Samenvatting Strafrecht 3
Inhoudsopgave
Week 1.......................................................................................................... 2
Hoofdstuk 1: Inleiding..................................................................................................... 2
Hoofdstuk 2: Gang en karakter van het Nederlandse strafproces...................................4
Hoofdstuk 3: Het EVRM................................................................................................... 8
Hoofdstuk 7: De raadsman en de verdachte.................................................................10
Hoofdstuk 9: Vooronderzoek......................................................................................... 15
Hoofdstuk 10: De dwangmiddelen (paragraaf 10.1 en 10.2).........................................19
Week 2........................................................................................................ 21
Hoofdstuk 5: De rechter en toegang hiertoe.................................................................21
Hoofdstuk 6: Het OM en vervolging..............................................................................23
Hoofdstuk 8: Slachtoffer............................................................................................... 25
Hoofdstuk 11: Het voorarrest........................................................................................ 27
Week 3 – Dagvaarding en tenlastelegging.....................................................31
Hoofdstuk 12: De tenlastelegging en de dagvaarding..................................................31
Hoofdstuk 13: Onderzoek ter terechtzitting..................................................................36
Week 4 – Bewijs(recht).................................................................................42
Hoofdstuk 14: Bewijs.................................................................................................... 42
Week 5 - Bewijsuitsluiting.............................................................................52
Hoofdstuk 15: Sanctioneren van onregelmatigheden...................................................52
Week 6 – Vonnis en motivering......................................................................58
Hoofdstuk 16: Vonnis van de rechter............................................................................58
,Week 1
Hoofdstuk 1: Inleiding
Begrippen:
- Materieel strafrecht welke strafbare feiten zijn er en met welke
straffen kunnen zij worden bestraft.
- Strafprocesrecht procedureregels die aangeven door wie en op welke
wijze moet worden vastgesteld dat een bepaalde burger de wet heeft
overtreden en wat daarvan de consequenties moeten zijn.
- Advocaat-Generaal OvJ in hoger beroep.
- De rechter-commissaris een rechter die is aangewezen door de
president van de rechtbank om tijdens het opsporingsonderzoek, dat door
de politie plaatsvindt, beslissingen te nemen over zaken waarvoor de OvJ
geen bevoegdheden heeft.
Hoofddoel strafproces verzekeren van een juiste toepassing van het
materiële strafrecht. Dat is tweeledig:
1. Bestraffen van schuldigen (die strafwet hebben overtreden).
2. Voorkoming van de bestraffing van onschuldigen.
Veel straf processuele voorzieningen hebben een waarborgkarakter. 1 van deze is
het toekennen van het recht aan verdachte om zicht te verdedigen.
Verdediging verkleint de kans op onjuiste beslissingen. In NL dubio pro
reo-beginsel = verdachte krijgt het voordeel van de twijfel. Rechter mag
het feit o.g.v. art. 338 Sv alleen bewezen verklaren als hij zelf de
overtuiging heeft bekomen dat het feit door de verdachte is begaan
(=onmiddelijkheidsbeginsel).
Voorkoming van bestraffen onschuldige weegt dus zwaarder.
Bijkomende doelen strafproces:
- Eerbiediging rechten en vrijheden van verdachte
o Voorkomen moet worden dat de strafrechtelijke vervolging een
disproportionele inbreuk maakt op de vrijheid van de betrokken
burger.
Zwijgrecht en cautie (= verdachte moet op zwijgrecht worden
gewezen, art. 29 Sv). Niet meewerken aan eigen veroordeling
(= nemo tentur). Ook limitering voorarrest.
- Eerbieding rechten en vrijheden andere betrokken
o Bijv. huiszoekingen bij andere betrokkenen tijdens het onderzoek.
voorkomen moet worden dat de inbreuk die op het huisrecht wordt
gemaakt, disproportioneel is.
Beperking getuigplichten, slachtoffer als benadeelde partij
(leed dat slachtoffer door strafbare feit is aangedaan, kan
vergroot worden door wijze waarop de zaak door autoriteiten
wordt afgehandeld).
- Procedurele rechtvaardigheid
o Recht op laatste woord en spreekrecht slachtoffer (als slachtoffer je
zegje doen en verdachte laten weten wat voor gevolgen het
strafbare feit heeft gehad. Slachtoffer mag zich uitlaten over het
bewijs en strafmaat).
- Demonstratiefunctie
o Terechtzitting dient openbaar te zijn. Dit maakt publieke controle op
berechting mogelijk en vormt daarmee een waarborg tegen
willekeurige bestraffing.
, o Not only must Justice be done, it must also be seen to done =
openbare strafproces maakt zichtbaar dat de overheid zwaar tilt aan
het plegen van strafbare feiten een daarvan werk maakt.
Waarheidsvinding doel van alleen bestraffen van schuldigen brengt mee dat
een deugdelijk onderzoek naar de waarheid moet worden gedaan. Dat onderzoek
moet zich daarbij richten op de beslissingen die de rechter moet nemen.
Voorbeeld: Jan en Piet worden ervan verdacht samen te hebben
ingebroken. Jan staat als eerste terecht en bekent samen met Piet te
hebben ingebroken. O.b.v. die verklaring wordt hij veroordeeld. Enkele
weken later staat Piet terecht. De rechter mag nu niet Piet schuldig
verklaring o.g.v. het vonnis dat tegen Jan is gewezen en waarin vastgesteld
is dat Jan het feit samen met Piet heeft gepleegd. Het recht van de
verdachte op berechting door een onbevooroordeelde rechter brengt met
zich mee dat de rechter niet van de juistheid van het eerdere vonnis mag
uitgaan. Wat waar is in proces tegen Jan, hoeft niet waar te zijn in proces
tegen Piet.
Rechtsbescherming in rechtsstaat worden de verhouding tussen overheid en
burger beheerst door de rule of law = overheid staat niet boven de wet, maar is
daaraan onderworpen.
Herziening de materiële is zo belangrijk dat de mogelijkheid open staat voor
een 2de feitelijke instantie (hoger beroep). Hoger beroep in NL is ruim, volledig
nieuwe behandeling. Hierbij hoort ook cassatie.
- Herziening ten voordele = wordt een onherroepelijke strafzaak open
gebroken. Als je erachter komt dat een onschuldige vastzit, dan wil je er
wat aan kunnen doen om diegene vrij te krijgen, art 457 Sv Dronken
Broer.
o Vaak in verband gebracht met ‘Ne Bis in Idem’ maar is hier niet van
toepassing. Hij wordt wel weer voor de rechter gebracht maar niet
voor de 2de keer vervolgd en veroordeeld voor dat feit, er wordt een
correctie gedaan.
- Herziening ten nadele = iemand onherroepelijk (kracht van gewijsde) is
vrijgesproken, maar toch hebben we mogelijkheid die open te breken o.b.v.
grote belangen.
o in het kader van de materiële waarheid willen we niet dat een
schuldige blijft rondlopen. Moet sprake zijn van nova of falsa (art.
482a Sv) lid 3: alleen sprake van nova als het gaat om
geloofwaardige bekentenissen van verdachte of ‘medeverdachte’ of
resultaten van technisch onderzoek.
o Bijv. als er valse verklaringen zijn afgelegd, dus door getuigen is
meineed gepleegd. Gebeurt niet vaak, want als kans op herziening
groot is dan weet je nooit waar je aan toe bent bij een uitspraak.
Arrest Dronken broer
Twee broers en een vriend zaten samen in een auto. De auto botste tegen een
reclamebord aan, maar is doorgereden. De broers en hun vriend legden de
verklaring af dat 1 van hen dronken achter het stuur had gezeten en dat ze
daardoor tegen het reclamebord aangereden waren. Er werd de automobilist een
straf ten laste gelegd wegens dronkenschap tijdens het autorijden. Na verloop
van tijd komt echter een andere verklaring boven water. Degene achter het stuur
zou niet de dronken broer zijn, maar de broer die geen rijbewijs had. Broers
, hadden een valse verklaring omtrent de dronkenschap afgelegd. O.g.v. deze
nieuwe informatie vordert het OM herziening van het vonnis.
- Kan een reeds in kracht van gewijsde gegaan vonnis ten voordele van de
verdachte worden herzien in de zin van art. 457 Sv als er sprake is van
nieuwe bewijsmiddelen?
- HR: aanvraag van OM tot herziening van vonnis gegrond is. Nu er sprake is
geweest van een valse bekentenis, is er sprake van een omstandigheden
als bedoeld in art. 457 lid 1 sub c Sv. Volgens de HR is het de materiële
waarheid die er toe doet. Er was immer een verkeerde broer gestraft.
Volgens de HR weegt het voorkomen van bestraffing van
onschuldigen erg zwaar. De aanvraag voor herziening van vonnis ten
voordelen van de verdachte wordt daarom door de HR toegewezen.
Beginselen van goede procesorde omdat de justitiële autoriteiten niet
mogen handelen ‘naar willekeur’:
- Bijv. verdachte moet kunnen vertrouwen op een door het OM gedane
toezegging dat de zaak worden geseponeerd. Als de OvJ desondanks toch
vervolgt, kan hij niet-ontvankelijk worden verklaard omdat vervolging in
strijd is met vertrouwensbeginsel.
- Gelijkheidsbeginsel, beginsel van zuiverheid van oogmerk ( verbod van
détournement de pouvoir) en beginsel van een behoorlijke en billijke
belangenafweging kunnen ook leiden tot niet-ontvankelijkheid van OM.
- Beginselen beperken zich niet tot de toetsing van de vervolgingsbeslissing,
ook andere justitiële organen (waaronder de rechter zelf) zijn daaraan
gebonden.
- Overige beginselen: rechtszekerheidsbeginsel, legaliteitsbeginsel,
onschuldpresumptie (art 6 EVRM), in dubio pro reo-beginsel, nemo tenetur-
beginsel en het fair-trail-beginsel.
Hoofdstuk 2: Gang en karakter van het Nederlandse strafproces
Inquisitoir procesmodel
Rechter hebben een actieve rol bij het onderzoek van de zaak. Zij oordelen
o.b.v. de materiële waarheid. Vervolging en berechting zijn in 1 hand
verenigd: de gerechtelijke autoriteiten die de zaak onderzoeken zijn bij
wijze van spreken aanklager en rechter tegelijk. Bovendien is de verdachte
geen procespartij met eigen rechten en bevoegdheden, maar voorwerp
van onderzoek. Hij wordt onderworpen aan het onderzoek dat de
autoriteiten noodzakelijk achten om de waarheid boven tafel te krijgen.
Autoriteiten die onderzoek doen naar zaak (rechter, OM, politie). Moeten
dat doen met open oog voor belangen van verachten. Moeten ook zoeken
naar bewijsmaterieel dat ontlastend is voor de verdachte.
o Stelsel in NL sterk inquisitoire trekken (verdachte als voorwerp van
onderzoek).
o OM zijn leider van de opsporing. Baas van het proces (= dominus
litis), want de recht maakt de tll niet, dat doet het OM.
o De magistratelijke rol van OM blijft draagt verantwoordelijkheid
voor juiste, met materiële waarheid overeenstemmende, uitkomst
van strafproces en dus ook voorkomen dat onschuldigen worden
gestraft.
Dus niet OvJ wil kosten wat het kost iemand zien hangen. Kan
ook pleiten voor vrijspraak.
Accusatoir procesmodel voornamelijk in VK en VS.
Inzet van geding wordt gezien als conflict tussen 2 partijen. Aan ene kant
een private of openbare aanklager, aan andere kant de aangeklaagde
Inhoudsopgave
Week 1.......................................................................................................... 2
Hoofdstuk 1: Inleiding..................................................................................................... 2
Hoofdstuk 2: Gang en karakter van het Nederlandse strafproces...................................4
Hoofdstuk 3: Het EVRM................................................................................................... 8
Hoofdstuk 7: De raadsman en de verdachte.................................................................10
Hoofdstuk 9: Vooronderzoek......................................................................................... 15
Hoofdstuk 10: De dwangmiddelen (paragraaf 10.1 en 10.2).........................................19
Week 2........................................................................................................ 21
Hoofdstuk 5: De rechter en toegang hiertoe.................................................................21
Hoofdstuk 6: Het OM en vervolging..............................................................................23
Hoofdstuk 8: Slachtoffer............................................................................................... 25
Hoofdstuk 11: Het voorarrest........................................................................................ 27
Week 3 – Dagvaarding en tenlastelegging.....................................................31
Hoofdstuk 12: De tenlastelegging en de dagvaarding..................................................31
Hoofdstuk 13: Onderzoek ter terechtzitting..................................................................36
Week 4 – Bewijs(recht).................................................................................42
Hoofdstuk 14: Bewijs.................................................................................................... 42
Week 5 - Bewijsuitsluiting.............................................................................52
Hoofdstuk 15: Sanctioneren van onregelmatigheden...................................................52
Week 6 – Vonnis en motivering......................................................................58
Hoofdstuk 16: Vonnis van de rechter............................................................................58
,Week 1
Hoofdstuk 1: Inleiding
Begrippen:
- Materieel strafrecht welke strafbare feiten zijn er en met welke
straffen kunnen zij worden bestraft.
- Strafprocesrecht procedureregels die aangeven door wie en op welke
wijze moet worden vastgesteld dat een bepaalde burger de wet heeft
overtreden en wat daarvan de consequenties moeten zijn.
- Advocaat-Generaal OvJ in hoger beroep.
- De rechter-commissaris een rechter die is aangewezen door de
president van de rechtbank om tijdens het opsporingsonderzoek, dat door
de politie plaatsvindt, beslissingen te nemen over zaken waarvoor de OvJ
geen bevoegdheden heeft.
Hoofddoel strafproces verzekeren van een juiste toepassing van het
materiële strafrecht. Dat is tweeledig:
1. Bestraffen van schuldigen (die strafwet hebben overtreden).
2. Voorkoming van de bestraffing van onschuldigen.
Veel straf processuele voorzieningen hebben een waarborgkarakter. 1 van deze is
het toekennen van het recht aan verdachte om zicht te verdedigen.
Verdediging verkleint de kans op onjuiste beslissingen. In NL dubio pro
reo-beginsel = verdachte krijgt het voordeel van de twijfel. Rechter mag
het feit o.g.v. art. 338 Sv alleen bewezen verklaren als hij zelf de
overtuiging heeft bekomen dat het feit door de verdachte is begaan
(=onmiddelijkheidsbeginsel).
Voorkoming van bestraffen onschuldige weegt dus zwaarder.
Bijkomende doelen strafproces:
- Eerbiediging rechten en vrijheden van verdachte
o Voorkomen moet worden dat de strafrechtelijke vervolging een
disproportionele inbreuk maakt op de vrijheid van de betrokken
burger.
Zwijgrecht en cautie (= verdachte moet op zwijgrecht worden
gewezen, art. 29 Sv). Niet meewerken aan eigen veroordeling
(= nemo tentur). Ook limitering voorarrest.
- Eerbieding rechten en vrijheden andere betrokken
o Bijv. huiszoekingen bij andere betrokkenen tijdens het onderzoek.
voorkomen moet worden dat de inbreuk die op het huisrecht wordt
gemaakt, disproportioneel is.
Beperking getuigplichten, slachtoffer als benadeelde partij
(leed dat slachtoffer door strafbare feit is aangedaan, kan
vergroot worden door wijze waarop de zaak door autoriteiten
wordt afgehandeld).
- Procedurele rechtvaardigheid
o Recht op laatste woord en spreekrecht slachtoffer (als slachtoffer je
zegje doen en verdachte laten weten wat voor gevolgen het
strafbare feit heeft gehad. Slachtoffer mag zich uitlaten over het
bewijs en strafmaat).
- Demonstratiefunctie
o Terechtzitting dient openbaar te zijn. Dit maakt publieke controle op
berechting mogelijk en vormt daarmee een waarborg tegen
willekeurige bestraffing.
, o Not only must Justice be done, it must also be seen to done =
openbare strafproces maakt zichtbaar dat de overheid zwaar tilt aan
het plegen van strafbare feiten een daarvan werk maakt.
Waarheidsvinding doel van alleen bestraffen van schuldigen brengt mee dat
een deugdelijk onderzoek naar de waarheid moet worden gedaan. Dat onderzoek
moet zich daarbij richten op de beslissingen die de rechter moet nemen.
Voorbeeld: Jan en Piet worden ervan verdacht samen te hebben
ingebroken. Jan staat als eerste terecht en bekent samen met Piet te
hebben ingebroken. O.b.v. die verklaring wordt hij veroordeeld. Enkele
weken later staat Piet terecht. De rechter mag nu niet Piet schuldig
verklaring o.g.v. het vonnis dat tegen Jan is gewezen en waarin vastgesteld
is dat Jan het feit samen met Piet heeft gepleegd. Het recht van de
verdachte op berechting door een onbevooroordeelde rechter brengt met
zich mee dat de rechter niet van de juistheid van het eerdere vonnis mag
uitgaan. Wat waar is in proces tegen Jan, hoeft niet waar te zijn in proces
tegen Piet.
Rechtsbescherming in rechtsstaat worden de verhouding tussen overheid en
burger beheerst door de rule of law = overheid staat niet boven de wet, maar is
daaraan onderworpen.
Herziening de materiële is zo belangrijk dat de mogelijkheid open staat voor
een 2de feitelijke instantie (hoger beroep). Hoger beroep in NL is ruim, volledig
nieuwe behandeling. Hierbij hoort ook cassatie.
- Herziening ten voordele = wordt een onherroepelijke strafzaak open
gebroken. Als je erachter komt dat een onschuldige vastzit, dan wil je er
wat aan kunnen doen om diegene vrij te krijgen, art 457 Sv Dronken
Broer.
o Vaak in verband gebracht met ‘Ne Bis in Idem’ maar is hier niet van
toepassing. Hij wordt wel weer voor de rechter gebracht maar niet
voor de 2de keer vervolgd en veroordeeld voor dat feit, er wordt een
correctie gedaan.
- Herziening ten nadele = iemand onherroepelijk (kracht van gewijsde) is
vrijgesproken, maar toch hebben we mogelijkheid die open te breken o.b.v.
grote belangen.
o in het kader van de materiële waarheid willen we niet dat een
schuldige blijft rondlopen. Moet sprake zijn van nova of falsa (art.
482a Sv) lid 3: alleen sprake van nova als het gaat om
geloofwaardige bekentenissen van verdachte of ‘medeverdachte’ of
resultaten van technisch onderzoek.
o Bijv. als er valse verklaringen zijn afgelegd, dus door getuigen is
meineed gepleegd. Gebeurt niet vaak, want als kans op herziening
groot is dan weet je nooit waar je aan toe bent bij een uitspraak.
Arrest Dronken broer
Twee broers en een vriend zaten samen in een auto. De auto botste tegen een
reclamebord aan, maar is doorgereden. De broers en hun vriend legden de
verklaring af dat 1 van hen dronken achter het stuur had gezeten en dat ze
daardoor tegen het reclamebord aangereden waren. Er werd de automobilist een
straf ten laste gelegd wegens dronkenschap tijdens het autorijden. Na verloop
van tijd komt echter een andere verklaring boven water. Degene achter het stuur
zou niet de dronken broer zijn, maar de broer die geen rijbewijs had. Broers
, hadden een valse verklaring omtrent de dronkenschap afgelegd. O.g.v. deze
nieuwe informatie vordert het OM herziening van het vonnis.
- Kan een reeds in kracht van gewijsde gegaan vonnis ten voordele van de
verdachte worden herzien in de zin van art. 457 Sv als er sprake is van
nieuwe bewijsmiddelen?
- HR: aanvraag van OM tot herziening van vonnis gegrond is. Nu er sprake is
geweest van een valse bekentenis, is er sprake van een omstandigheden
als bedoeld in art. 457 lid 1 sub c Sv. Volgens de HR is het de materiële
waarheid die er toe doet. Er was immer een verkeerde broer gestraft.
Volgens de HR weegt het voorkomen van bestraffing van
onschuldigen erg zwaar. De aanvraag voor herziening van vonnis ten
voordelen van de verdachte wordt daarom door de HR toegewezen.
Beginselen van goede procesorde omdat de justitiële autoriteiten niet
mogen handelen ‘naar willekeur’:
- Bijv. verdachte moet kunnen vertrouwen op een door het OM gedane
toezegging dat de zaak worden geseponeerd. Als de OvJ desondanks toch
vervolgt, kan hij niet-ontvankelijk worden verklaard omdat vervolging in
strijd is met vertrouwensbeginsel.
- Gelijkheidsbeginsel, beginsel van zuiverheid van oogmerk ( verbod van
détournement de pouvoir) en beginsel van een behoorlijke en billijke
belangenafweging kunnen ook leiden tot niet-ontvankelijkheid van OM.
- Beginselen beperken zich niet tot de toetsing van de vervolgingsbeslissing,
ook andere justitiële organen (waaronder de rechter zelf) zijn daaraan
gebonden.
- Overige beginselen: rechtszekerheidsbeginsel, legaliteitsbeginsel,
onschuldpresumptie (art 6 EVRM), in dubio pro reo-beginsel, nemo tenetur-
beginsel en het fair-trail-beginsel.
Hoofdstuk 2: Gang en karakter van het Nederlandse strafproces
Inquisitoir procesmodel
Rechter hebben een actieve rol bij het onderzoek van de zaak. Zij oordelen
o.b.v. de materiële waarheid. Vervolging en berechting zijn in 1 hand
verenigd: de gerechtelijke autoriteiten die de zaak onderzoeken zijn bij
wijze van spreken aanklager en rechter tegelijk. Bovendien is de verdachte
geen procespartij met eigen rechten en bevoegdheden, maar voorwerp
van onderzoek. Hij wordt onderworpen aan het onderzoek dat de
autoriteiten noodzakelijk achten om de waarheid boven tafel te krijgen.
Autoriteiten die onderzoek doen naar zaak (rechter, OM, politie). Moeten
dat doen met open oog voor belangen van verachten. Moeten ook zoeken
naar bewijsmaterieel dat ontlastend is voor de verdachte.
o Stelsel in NL sterk inquisitoire trekken (verdachte als voorwerp van
onderzoek).
o OM zijn leider van de opsporing. Baas van het proces (= dominus
litis), want de recht maakt de tll niet, dat doet het OM.
o De magistratelijke rol van OM blijft draagt verantwoordelijkheid
voor juiste, met materiële waarheid overeenstemmende, uitkomst
van strafproces en dus ook voorkomen dat onschuldigen worden
gestraft.
Dus niet OvJ wil kosten wat het kost iemand zien hangen. Kan
ook pleiten voor vrijspraak.
Accusatoir procesmodel voornamelijk in VK en VS.
Inzet van geding wordt gezien als conflict tussen 2 partijen. Aan ene kant
een private of openbare aanklager, aan andere kant de aangeklaagde