1. Recht en Rechtswetenschap
Het rechtsfenomeen
(Moreel & Rationeel)
1) Belang van het recht
• Alomtegenwoordig
• In elke fase van ons leven
• Confrontatie
2) Normenstelsels in onze samenleving
• Rechtsregels
Vb. Snelheidslimiet
• Sociale regels
o Ongeschreven
o Beoordeling gedrag
o Rekening houden met anderen?
o Etiquette
Vb. Fooi
• Morele regels
Vb. Niet kussen met lief van vriendin
• Godsdienstige regels
Vb. Zondag = rustdag
3) Kenmerken van het recht
• Rationeel
De iure ↔ de facto
• Specifieke begrippen
Soms archaïsch
Vb. misdrijf: - overtreding – wanbedrijf (slagen en verwondingen, diefstal) – misdaad (moord,
brandstichting)
• Opgelegd door overheid
➔ Rechtsbedeling (= oordeel uitspreken en recht geven)
➔ Sancties
➔ Verbod op eigenrichting (= men kan zelf niet sanctioneren)
• Afdwingbaar
Langs instellingen
• Ter ORDEning van de maatschappij
➔ Rechtvaardigheid & Rust
4) Rechtsgeschiedenis
• Evolutie
➔ Samenleving complexer
➔ Ontstaan Handel
• Invloed van rechtsfiguren uit het verleden
o Napoleon: consensualisme, meerdere wetboeken, …
o Romeins Recht: formalisme, Trias Politica, …
1
, 5) Rechtsfilosofie
• Rechtspositivisme
o Formele bronnen
o Legaliteit = gerechtigheid (waardeneutraal)
o Dura lex, sed lex
• Natuurrechtsleer
o Afgeleid uit de natuur van de mens
o Hoger recht: God, Algemene universele beginselen …
• Sociaal contract
o Locke vs. Hobbes: geen absoluut heersersrecht!
• Trias politica
o Wetgevende macht
o Uitvoerende macht
o Rechterlijke macht
6) Rechtstelsels
• Civiel recht
• Common law
➔ Recht vs. Rechtvaardigheid
Vb. Procedurefout
2. Basisbegrippen
• Norm ↔ Wet
• Norm = gedragsvoorschrift met algemeen, bindend karakter
• Wet = norm uitgaand van een daartoe bevoegde overheid
• Dwingend ↔ Aanvullend
• Aanvullende regels = mag van afgeweken worden
• Dwingende regels = niet afwijken!
• Gewoon dwingend ↔ Openbare orde
• Gewone dwingende normen= om particuliere belangen te beschermen
o Sanctionering: op aanvraag
• Normen van openbare orde = basisprincipes van het rechtssysteem
o Openbaar ministerie treedt zelf op bij overtreding
• Rechtsobject ↔ Rechtssubject
• Rechtsobject = voorwerp
• Rechtssubject = drager van rechten en plichten, kan gesanctioneerd worden
• Rechtssubjecten: Natuurlijke persoon ↔ Rechtspersoon
• Natuurlijke = mens van vlees en bloed, van geboorte tot dood
• Rechtspersoon = juridische fictie (organen)
• Rechtsbekwaam ↔ Handelingsbekwaam
• Rechtsbekwaamheid = rechten en plichten hebben, genotsbekwaam
• Handelingsbekwaam = rechten en plichten kunnen uitvoeren en afdwingen
2
, • Rechtshandeling ↔ Rechtsfeit
• Rechtshandeling = een daad stellen met de bedoeling de gevolgen ervan te bereiken
o Daden van genot/behoud (feitelijke handelingen)
o Daden van beheer/bestuur (tijdelijke beslissingen)
o Daden van beschikking (definitief verwijderen)
• Rechtsfeit = gevolgen worden eraan gekoppeld door het recht, er was geen bedoeling
Vb. Verkeersongeval
2. Indeling van het recht
A. Publiekrecht
= Verticale verhoudingen tussen overheden en rechtssubjecten, of overheidsinstellingen
onderling
• Internationaal publiekrecht
= ‘Volkerenrecht’
= Regels over de verhoudingen tussen nationale staten
• Nationaal publiekrecht
• Grondwettelijk recht (=constitutioneel)
Regels ivm staatsstructuur
• Administratief recht (=bestuursrecht)
Regels ivm bestuur of uitvoerende macht
- Algemeen administratief recht
- Fiscaal recht (=belastingrecht)
- Sociale zekerheidsrecht
- Ambtenarenrecht
- Vergunningenrecht
• Strafrecht
De overheid is drager van een geweldmonopolie
• Procesrecht
Regels ivm samenstelling en werking van de rechtbank
B. Privaatrecht
= Horizontale verhoudingen tussen rechtssubjecten
• Internationaal privaatrecht
➔ Bij grensoverschrijdende problemen
• Nationaal privaatrecht
• Burgerlijk recht
o Personen- en familierecht
Vb. bepalen van familienaam
o Familiaal vermogensrecht
Vb. erfenis
o Zakenrecht
Vb. huis kopen (eigendom vs. Vruchtgebruik)
o Algemeen verbintenissenrecht
3
, Vb. aankoop bij bol.com
o Bijzondere overeenkomsten
• Arbeidsrecht
Vb. jobstudent (50 dagen)
• Consumentenrecht
Vb. recht op terugsturen, juiste info op verpakking
• Handelsrecht
Vb. bakker
3. Nationale rechtsorde
1) Grondbeginselen
• Absolutistische staat ↔ Rechtsstaat
o Absolutistisch = De vorst beschikt over volledige regerende autoriteit
o Rechtsstaat = De macht wordt gereguleerd en beperkt door het recht
▪ geldt voor iedereen, ook voor gezagsdragers
▪ Nulla poena sine lege
▪ Scheiding der machten
▪ Parlementaire democratie (Vb. België)
• Scheiding der machten (Trias politica, Checks and balances)
• De verschillende staatsvormen
• Eenheidsstaat
➔ Macht bij centrale overheid
o Decentralisatie = overhevelen van taken en bevoegdheden naar een lager niveau van
bestuur: bestuurlijk toezicht
(macht wordt evenredig verdeeld over gelijkwaardige rechtspersonen)
o Deconcentratie = overhevelen van bevoegdheden van overheid naar lagere instanties die
geen rechtspersoonlijkheid bezitten: hiërarchisch gezag
Vb. provinciegouverneur
4