetgevende macht (eerste & tweede kamer), uitvoerende
macht (politie, militairen & ambtenaren) en rechterlijke
macht (OM, rechtbanken) . Hierdoor valt alle macht niet bij
1 partij of persoon.
- Hoe werkt de parlementaire democratie? Een
parlementaire democratie is een vorm van bestuur waarin
het volk via verkiezingen invloed heeft op het beleid, en
waarin het parlement de regering controleert. In NL geldt -
> kiesrecht vanaf 18 jaar, Indirecte democratie (burgers
kiezen vertegenwoordigers), het parlement (1e & 2e
kamer), de regering (ministers & de koning), trias politica,
kabinetten (samenwerkende partijen) en de grondwet.
- Grondrechten in nationale wetgeving: grondrechten zijn
fundamentele rechten die de vrijheid, gelijkheid en
veiligheid van burgers beschermen. Deze rechten staan in
het wettenbundel en worden toegepast door rechters, de
overheid en politie, scholen en andere instellingen.
- Verschil klassieke en sociale grondrechten: klassieke
grondrechten -> beschermen burgers tegen te veel macht
van de overheid. Sociale grondrechten -> zorgplichten van
de overheid voor de burgers.
Wetgevingsproces
- Het verschil tussen materiele en formele wet: materieel ->
bevat algemene, bindende regels voor burgers. Het gaat
om wat de wet doet. Formeel -> komt tot stand via de
grondwettelijke voorstel. Het gaat om wie de wet maakt.
- Hoe komt een wet in formele zin tot stand? 1)
voorbereiding departement. 2) behandeling ministerraad.
3) Advies Raad van State. 4) behandeling in de tweede
kamer. 5) behandeling eerste kamer (akkoord of
verwerpen). 6) ondertekening van de koning en
verantwoordelijke minister. 7) publicatie staatsblad.
Rechtstaat
Wetgevingsproces
Internationale verdragen
Europees recht
Bestuursrecht I
Bestuursrecht II
Privaatrecht I
Privaatrecht II
Strafrecht I
Strafrecht II
Procesrecht I
Procesrecht II
Rechtstaat
, - Kenmerken van een rechtstaat; legaliteitbeginsel
(ingrijpen bij wet), trias politica, grondrechten en
onafhankelijke rechtspraak.
- Trias politica is een scheiding der machten in een
rechtstaat waarin er een duidelijke scheiding tussen de
wetgevende macht (eerste & tweede kamer), uitvoerende
macht (politie, militairen & ambtenaren) en rechterlijke
macht (OM, rechtbanken) . Hierdoor valt alle macht niet bij
1 partij of persoon.
- Hoe werkt de parlementaire democratie? Een
parlementaire democratie is een vorm van bestuur waarin
het volk via verkiezingen invloed heeft op het beleid, en
waarin het parlement de regering controleert. In NL geldt -
> kiesrecht vanaf 18 jaar, Indirecte democratie (burgers
kiezen vertegenwoordigers), het parlement (1e & 2e
kamer), de regering (ministers & de koning), trias politica,
kabinetten (samenwerkende partijen) en de grondwet.
- Grondrechten in nationale wetgeving: grondrechten zijn
fundamentele rechten die de vrijheid, gelijkheid en
veiligheid van burgers beschermen. Deze rechten staan in
het wettenbundel en worden toegepast door rechters, de
overheid en politie, scholen en andere instellingen.
- Verschil klassieke en sociale grondrechten: klassieke
grondrechten -> beschermen burgers tegen te veel macht
van de overheid. Sociale grondrechten -> zorgplichten van
de overheid voor de burgers.
Wetgevingsproces
- Het verschil tussen materiele en formele wet: materieel ->
bevat algemene, bindende regels voor burgers. Het gaat
om wat de wet doet. Formeel -> komt tot stand via de
grondwettelijke voorstel. Het gaat om wie de wet maakt.
- Hoe komt een wet in formele zin tot stand? 1)
voorbereiding departement. 2) behandeling ministerraad.
3) Advies Raad van State. 4) behandeling in de tweede
kamer. 5) behandeling eerste kamer (akkoord of
verwerpen). 6) ondertekening van de koning en
verantwoordelijke minister. 7) publicatie staatsblad.