Samenvattend studieboek
Gebaseerd op academische artikelen en hoorcolleges
(Simunic, DeAngelo, Knechel, Peecher e.a.)
Jaar: 2026
Deel I – Fundamenten
1. Introductie auditing
, 2. Agency theory & Limperg
Deel II – Ethiek
3. Ethiek (Majoor)
4. Ethische perspectieven (Karssing)
5. VGBA
6. Onafhankelijkheid (ViO)
Deel III – Auditkwaliteit
7. Auditkwaliteit (overzicht)
8. Simunic
9. DeAngelo
10. Knechel
Deel IV – Risico & Strategie
11. Audit risk model
12. Business risk auditing
Deel V – Fraude
13. Fraude
Deel VI – Uitvoering
14. Audit evidence
15. Internal control
Deel VII – Rapportage
16. Audit reporting
17. Accountability
Deel VIII – Gedrag
18. Audit quality experience
19. Professional skepticism
20. Judgment & decision-making
Hoofdstuk 1: Introductie tot Auditing en
Assurance
,1.1 De rol van auditing in de maatschappij
In moderne economieën speelt vertrouwen een centrale rol. Investeerders,
kredietverstrekkers en andere belanghebbenden baseren hun beslissingen op financiële
informatie die door ondernemingen wordt gepubliceerd. Deze informatie vormt de basis voor
investeringen, kredietverlening en andere economische transacties. Zonder vertrouwen in
deze informatie zou het functioneren van markten ernstig worden belemmerd.
Tegelijkertijd ontstaat er een fundamenteel probleem: degene die de informatie opstelt (het
management) is niet dezelfde als degene die de informatie gebruikt (bijvoorbeeld
aandeelhouders). Dit leidt tot een situatie waarin belangen kunnen verschillen en waarin de
betrouwbaarheid van informatie niet vanzelfsprekend is. Management kan immers prikkels
hebben om de werkelijkheid gunstiger voor te stellen dan deze is.
In deze context ontstaat de behoefte aan een onafhankelijke partij die de betrouwbaarheid
van de financiële informatie beoordeelt. De auditor vervult deze rol. Door het uitvoeren van
een controle en het afgeven van een oordeel draagt de auditor bij aan het vertrouwen in de
financiële verslaggeving.
Auditing kan daarom worden gezien als een maatschappelijk mechanisme dat gericht is op
het vergroten van vertrouwen. Dit sluit aan bij het idee dat de accountant optreedt als een
“vertrouwensman van het maatschappelijk verkeer”, zoals ook in je studiemateriaal wordt
benadrukt .
1.2 Het begrip assurance
Om de rol van de auditor goed te begrijpen, is het belangrijk om het begrip assurance te
introduceren. Assurance verwijst naar een professionele dienst waarbij de betrouwbaarheid
van informatie wordt vergroot voor gebruikers.
Binnen een assurance-opdracht zijn altijd meerdere partijen betrokken. Allereerst is er de
verantwoordelijke partij, meestal het management, dat de informatie opstelt. Vervolgens is er
de auditor, die deze informatie beoordeelt. Tot slot zijn er de gebruikers, zoals
aandeelhouders of andere externe belanghebbenden, die op basis van deze informatie
beslissingen nemen.
Het doel van assurance is niet om absolute zekerheid te bieden, maar om onzekerheid te
verminderen. De auditor geeft daarom geen garantie dat de jaarrekening volledig foutloos is,
maar verstrekt een redelijke mate van zekerheid dat deze geen materiële afwijkingen bevat.
Dit onderscheid is essentieel en vormt de basis van veel misverstanden over het werk van
de auditor.
1.3 Wat doet een auditor eigenlijk?
, Het werk van de auditor wordt vaak verkeerd begrepen. In de praktijk bestaat auditing niet
uit het volledig controleren van alle transacties, maar uit het uitvoeren van een risico-
gebaseerde beoordeling van de financiële informatie.
De auditor richt zich op posten en processen waar de kans op fouten of fraude het grootst is.
Hierbij wordt gebruikgemaakt van steekproeven, analytische procedures en professionele
oordeelsvorming. Dit betekent dat auditing altijd gepaard gaat met onzekerheid en dat
volledige zekerheid onmogelijk is.
Het oordeel van de auditor is dan ook gebaseerd op het concept van redelijke zekerheid. Dit
houdt in dat de auditor voldoende en geschikte controle-informatie verzamelt om een
onderbouwde conclusie te trekken, maar niet elke individuele fout hoeft uit te sluiten.
Dit is een belangrijk punt voor het tentamen:
de auditor is geen garantsteller, maar een onafhankelijke beoordelaar.
1.4 Belanghebbenden bij auditing
Auditing vindt plaats in een netwerk van verschillende belanghebbenden, die elk hun eigen
perspectief hebben op de waarde van de controle.
Gebruikers van de jaarrekening, zoals investeerders, zijn primair geïnteresseerd in de
betrouwbaarheid van de informatie. Voor hen is auditkwaliteit vooral gerelateerd aan de
mate waarin fouten worden opgespoord en gerapporteerd. Dit perspectief wordt later verder
uitgewerkt in de theorie van DeAngelo.
Management daarentegen beschouwt auditing vaak als een onderdeel van het
verslaggevingsproces. Vanuit dit perspectief moet de controle toegevoegde waarde leveren,
bijvoorbeeld door risico’s te verminderen of het rapportageproces te verbeteren. Dit sluit aan
bij de benadering van Simunic, waarin auditing wordt gezien als een economische dienst die
waarde moet creëren .
Daarnaast spelen toezichthouders en beroepsorganisaties een belangrijke rol. Zij bewaken
de kwaliteit van de controle en stellen regels op om het publieke vertrouwen te beschermen.
Deze verschillende perspectieven maken duidelijk dat auditing een complex en veelzijdig
fenomeen is.
1.5 Auditkwaliteit: een eerste verkenning
Auditkwaliteit is een centraal begrip binnen de auditingliteratuur, maar kent geen eenduidige
definitie. In algemene zin kan worden gesteld dat auditkwaliteit betrekking heeft op de mate
waarin de controle bijdraagt aan de betrouwbaarheid van financiële informatie.
Verschillende partijen kijken echter anders naar auditkwaliteit. Gebruikers leggen de nadruk
op het detecteren en rapporteren van fouten, terwijl management meer aandacht heeft voor
de kosten en baten van de controle. Toezichthouders richten zich vooral op naleving van
standaarden en het functioneren van het controlesysteem als geheel.