RGBPR10005
Inhoudsopgave
Week 1 – Inleiding burgerlijk procesrecht en bevoegdheid...............................3
Hoofdstuk 1 – Inleiding burgerlijk procesrecht en bevoegdheid......................................3
Hoofdstuk 2 – Artikel 6 EVRM en algemene voorschriften...............................................4
Hoofdstuk 3: De rechterlijke macht en haar bevoegdheid..............................................6
Hoofdstuk 4: Partijen, advocaten en deurwaarders......................................................10
Arresten week 1............................................................................................................ 10
Schook/Vergeer......................................................................................................... 10
Eisers/Gemeente De Bilt............................................................................................ 11
HR Kalimijnen............................................................................................................ 11
Week 2 – Dagvaarding en procesverloop........................................................12
Hoofdstuk 5: De Dagvaarding.......................................................................................12
Hoofdstuk 6: Het verloop van de rechtbankprocedure (afdeling civiel recht)...............15
Hoofdstuk 8: samenvoeging van rechtsvorderingen.....................................................17
Hoofdstuk 12: Het kort geding......................................................................................18
Arresten week 2............................................................................................................ 20
HR Siedsma/Reeks..................................................................................................... 20
HR Briefadres............................................................................................................ 20
HR Anticipatie-arrest................................................................................................. 20
HR Van der Zwan q.q./Dompeling..............................................................................20
HR M’Barak/Van der Vloodt.......................................................................................21
HR Kloes/Fransman.................................................................................................... 21
Week 3: Bewijs en vonnis..............................................................................21
Hoofdstuk 7: De bewijslevering....................................................................................21
Hoofdstuk 9: Het vonnis................................................................................................ 24
Arresten week 3............................................................................................................ 27
HR Ongeval St. Oedenrode........................................................................................27
HR Omkeringsregel-arrest......................................................................................... 27
HR Schriftelijke getuigenverklaring-arrest.................................................................28
HR Eigen haard.......................................................................................................... 28
HR V/W c.s................................................................................................................. 28
HR Eisers/Gem. Borger-Odoorn..................................................................................29
HR IV/SRLEV.............................................................................................................. 29
Week 4: Verzoekschriftprocedure..................................................................29
Hoofdstuk 13: De verzoekschriftprocedure...................................................................29
Arresten week 4............................................................................................................ 36
1
, HR Waarheidsplicht-arrest......................................................................................... 36
Week 5: Rechtsmiddelen...............................................................................36
Hoofdstuk 10: De rechtsmiddelen.................................................................................36
Arresten week 5............................................................................................................ 41
HR Wertenbroek q.q./Erven van Vlerken....................................................................41
HR Shamshun/Mahuko............................................................................................... 41
HR Montis/Goossens.................................................................................................. 42
HR Rechtsmiddelverbod-arrest..................................................................................42
HR Marba/Salling....................................................................................................... 42
Week 6 – Beslag- en executierecht................................................................43
Hoofdstuk 16: Hoofdzaken van de executie, het beslag en de zijdelingse
dwangmiddelen............................................................................................................ 43
Hoofdstuk 17: Executoriaal beslag................................................................................49
Hoofdstuk 18: Conservatoor beslag..............................................................................62
Arresten week 6............................................................................................................ 67
HR Ajax/Reule............................................................................................................ 67
HR Ontvanger/De Jong q.q......................................................................................... 67
HR Kempkes/Samson................................................................................................. 68
HR De Zeester........................................................................................................... 68
2
,Week 1 – Inleiding burgerlijk procesrecht en bevoegdheid
Hoofdstuk 1 – Inleiding burgerlijk procesrecht en bevoegdheid
Hoofddoel burgerlijk procesrecht = het tegengaan van eigenrichting
van burgers, dus het voorkomen dat burgers op eigen gelegenheid en
zonder tussenkomst van de overheid hun (vermeende) burgerrechtelijke
rechten proberen af te dwingen.
Eigenlijke rechtspraak de rechter buigt zich over geschillen tussen
meerdere partijen die betrekking hebben op vermogensrecht, ook wel
contentieuze rechtspraak. Rechter treedt op als geschillenbeslechter,
doorgaans met via een dagvaardingsprocedure.
Oneigenlijke rechtspraak betreft gevallen waarin geen sprake is van
een geschil tussen partijen, ook wel voluntaire jurisdictie. Deze zaken gaan
doorgaans via een verzoekschriftprocedure. Gaat hierbij veelal om
voorzieningen waarbij de rechter een uitspraak doet met een overwegend
administratief karakter, zoals adoptie, benoeming van een voogd of
ondercuratelestelling.
Verschillen dagvaardingsprocedure en verzoekschriftprocedure
Dagvaardingsprocedure Verzoekschriftprocedure
Begint met dagvaarding die door Start met een verzoekschrift die
deurwaarder wordt uitgebracht om wordt ingediend bij de griffie.
tegenpartij op te roepen om voor
de rechter te verschijnen + eis en
gronden.
Relatieve bevoegdheid rechter: Relatieve bevoegdheid rechter:
woonplaats gedaagde (in beginsel). woonplaats verzoeker (in beginsel).
Art 99 lid 1 Rv. Art 262 sub a Rv.
Gedaagde reageert schriftelijk op Verweerder kan schriftelijk
dagvaarding = conclusie van reageren d.m.v. verweerschrift.
antwoord. Vervolgens mondelinge Verzoek wordt ter zitting
behandeling (zitting). Mogelijkheid behandeld. Uitspraak is een
tot repliek en dupliek. Uitspraak is beschikking.
een vonnis.
Vorderen/vordering Verzoeken/verzoek
Rechtsvordering = een eis bij de rechter, nodig om een oordeel te
krijgen. De partij doet dit omdat zij denkt recht te hebben op iets volgens
het materiële recht.
Dit wordt ook wel een in het materiële recht geworteld subjectief recht
genoemd.
Als iemand een subjectief recht heeft, dan heeft hij/zij in beginsel een
vorderingsrecht.
Materieel procesrecht = bevoegdheden als dagvaarden, verweer voeren,
rechtsmiddelen instellen en executeren.
Formeel procesrecht = de daarbij in acht neming van vorm- en
termijnvoorschriften.
3
, Art. 6 EVRM eenieder heeft recht op toegang tot de civiele rechter
(hieronder valt niet de toegang tot de hogere rechter).
- Er zijn 2 gevallen waarin de rechter niet tot een inhoudelijke
behandeling dient over te gaan:
o Belangvereiste art. 3:303 BW = zonder voldoende belang
komt niemand een rechtsvordering toe. Hieronder valt het
geval dat een partij met het processuele middel dat zij inzet in
praktische zin niets meer opschiet.
o Misbruik van bevoegdheid art 3:13 BW = bijv. hoger
beroep instellen met als doel om de wederpartij hinder toe te
brengen. Kan een onrechtmatige daad opleveren met
schadevergoeding. Daarnaast kan de uitoefening van een
bepaald recht worden tegengehouden.
Hoofdstuk 2 – Artikel 6 EVRM en algemene voorschriften
Beginsel van het burgerlijk procesrecht:
1. Fundamentele eisen normen die als zo wezenlijk beschouwd
worden dat afwijking niet of alleen in bijzondere gevallen is
toegestaan. De belangrijkste is het beginsel van hoor en
wederhoor art. 19 Rv
2. Functionele eisen regels die zijn ingericht voor een behoorlijk en
goed functionerend procesrecht.
Art. 6 EVRM fundamentele eisen voor een behoorlijk proces. Als
nationaal recht in strijd is met het artikel, kan de nationale wet buiten
toepassing worden gelaten.
Art. 6 EVRM en de uitleg daarvan door het EHRM heeft interne
werking en daarmee voorrang boven strijdige nationale regeling (art.
92-95 GW).
Een beperking is dat burgers het artikel enkel kunnen inroepen
tegen de overheid en niet tegen andere burgers = horizontale
werking.
Veel eisen vanuit art. 6 EVRM zijn omgezet in nationaal recht en zijn terug
te vinden in art. 19-35 Rv. Voorschriften die uit art. 6 EVRM zijn af te leiden
zijn onder andere:
- Hoor en wederhoor art. 19 Rv
Er mogen geen gegevens aan een beslissing ten grondslag liggen
waar (1 van beide) partijen zich niet over heeft kunnen uitlaten
(m.u.v. algemene bekendheid).
Bijbehorend arrest = Schook/Vergeer
- Het waken van de rechter tegen onredelijke termijn art. 20 Rv
- Openbaarheid van de behandeling art. 27 Rv
- Openbaarheid van de uitspraak art. 29 Rv
- Motivering van de uitspraak art. 30 Rv
Recht op oral hearing mondelinge toelichting ten overstaan van de
behandelde rechter(s) die vonnis wijzen.
4