Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Toetsdoelen Opvoeden in ontwikkeling

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
80
Geüpload op
16-04-2026
Geschreven in
2025/2026

Dit zijn de uitgewerkte toetsdoelen van de owe Opvoeden in ontwikkeling, waarmee je zeker weten een goed cijfer behaald! Het eerste deel (1a1 t/m 3c4) is het onderdeel levenslooppsychologie/ontwikkelingspsychologie, die ik heb uitgewerkt volgens het boek Levensfasen en de colleges. Het tweede deel (4a1 t/m 6c1) is het onderdeel pedagogiek, die ik heb uitgewerkt volgens het boek Inleiding in de pedagogiek en de colleges. Voor de rest zijn er een paar hoofdstukken uit het boek Christelijke pedagogiek als handelingswetenschap en de bijbehorende artikelen gebruikt. Op het einde staat nog extra informatie uit hst 9 van Inleiding in de pedagogiek, wat ook op het tentamen kan komen.

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Toetsdoelen Opvoeden in ontwikkeling
1a1 Je weet wat de begrippen groei, rijping en leren inhouden
Bij ontwikkelingspsychologie gaat het altijd om het ontstaan van nieuwe vermogens;
verbeteringen. Daarom is er in/na de volwassenheid geen sprake meer van ontwikkeling en
heet het levenslooppsychologie. Bij ontogenese (ontwikkeling van het specifieke individu)
speelt de interactie met de omgeving (moeder) een belangrijke rol en bij fylogenese
(ontwikkeling van de soort) meer de soort, erfelijkheid.

De (prenatale) ontwikkeling van de mens is afhankelijk van de onderstaande 3 factoren:

 Groei: een toename van cellen, lengte en gewicht. De mate van groei is in sterke mate
erfelijk bepaald. Factoren uit de omgeving hebben een beperkte invloed op het
groeiproces.
 Rijping: het vervullen van nieuwe functies en is een lichamelijk of fysiologisch proces.
‘Vaste’ veranderingen van binnenuit; ‘nature’. De rijping wordt beïnvloed door de erfelijke
factoren (daar onder vallen zowel fysieke kenmerken als psychologische factoren). Het
wordt niet of nauwelijks beïnvloed door de omgeving.
 Leren: veranderingen op basis van (externe) ervaringen; ‘nurture’/omgevingsinvloeden.
Er zijn aanwijzingen dat er stoornissen in het leren kunnen optreden door het gedrag van
de moeder tijdens de zwangerschap (roken, drinken, drugsgebruik). Deze stoornissen zijn
dan niet direct het gevolg van een tekort aan intelligentie, oftewel aanleg, maar hebben
te maken met de rijping van het zenuwstelsel.

1b1 Je kent het ontwikkelingsverloop van het ongeboren kind per trimester
De menselijke biologische ontwikkeling begint bij de conceptie/bevruchting. De zygote
(bevruchte eicel) deelt zich met een hoge frequentie in een paar dagen tot een morula
(moerbei). Na een week zijn er 100 tot 150 cellen, waaruit de placenta (moederkoek), de
navelstreng en de vliezen ontstaan.

Het eerste trimester (wk 1-12): de bevruchte eicel bevat alle componenten voor de
ontwikkeling, ook voor de vorming en de timing van de ontwikkeling van het centrale
zenuwstelsel, het hart en elk ander orgaan en weefsel dat nodig is om te kunnen leven.

 Germinale fase: eerste 2 weken, waarin de innesteling plaatsvindt van de bevruchte
eicel in de baarmoeder of uterus en waarin de celdeling van de zygote plaatsvindt.
 Tweede periode: de volgende 6 weken ontwikkelen zich het centrale zenuwstelsel, de
ogen, het hart, de oren, de tanden, het gehemelte en de externe genitaliën. Vanaf de 3 e
week van de zwangerschap begint het brein zich te vormen. Net boven de wervelkolom
ontstaat het achterbrein/hersenstam, waarin de kleine hersenen gaan groeien. Later
ontstaat daaruit ook het middenbrein en voorbrein. De eerste 3 maanden zijn zeer
bepalend voor de verdere ontwikkeling van de ongeboren mens. Na negen weken is het
embryo zo’n 2 centimeter groot met alle menselijke lichaamsvormen die al te herkennen
zijn. Na 12 weken is de structurele uitbouw van het organisme volledig bereikt en spreek
je van een foetus. De 2 periodes van dit eerste trimester: embryonale fase.

Het tweede trimester (van 4e tot 7e maand/± wk 13-27): de foetus gaat allerlei
bewegingen maken. De afzonderlijke bewegingen van handjes, hoofdje en voetjes zijn goed
te onderscheiden rond 21 weken na de conceptie. In deze maanden ontwikkelen zich de
meeste reflexen, die o.a. informatie geven over het functioneren van de hersenen. Aan het
einde van de 5e maand zijn bijna alle hersencellen aangemaakt die het kind na de geboorte

,nodig heeft. Bewegen neemt weer wat af en er worden complexere functies zoals zintuigen
ontwikkeld.

Het derde trimester (vanaf wk 28): kenmerkt zich vooral door een snelle
gewichtstoename van de foetus, waardoor de foetus zich nu steeds moeilijker kan bewegen
in de uterus en een vastere positie gaat innemen (meestal met het hoofd naar beneden). De
laatste maanden voor de geboorte kan de foetus allerlei externe prikkels onderscheiden
(harde muziek met hoge tonen, licht en donker zien, smaken onderscheiden; voorkeur voor
zoet).

1b2 Je kent de 8 reflexen die een ongeboren kind heeft en die in de loop van de
ontwikkeling ook weer verdwijnen
Reflexen: onbewuste en automatische fysiologische reacties op prikkels en veranderingen
in de omgeving. Het zijn de eerste bewegingen die een mens kan maken, naast het kloppen
van het hart. Aan reflexen kunnen we zien of het centrale zenuwstelsel naar behoren
functioneert. Reflexen worden bestuurd door de hersenstam. Dat de reflexen weer
verdwijnen is noodzakelijk, omdat ze doelgerichte bewegingen op ongelegen momenten
zouden kunnen verstoren.

1. Zoek- en hapreflex: als iemand met de vinger over de wang van een pasgeborene
strijkt, zal het zijn/haar hoofd naar je vinger toedraaien. Effectieve reflex, want zo wordt
ook de tepel gezocht bij borstvoeding.
2. Loopreflex: als je een neonaat (tot 30 dagen) onder de armen rechtop houdt met de
voeten op een hard oppervlak, zal het beentje opgetrokken worden. Beweging verdwijnt
met 6 maanden.
3. Mororeflex: als een baby schrikt, opent hij de vingers en de armen en spreidt hij de
benen. Vervolgens worden de armen met een zwaai naar voren gebracht, alsof het kind
iemand wil omhelzen (oertijd). Mond wordt daarbij geopend en gesloten. Daarna begint
de baby vaak te huilen. Het ontstaat tussen de 9 en 12 weken voor de geboorte en
verdwijnt 2 tot 4 maanden na de geboorte. Als deze schrikreflex niet kan worden
opgeroepen na de geboorte, kan dat duiden op een hersenafwijking.
4. Babinskireflex: bij het met een voorwerp strijken over de voetzool richt de grote teen
zich op en spreiden de andere tenen zich. Het is mogelijk een soort grijpreflex van de
voeten, die in elk geval moeten worden vervangen door de voetzoolreflex wanneer het
kind moet leren lopen. De reflex ontstaat na de geboorte en verdwijnt dus tussen het 1 e
en 2e jaar.
5. Palmaire reflex/grijpreflex: de vingers sluiten zich stevig bij een lichte aanraking van
de palm van de hand (erg sterk reflex; na geboorte zou je baby kunnen optillen). Deze
reflex ontstaat in de 11e week voor de geboorte en verdwijnt langzaam tussen de 2e en 9e
maand na de geboorte.
6. Asymmetrische tonische nekreflex: het hoofd dat naar één kant buigt, roept het
strekken van het been en de arm aan dezelfde kant van het hoofd op. Deze reflex
ontstaat in de 18e week voor de geboorte en verdwijnt tussen de 3e en 9e maand na de
geboorte.
7. Spinale galant reflex: bij stimulatie van de buik of rug roteert of buigt het
ruggenmergkanaal 45 graden naar de gestimuleerde kant. Het ontstaat in de 20 e week
voor de geboorte en verdwijnt tussen de 3e en 9e maand na de geboorte. Deze
reflexbeweging is nodig om door het geboortekanaal te kunnen komen.
8. Zuigreflex: bij een lichte aanraking van de wang of mondrand draait het hoofd in de
richting van de stimulus en gaat de mond open met een uitgestoken tong als anticipatie

, op het zuigen. Dit reflex ontstaat tussen de 24e en 28e week voor de geboorte en
verdwijnen tussen de 3e en 4e maand na de geboorte.
9. Tonische labyrint reflex voorwaarts: bij het voor- en achterwaarts bewegen van het
hoofd buigt het hoofd boven en onder het niveau van de ruggengraat door. De
voorwaartse reflex is een buiging en manifesteert zich als het hoofdje door de uterus
naar voren wordt gebracht in een foetusligging. De achterwaartse reflex is een strekking
en komt tevoorschijn als het kind de spildraai naar achteren moet maken, waardoor de
armen en benen zich strekken en de geboorte kan plaatsvinden. Deze reflex ontstaat
rondom de bevalling en verdwijnt in de 3e tot 4e maand na de geboorte.

1b3 Je kent de verschillende opvattingen over het bewustzijn en of dat bij een
(ongeboren) kind aanwezig is

 De leertheoretische of behavioristische visie: de mens is na de geboorte een
onbeschreven blad en wordt bepaald door leerervaringen. Volgens deze visie is het
aannemelijk dat de mens voor de geboorte al enigszins wordt geconditioneerd door zijn
prenatale ervaringen; dit zou verklaren dat de ene mens bijv. rustiger of angstiger is na
de geboorte dan de andere.
 De biologische visie: interne of erfelijke factoren bepalen de mens. Volgens deze visie
is het niet aannemelijk dat er sprake is van een prenataal bewustzijn bij deze interne
factoren, hoewel bepaalde reacties op die factoren kunnen worden geregistreerd. Deze
reacties kunnen ook als onbewust worden beschouwd.
 De omgevingspsychologische visie: volgens welke de mens wordt bepaald door de
wisselwerking tussen de sociale en de ruimtelijke/materiële omgeving: verschillen in
hartslag zouden kunnen duiden op een beperkte vorm van besef of geweten.
 De cognitivistische visie: waarbij de informatieverwerking en de zelfsturing van de
mens bepalend zijn. Bij deze visie wordt bewustzijn aan het vormen van geheugen
gekoppeld. Er is voor de geboorte nog geen sprake van bewuste geheugenvorming of
geheugenstrategieën.
 De psychoanalytische visie: volgens welke de biologische aanleg en de
opvoedingservaringen in de eerste levensjaren bepalend zijn voor de psychoanalytische
stroming is er wel sprake van een vorm van besef in de baarmoeder. Later wordt dat
besef weer vergeten en opgeslagen in het onbewuste.
 De humanistische visie: volgens welke de individuele belevingen, de ruimte voor de
noodzakelijke zelfontplooiing en de eigen verantwoordelijkheid bepalende factoren zijn.
Deze stroming is een mix van o.a. de psychoanalyse en het behaviorisme.
 De bio-ecologische visie: naarmate een kind meer in aanraking komt met invloeden
van buiten, geeft het zelfbewust vorm aan zijn of haar ontwikkeling.

Ook de definitie van het bewustzijn verschilt aanzienlijk per visie. De cognitieve
wetenschapper Gazzaniga beschrijft het bewustzijn als een vorm van zelfbewustzijn. Anderen
zien het bewustzijn als zijnde verbonden aan het geheugen. De evolutionaire visie van Vroon
benadrukt de relatie tussen taal en bewustzijn. Een aanwijzing voor deze relatie zou kunnen
zijn dat mensen zich zelden iets weten te herinneren van vóór de periode dat zij redelijk
konden spreken. Dit zou erop kunnen duiden dat in de uterus geen sprake kan zijn van enige
vorm van bewustzijn. De biologisch georiënteerde Eccles gaat ervan uit dat bewustzijn iets
onstoffelijks is, dat gescheiden van ons biologische ‘ik’ bestaat en causaal bepaalt welke
neuronen/zenuwcellen signalen afgeven en welke niet. Volgens de psychoanalyse wordt de
ontwikkeling van het onbewuste, waarin ervaringen zijn vastgelegd, bepaald door de eerste
2 levensjaren.

, 1b4 Je weet wat teratogenen zijn en kent de belangrijkste middelen waarvan het
effect op prenatale ontwikkeling bekend is
Teratogenen zijn stoffen in middelen, infecties op fysieke factoren die van buiten komen en
een schadelijke invloed hebben op de prenatale ontwikkeling. Er zijn verschillende
teratogenen te onderscheiden:

 Alcohol- en/of drugsgebruik: zelfs matig roken en drinken kan tijdens de
zwangerschap een negatief effect kan hebben: lager geboortegewicht of minder alert
reageren na de geboorte. FAS = Foetaal Alcoholsyndroom. Daarnaast weten we dat de
foetus kan stoppen met ademen als de moeder te veel rookt. Dit is een paradoxale
reactie op zuurstofgebrek, want je verwacht dat hij juist dieper zal gaan ademen, zoals na
de geboorte dient te gebeuren in zulke situaties. Zuurstofgebrek of hypoxie is mogelijk
verantwoordelijk voor de wiegendood of Sudden Infant Death (SID); pasgeborene geeft
geen juiste reactie op het zuurstofgebrek. Alcoholverslaving bij de moeder kan effecten
zoals ogen die wijd uiteen staan, een geestelijke groeiachterstand en te kleine
hersenen/microcefalie veroorzaken.
Een drugsverslaafde moeder geeft via de baarmoeder in 60 tot 90% van de gevallen de
heroïne en methadon door aan het kind. De baby wordt dan met
onthoudingsverschijnselen geboren.
 Medicijngebruik: langdurig gebruik van medicijnen kan leiden tot ernstige lichamelijke
afwijkingen van het embryo. Zoals softenon en diethylstilbestrol (DES). Softenon bleek
misvormingen in de ontwikkeling van baby te veroorzaken (ontbrekende of
onderontwikkelde ledematen en organen). DES is een kunstmatig vrouwelijk hormoon
(oestrogeen), het werd voorgeschreven aan vrouwen en zou miskramen voorkomen. Maar
de dochters van de vrouwen die het hadden geslikt tijdens hun zwangerschap bleken
later minder snel zwanger te kunnen worden en eerder een miskraam of premature baby
te krijgen. Ook hebben ze een verhoogde kans op baarmoederhalskanker.
 Ondervoeding: kan leiden tot neurologische afwijkingen bij het kind. Het heeft effect op
de ontwikkeling van de hersenen, bijv. corpus callosum/hersenbalk, verbindt de 2
hersenhelften met elkaar en zorgt zo voor het leggen van noodzakelijke verbanden
tussen verschillende binnenkomende prikkels.
 Chemicaliën en stralingsgevaar: het is wel bekend dat bij zeer hoge concentraties
lood en polychloorbifenyl incidenteel gevallen van vergiftiging zijn opgetreden.
Radioactieve straling bereikt de foetus rechtstreeks. 28% van de vrouwen die zwanger
waren toen er een atoombom ontplofte kreeg een abortus. 25% van de pasgeboren
kinderen stierf in het eerste levensjaar en de overige levende kinderen hadden een
afwijking in het centrale zenuwstelsel. Zelfs de geringe hoeveelheid straling die bij een
röntgendiagnostiek en het bestralen van tumoren voorkomt, kan bij een ongeboren mens
al afwijkingen veroorzaken.
 Ongelukken: verwonding van de aanstaande moeder wordt gedeeltelijk door het
vruchtwater opgevangen, maar kan ook leiden tot een vroeggeboorte of een
beschadiging van de foetus.
 Te kleine placenta: de ontwikkeling van de foetus kan nadelig worden beïnvloed,
vanwege de verminderde toevoer van zuurstof en voedingsstoffen.
 Infectieziekten: een op zich onschuldige ziekte van de aanstaande moeder, zoals
rodehond of rubella, leidt in de eerste maand van de zwangerschap in 50% van de
gevallen tot afwijkingen bij de geboorte. Vrouwen die besmet zijn met het hiv moeten
voor ze zwanger worden ontstekingsremmers slikken, zodat het virus niet wordt
overgedragen op de baby. De geslachtsziekte syfilis kan de baby pas met 4 maanden

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
16 april 2026
Bestand laatst geupdate op
22 april 2026
Aantal pagina's
80
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$9.40
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
NP2008

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
NP2008 Hogeschool Viaa
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
6 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
5
Laatst verkocht
-

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen