Verbintenissenrecht
Regels die betrekking hebben op de rechtsverhouding tussen personen onderling
Art 3:84 BW: voor overdracht van een goed wordt vereist een levering krachtens GELDIGE
TITEL, verricht door hem die bevoegd is over het goed te beschikken
● Bijv. een verbintenis uit een overeenkomst
Bronnen van verbintenissen
1. Overeenkomst (meerzijdige rechtshandeling)
● Art. 6:213 e.v. BW
● Redelijkheid en billijkheid
➔ art. 6:248 lid 2 jo. art. 3:12 BW
2. ‘Echte’ verbintenissen uit de wet
● Onrechtmatige daad (art. 6:162 e.v. BW)
● Zaakwaarneming (art. 6:198 e.v. BW)
● Onverschuldigde betaling (art. 6:203 e.v.)
● Ongerechtvaardigde verrijking (art. 6:212 BW)
3. Tekortkoming in de nakoming van een (andere) verbintenis
● Art. 6:74 e.v. BW
,Gewoon feit: geen juridisch gevolg aan
Rechtsfeit: waaraan een rechtsgevolg is verbonden
Bloot rechtsfeit: geen handelen van personen komen eraan te pas (overlijden, geboorte,
meerderjarig worden), maar recht kent wel betekenis toe
Rechtens relevante handelingen: rechtsfeit ontstaan door menselijke activiteit
Feitelijke handeling: juridisch gevolg niet beoogd (aanrijding, diefstal)
Rechtshandeling: juridisch gevolg beoogd (art. 3:33 BW – wil en verklaring)
Eenzijdige rechtshandeling: rechtshandeling kan door 1 persoon tot stand gebracht worden,
zonder dat daar samenwerking voor nodig is met andere partijen
a. Gericht: geldig als ze tot een of meer personen zijn gericht en die personen hebben
bereikt (opzeggen abonnement)
b. Ongericht: ook geldig als ze niet tot een of meer personen zijn gericht en die personen
hebben bereikt (opstellen van een testament)
Meerzijdige rechtshandeling: samenwerking nodig tussen twee of meer personen
a. Overeenkomst
● Meerzijdige overeenkomst: voor alle bij de overeenkomst betrokken partijen
vloeit een verbintenis voort (bijv koopovereenkomst voor een huis)
● Eenzijdige overeenkomst: voor 1 van de partijen vloeit een verbintenis voort (bijv.
schenking)
b. Overige meerzijdige rechtshandelingen
● Bijv. meerdere partijen richten een NV op
Algemene vereisten voor een geldige eenzijdige rechtshandeling
1. Wil en verklaring moeten met elkaar overeenstemmen
● Art. 3:33 BW: ‘Een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil
die zich door een verklaring heeft geopenbaard’
2. Die persoon hebben bereikt
● Art. 3:37 lid 3 BW: ‘Een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring moet, om
haar werking te hebben, die persoon hebben bereikt’
➔ Ontvangsttheorie: een aanbod/aanvaarding heeft pas gelding als het bij
de andere partij is aangekomen (jo. 6:219 BW)
➔ Bereiken in de zin van ontvangen, en daar kennis van heeft kunnen
vernemen
➔ Risico-correctie: als het nog niet ontvangen komt door omstandigheden
die voor risico van B zelf komen, dan is er toch sprake van bereiken in de
zin van 3:37 lid 3 BW
3. Intrekking moet de persoon eerder dan of gelijktijdig met de ingetrokken verklaring
hebben bereikt
, ● Art. 3:37 lid 5 BW: ‘Intrekking van een tot een bepaalde persoon gerichte
verklaring moet, om haar werking te hebben, die persoon eerder dan of
gelijktijdig met de ingetrokken verklaring hebben bereikt’
Aanvullende vereisten voor een geldige meerzijdige rechtshandeling
De verbintenisscheppende overeenkomst (6:213 BW)
1. Aanbod en aanvaarding
● Art. 6:217 lid 1 BW: ‘een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de
aanvaarding daarvan’
➔ Dus; aanbod nodig dat voldoet aan 3:33 BW (wil en verklaring)
➔ Dus; aanvaarding nodig dat voldoet aan 3:33 BW (wil en verklaring)
2. Wilsovereenstemming
● Er moet sprake zijn van wilsovereenstemming tussen de partijen, hetgeen in de
regel zal blijken uit de met elkaar overeenstemmende verklaringen van partijen
Dus; aanbod en aanvaarding zijn eenzijdige gerichte rechtshandelingen die samengesmeed
kunnen worden tot de meerzijdige rechtshandeling: overeenkomst
Aanvullende vereisten die specifiek gelden voor een aanbod
De algemene vereisten die gelden voor een geldige eenzijdige gerichte rechtshandeling zijn hier
ook van toepassing
Aanvullend:
1. Aanbod met het oog op een juridisch bindende afspraak
2. Aanbod bevat (nog) niet de voornaamste elementen van de inhoud van een eventueel te
sluiten overeenkomst
3. Advertenties: glijdende schaal → niet alles wat te koop wordt aangeboden via een
advertentie, kwalificeert als een juridisch aanbod
● Aanbod van soortzaken door een onderneming (= juridisch aanbod)
● Aanbod van een specifieke zaak (of andere prestatie) door een particulier
➔ In beginsel een uitnodiging om in onderhandelingen te treden
➔ HR: Hofland/Hennis
Hoe kan een aanbod vervallen
1. Door tijdsverloop
● Art. 6:221 lid 1 BW
➔ Mondeling aanbod: niet onmiddellijk aanvaard
➔ Schriftelijk aanbod: niet binnen een redelijke termijn aanvaard
❖ afhankelijk van omstandigheden van het geval
❖ degene tot wie het aanbod is gericht moet enige tijd hebben
gekregen om na te denken over het aanvaarden van het aanbod
Art. 6:219 lid 1 BW
, ➔ Het aanbod bevat een termijn voor de aanvaarding
2. Door verwerping (art. 6:221 lid 2 BW)
● Met inbegrip van een afwijkende aanvaarding (art. 6:225 lid 1 BW)
3. Door herroeping (art. 6:219 BW)
● Maar; dan moet herroeping wel mogelijk zijn (regels in art 6:219)
Probleemgevallen
Een met de verklaring overeenstemmende wil ontbreekt
Als iemand beweert dan zijn wil niet overeenkwam met zijn verklaring kan hij zich in beginsel
beroepen op de ongeldigheid van de rechtshandeling
● Hij zal aannemelijk moeten kunnen maken dat er sprake is van een discrepantie tussen
zijn wil en verklaring
Bescherming voor de wederpartij
Art. 3:35 – Gerechtvaardigd vertrouwen
● Mocht B er in de gegeven omstandigheden vanuit gaan dat de wil van A overeenkwam
met de verklaring → Was B dus wel ter goede trouw?
Art. 3:11 BW – Goede trouw
● Eventuele onderzoeksplicht van B
➔ Is er sprake van een onverwachte wilsverklaring
➔ Is degene die de wilsverklaring heeft afgelegd de taal voldoende machtig
➔ Is er sprake van een rechtshandeling om baat of om niet
➔ Hoe nadelig is de rechtshandeling voor degene die de wilsverklaring heeft
afgelegd
● Afweging van alle feiten en omstandigheden van het geval
Als er sprake is van gerechtvaardigd vertrouwen heeft er alsnog een geldige rechtshandeling
plaatsgevonden
Uitzondering – HR: Westhoff/Spronsen
“De werkgeefster, hoezeer zij de betreffende uitingen als een ontslagneming heeft opgevat en
mocht opvatten, de werknemer toch niet aan die ontslagneming mag houden indien er niet aan
haar zijde sprake is van nadeel”
● Vooral van toepassing in situaties van hevige gemoedstoestand
Oordeel: geval wat hierin beschreven staat, deed zich in deze casus niet voor
Geestelijke stoornis
A heeft een verklaring afgelegd die niet in overeenstemming is met diens wil, onder invloed van
een geestelijke stoornis. Voor deze situatie biedt art. 3:34 BW een bijzondere regeling
Ratio art. 3:34 BW: oplossen van bewijsproblemen
A kan zich in beginsel beroepen op de ongeldigheid van de rechtshandeling
Regels die betrekking hebben op de rechtsverhouding tussen personen onderling
Art 3:84 BW: voor overdracht van een goed wordt vereist een levering krachtens GELDIGE
TITEL, verricht door hem die bevoegd is over het goed te beschikken
● Bijv. een verbintenis uit een overeenkomst
Bronnen van verbintenissen
1. Overeenkomst (meerzijdige rechtshandeling)
● Art. 6:213 e.v. BW
● Redelijkheid en billijkheid
➔ art. 6:248 lid 2 jo. art. 3:12 BW
2. ‘Echte’ verbintenissen uit de wet
● Onrechtmatige daad (art. 6:162 e.v. BW)
● Zaakwaarneming (art. 6:198 e.v. BW)
● Onverschuldigde betaling (art. 6:203 e.v.)
● Ongerechtvaardigde verrijking (art. 6:212 BW)
3. Tekortkoming in de nakoming van een (andere) verbintenis
● Art. 6:74 e.v. BW
,Gewoon feit: geen juridisch gevolg aan
Rechtsfeit: waaraan een rechtsgevolg is verbonden
Bloot rechtsfeit: geen handelen van personen komen eraan te pas (overlijden, geboorte,
meerderjarig worden), maar recht kent wel betekenis toe
Rechtens relevante handelingen: rechtsfeit ontstaan door menselijke activiteit
Feitelijke handeling: juridisch gevolg niet beoogd (aanrijding, diefstal)
Rechtshandeling: juridisch gevolg beoogd (art. 3:33 BW – wil en verklaring)
Eenzijdige rechtshandeling: rechtshandeling kan door 1 persoon tot stand gebracht worden,
zonder dat daar samenwerking voor nodig is met andere partijen
a. Gericht: geldig als ze tot een of meer personen zijn gericht en die personen hebben
bereikt (opzeggen abonnement)
b. Ongericht: ook geldig als ze niet tot een of meer personen zijn gericht en die personen
hebben bereikt (opstellen van een testament)
Meerzijdige rechtshandeling: samenwerking nodig tussen twee of meer personen
a. Overeenkomst
● Meerzijdige overeenkomst: voor alle bij de overeenkomst betrokken partijen
vloeit een verbintenis voort (bijv koopovereenkomst voor een huis)
● Eenzijdige overeenkomst: voor 1 van de partijen vloeit een verbintenis voort (bijv.
schenking)
b. Overige meerzijdige rechtshandelingen
● Bijv. meerdere partijen richten een NV op
Algemene vereisten voor een geldige eenzijdige rechtshandeling
1. Wil en verklaring moeten met elkaar overeenstemmen
● Art. 3:33 BW: ‘Een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil
die zich door een verklaring heeft geopenbaard’
2. Die persoon hebben bereikt
● Art. 3:37 lid 3 BW: ‘Een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring moet, om
haar werking te hebben, die persoon hebben bereikt’
➔ Ontvangsttheorie: een aanbod/aanvaarding heeft pas gelding als het bij
de andere partij is aangekomen (jo. 6:219 BW)
➔ Bereiken in de zin van ontvangen, en daar kennis van heeft kunnen
vernemen
➔ Risico-correctie: als het nog niet ontvangen komt door omstandigheden
die voor risico van B zelf komen, dan is er toch sprake van bereiken in de
zin van 3:37 lid 3 BW
3. Intrekking moet de persoon eerder dan of gelijktijdig met de ingetrokken verklaring
hebben bereikt
, ● Art. 3:37 lid 5 BW: ‘Intrekking van een tot een bepaalde persoon gerichte
verklaring moet, om haar werking te hebben, die persoon eerder dan of
gelijktijdig met de ingetrokken verklaring hebben bereikt’
Aanvullende vereisten voor een geldige meerzijdige rechtshandeling
De verbintenisscheppende overeenkomst (6:213 BW)
1. Aanbod en aanvaarding
● Art. 6:217 lid 1 BW: ‘een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de
aanvaarding daarvan’
➔ Dus; aanbod nodig dat voldoet aan 3:33 BW (wil en verklaring)
➔ Dus; aanvaarding nodig dat voldoet aan 3:33 BW (wil en verklaring)
2. Wilsovereenstemming
● Er moet sprake zijn van wilsovereenstemming tussen de partijen, hetgeen in de
regel zal blijken uit de met elkaar overeenstemmende verklaringen van partijen
Dus; aanbod en aanvaarding zijn eenzijdige gerichte rechtshandelingen die samengesmeed
kunnen worden tot de meerzijdige rechtshandeling: overeenkomst
Aanvullende vereisten die specifiek gelden voor een aanbod
De algemene vereisten die gelden voor een geldige eenzijdige gerichte rechtshandeling zijn hier
ook van toepassing
Aanvullend:
1. Aanbod met het oog op een juridisch bindende afspraak
2. Aanbod bevat (nog) niet de voornaamste elementen van de inhoud van een eventueel te
sluiten overeenkomst
3. Advertenties: glijdende schaal → niet alles wat te koop wordt aangeboden via een
advertentie, kwalificeert als een juridisch aanbod
● Aanbod van soortzaken door een onderneming (= juridisch aanbod)
● Aanbod van een specifieke zaak (of andere prestatie) door een particulier
➔ In beginsel een uitnodiging om in onderhandelingen te treden
➔ HR: Hofland/Hennis
Hoe kan een aanbod vervallen
1. Door tijdsverloop
● Art. 6:221 lid 1 BW
➔ Mondeling aanbod: niet onmiddellijk aanvaard
➔ Schriftelijk aanbod: niet binnen een redelijke termijn aanvaard
❖ afhankelijk van omstandigheden van het geval
❖ degene tot wie het aanbod is gericht moet enige tijd hebben
gekregen om na te denken over het aanvaarden van het aanbod
Art. 6:219 lid 1 BW
, ➔ Het aanbod bevat een termijn voor de aanvaarding
2. Door verwerping (art. 6:221 lid 2 BW)
● Met inbegrip van een afwijkende aanvaarding (art. 6:225 lid 1 BW)
3. Door herroeping (art. 6:219 BW)
● Maar; dan moet herroeping wel mogelijk zijn (regels in art 6:219)
Probleemgevallen
Een met de verklaring overeenstemmende wil ontbreekt
Als iemand beweert dan zijn wil niet overeenkwam met zijn verklaring kan hij zich in beginsel
beroepen op de ongeldigheid van de rechtshandeling
● Hij zal aannemelijk moeten kunnen maken dat er sprake is van een discrepantie tussen
zijn wil en verklaring
Bescherming voor de wederpartij
Art. 3:35 – Gerechtvaardigd vertrouwen
● Mocht B er in de gegeven omstandigheden vanuit gaan dat de wil van A overeenkwam
met de verklaring → Was B dus wel ter goede trouw?
Art. 3:11 BW – Goede trouw
● Eventuele onderzoeksplicht van B
➔ Is er sprake van een onverwachte wilsverklaring
➔ Is degene die de wilsverklaring heeft afgelegd de taal voldoende machtig
➔ Is er sprake van een rechtshandeling om baat of om niet
➔ Hoe nadelig is de rechtshandeling voor degene die de wilsverklaring heeft
afgelegd
● Afweging van alle feiten en omstandigheden van het geval
Als er sprake is van gerechtvaardigd vertrouwen heeft er alsnog een geldige rechtshandeling
plaatsgevonden
Uitzondering – HR: Westhoff/Spronsen
“De werkgeefster, hoezeer zij de betreffende uitingen als een ontslagneming heeft opgevat en
mocht opvatten, de werknemer toch niet aan die ontslagneming mag houden indien er niet aan
haar zijde sprake is van nadeel”
● Vooral van toepassing in situaties van hevige gemoedstoestand
Oordeel: geval wat hierin beschreven staat, deed zich in deze casus niet voor
Geestelijke stoornis
A heeft een verklaring afgelegd die niet in overeenstemming is met diens wil, onder invloed van
een geestelijke stoornis. Voor deze situatie biedt art. 3:34 BW een bijzondere regeling
Ratio art. 3:34 BW: oplossen van bewijsproblemen
A kan zich in beginsel beroepen op de ongeldigheid van de rechtshandeling