Interne structuur van absolute IE-rechten:
1. Definitie van wat wordt beschermd
2. Drempel van bescherming
3. Criteria voor inbreuk
4. Uitzonderingen & beperkingen
5. Handhaving
De term ‘intellectuele eigendom’ in deze ruime betekenis
heeft niet altijd bestaan. Lange tijd werd hieronder
voornamelijk het auteursrecht verstaan, terwijl octrooirecht,
merkenrecht, handelsnaamrecht, kwekersrecht en
modellenrecht geacht werden tot het ‘industriële
eigendomsrecht’ te behoren. Op dit moment is men de
term ‘intellectuele eigendom’ echter gaan gebruiken als
overkoepelend begrip voor alle hiervoor genoemde rechten.
En ook als we dat onderscheid wel maken wordt kan je stellen dat in beide gevallen
eenzelfde doel wordt nagestreefd
Verrijking van het publieke domein / maatschappelijk vooruitgang door de bevordering van:
Creatieve bijdragen (kunst, cultuur)
Technische innovaties
Kwalitatief goede producten en dienstverlening
IE-rechten zijn absolute rechten. De hoofdbeginselen van het recht betreffende de industriële
eigendom zijn regels van betamelijkheid: rechten die zijn bedoeld ter bevordering van…
Technische innovatie (octrooirecht, aangevuld met bescherming bedrijfsgeheimen en
slaafse nabootsing in het geval van zogenaamde “eenlijnsprestaties”)
Cultuur/kunst
Vormgeving/design
Marktcommunicatie / handel.
Het gaat dus om absolute rechten op immateriële belangen. De onderwerpen betreffen dus
hoofdzakelijk voortbrengselen van de menselijke geest
Ook de IE-rechten kennen regels die als uitvloeisel van de betamelijkheid (voldoen aan de
normen/fatsoen) kunnen worden beschouwd. IE-rechten zijn dan ook absolute rechten met
aanvullende beschermingsregimes (relatieve rechten). Aanvullende beschermingsregimes
werken anders…
Niet: wat mag alleen de rechthebbende?
Maar: wat voor gedragingen zijn ongeoorloofd (in mededinging) ongeacht de
onmogelijkheid om die gedragingen op grond van een absoluut recht te verbieden?
IE-rechten zijn vermogensrechten en kunnen daarom overgedragen en gelicentieerd worden.
Er wordt in het IE-recht een afweging gemaakt tussen enerzijds het belang van de
,rechthebbende bij een ongestoord genot van zijn recht en anderzijds het algemeen belang en
de belangen van derden.
De ratio van bescherming van intellectuele eigendomsrechten in ruime zin verschilt enigszins,
afhankelijk van het desbetreffende recht. Algemene ratio van bescherming:
Stimulering van productinnovatie
Bevordering van investeringen
De voorsprong van innovatie kunstmatig verlengen
De beschermingsduur van IE-rechten is een uitkomst van een belangenafweging. Intellectuele
eigendomsrechten zijn een soort beloning voor de investering in geld, tijd en moeite en bieden
daarom gedurende een bepaalde periode bescherming tegen nabootsing door derden. Maar op
een bepaald moment kan ervan uitgegaan worden dat de investering is terugverdiend en dat
het mogelijk moet zijn dat derden ook zonder te moeten betalen voor een licentie, het
voorwerp mogen namaken. De enige uitzondering is het merkenrecht, dat een andere functie
vervult, namelijk producten identificeren en communicatie tussen de marktdeelnemers
mogelijk maken en dat daarom onbeperkt in tijd kan zijn.
Het Unierecht is allesbepalend voor ons IE-recht. Het Unierecht valt uiteen in:
1. Primair Unierecht
a. Basisverdragen
b. (Ongeschreven) algemene beginselen van Unierecht
c. Volkenrechtelijke verdragen waar de Unie partij bij is
d. Andere volkenrechtelijke verdragen, voor zover daarbij
- door het algemene volkenrecht erkende regels van gewoonterecht worden
gecodificeerd
- de EU de bevoegdheden heeft overgenomen die eerder ter zake van die
verdragen door de lidstaten werden uitgeoefend
2. Afgeleid Unierecht: besluiten, aanbevelingen, verordeningen en richtlijnen van de
instellingen van de Unie.
Ongeoorloofde mededinging: concurrentie met onjuiste middelen
Ongeoorloofde mededinging (of oneerlijke concurrentie) is het handelen van een
onderneming die de vrije markt verstoort, beperkt of vervalst op een wijze die niet door de
wet is toegestaan. Voorbeelden zijn kartelvorming, misbruik van een machtspositie, slaafse
nabootsing of misleidende reclame. Het doel is de eerlijke concurrentie te beschermen.
Vormen van ongeoorloofde mededinging
Mededelingen, valse beweringen
Het publiek misleiden (mededelingen over de eigen onderneming)
Een concurrent kleineren, in diskrediet brengen (mededelingen over andere
ondernemingen)
Misleidende en vergelijkende reclame
Inbreuk op een ingericht bedrijf
De verkooporganisatie ondermijnen
, Personeel, cliënten afhandig maken toe-eigening bedrijfsgeheimen (know-how)
Profiteren van andermans producten en prestaties (belangrijk)
Verwarring stichten door de eigen waren te presenteren als waren van een concurrent
(merkenrecht)
Meeliften op de reputatie van een bekende concurrent (merkenrecht)
Producten van een concurrent in alle details nabootsen
Ratio van bescherming tegen ongeoorloofde mededinging
Eerlijke mededinging tussen concurrenten
Bescherming van consumenten
Waarborging van ‘gezonde’ concurrentie
Bescherming tegen ongeoorloofde mededinging is breed
Inhoud:
Reflexwerking van intellectuele
Eigendomswetten
- Negatieve reflexwerking
- Positieve reflexwerking
Aanvulling op intellectuele
Eigendomsrechten
Wetgeving
Internationaal
Art.10bis Verdrag van Parijs (1967):
‘Elke daad van mededinging, strijdig met de eerlijke gebruiken in nijverheid en
handel, levert een daad van oneerlijke mededinging op.’
Art. 39 TRIPS-verdrag
Europese Unie
Richtlijn misleidende en vergelijkende reclame 2006/114/EG
Richtlijn oneerlijke handelspraktijken ondernemingen jegens consumenten
2005/29/EG
Europese Unie
Richtlijn bescherming bedrijfsgeheimen 2016/943/EU
Nederland
Vrijwel geheel jurisprudentierecht
Basis: art. 6:162 BW
Aanvullend: art. 6:194 e.v. BW (misleidende en vergelijkende reclame)
Wet bescherming bedrijfsgeheimen
Het leerstuk is vrijwel volledig ontwikkeld in de jurisprudentie. In de Nederlandse wetgeving
bestaat geen algemene norm, tenzij men art. 6:162 BW als zodanig wil beschouwen, maar dit
artikel is niet tot ongeoorloofde mededinging beperkt. Bijzondere regelgeving (aanvullend)
, bestaat vooral op het terrein van het reclamerecht (artikel 6:194 e.v. BW: misleidende en
vergelijkende reclame). Ook de Wet bescherming bedrijfsgeheimen speelt hierbij een
aanvullende rol.
Negatieve reflexwerking
De industriële eigendomswetten bevatten bijzondere regels.
De algemene bescherming tegen oneerlijke mededinging dient deze regels
niet te doorkruisen.
Dus: geen bescherming buiten het specifieke wettelijke kader van IE-rechten op basis
van art. 6:162 BW
Voorbeelden:
Zonder registratie geen bescherming van uitvindingen en merken
Geen kunstmatige uitbreiding van octrooi- of merkrechten
Geen kunstmatige verlenging van de beschermingsduur van octrooien en modellen
Positieve reflexwerking
Industriële eigendomswetten als voorbeeld
Creatie van quasi-IE-rechten (zogenaamd) naar analogie van industriële
eigendomsrechten op basis van art. 6:162 BW?
HR: mogelijk indien prestatie ‘op één lijn valt te stellen’ met die welke toekenning van
een industrieel eigendomsrecht rechtvaardigt (zie hierna Decca/Holland Nautic)
Jurisprudentie
HR 27 juni 1986, Decca/Holland Nautic
Racal-Decca ontwikkelt het Decca Navigator System (DNS), dat niet door enig intellectueel
eigendomsrecht wordt beschermd. Het bedrijf verhuurt ontvangers die gebruikmaken van dit
systeem en houdt daarnaast de radiozenders in stand die noodzakelijk zijn voor het
functioneren van DNS.
Holland Nautic verkoopt ontvangers die werken met het Decca Navigator System, maar
draagt niet financieel bij aan het instandhouden van de benodigde radiozenders.
Het hof oordeelt dat Holland Nautic in strijd handelt met de zorgvuldigheid die zij jegens
Decca in het maatschappelijk verkeer betaamt door het verkopen van ontvangers die werken
met het Decca Navigator System, maar niet financieel bij te dragen aan het instandhouden van
de benodigde radiozenders. Het profiteren door Holland Nautic van het Decca Navigator
Systeem is daarmee onrechtmatig
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof. Er wordt geoordeeld dat profiteren of
aanhaken bij de prestaties van een ander op zichzelf niet in strijd is met de zorgvuldigheid die
Holland Nautic als concurrent van Decca jegens deze in het maatschappelijk verkeer betaamt,