Historische context Duitsland
Wat betekende de vorming van het Duitse keizerrijk voor het machtsevenwicht tussen de Europese
grootmachten? (1871 – 1918)
Duitsland 1871:
Voor 1871, leiders van Pruisen, koning Wilhelm I met zijn kanselier Bismarck.
Machtsevenwicht: VK, Frankrijk, Oostenrijk-Hongarije, Rusland.
1870 – 1871: Frans-Duitse oorlog (voor eenwording), Duitsland gewonnen. Eenwording Duitsland. Duitse Rijk
Koning Wilhelm 1 gekroond tot keizer Wilhelm I in Versailles.
- Politieke grootmacht: Bismarck goede politicus + grote staat, veel inwoners.
- Economische grootmacht: succesvolle industriële revolutie.
- Militaire grootmacht: Pruisen deel van Duitse rijk en was al een militair ontwikkelt gebied.
Machtsevenwicht is veranderd. Bismarck: handhaving machtsevenwicht met buitenlands beleid, vooral
eigen positie behouden en niet verzwakken.
• Alliantiepolitiek: politiek die gericht is op het vormen van bondgenootschappen. (Geen oorlog + Du erkent
dus kan focussen op groei.) (Oostenrijk-Hongarije en in het geheim Rusland.)
Conferentie van Berlijn (1884 – 1885):
Industriële revolutie Modern imperialisme. (1870): grondstoffen en afzetmarkten, nationalisme (groot rijk,
aanzien).
Bismarck vond dat Duitsland zich bezig moest houden met Europa. Er waren al spanningen.
Duitse volk wilde wel een koloniaal rijk.
• Conferentie van Berlijn: verdeling van Afrika. (Goede verdeling vermijdt een oorlog.)
Bismarck dacht aan machtsevenwicht Europa. Frankrijk westen, VK zuid en noord. Botsen in het midden.
FR en VK vijanden voordeel Duitse Rijk, want zullen iig geen oorlog krijgen met Du.
Weltpolitik van Wilhelm II:
1888: Keizer Wilhelm I Keizer Wilhelm II geen alliantiepolitiek, maar weltpolitik.
• Weltpolitik: politiek die gericht is op het idee dat Duitsland een wereldrijk moest worden.
Doel: koloniale grootmacht en prestige trots groot wereldrijk.
DU tegenover VK
Er was ook meer economische groei + militarisering.
• Vlootwet (1898): meer budget voor marine, oorlogsvloot opbouwen. (Nationalisme, modern imperialisme en
eerste wereldoorlog.) VK onder druk zetten, VK heeft grootste vloot.
De aanloop naar de 1e WO:
Alliantiepolitiek: bondgenootschap, Duitsland met OH, Rusland (in het geheim) en Italië.
Weltpolitik: Stopte bondgenootschap met Rusland.
FR en VK bedreigt door vlootwet. FR met Rus, VK met FR en later met Rus. DU ingesloten.
(Tweefrontenoorlog)
• Triple entente: FR, VK, Rus.
• Triple alliantie: DU, IT, OH.
Oorzaken:
- Weltpolitik
- Militarisme
- Bondgenootschappen
- Nationalisme
Aanleiding:
Oostenrijk-Hongaarse kroonprins, Franz Ferdinand in Servië vermoord. Oostenrijk wilde Servië straffen.
, Het begin van de oorlog:
OH valt Servië aan RU valt OH aan (RU had beloofd Servië te beschermen.) Rusland mobiliseren
(klaarmaken voor oorlog). DU kiezen, maar wilde geen tweefrontenoorlog.
• Von Schlieffenplan: tweefrontenoorlog voorkomen, via België aanvallen, Franse verdedigingslijn ontlopen en
Parijs omsingelen. Volgens DU heel snel, waardoor Ru leger nog niet klaar had, daarna naar RU en uiteindelijk 2
korte oorlogen.
Reactie op mobilisering van RU: DU oorlog aan RU verklaren aan FR België. FR aan Du oorlog verklaren
VK aan DU oorlog verklaren Ru aan DU oorlog verklaren.
De slag bij Marne:
• Slag van Marne: 2,3 mln. soldaten waarvan 500.000 slachtoffers.
Uitwerking van Von Schlieffenplan werd duidelijk. Du kwamen in Noord-Frankrijk.
Geallieerden was het gelukt om Du leger in 2en te krijgen waardoor bevoorrading moeilijk werd. DU
besluit zich in te graven. Loopgravenoorlog. Von Schlieffenplan mislukt, omdat Fr veroveren heel lang
duurde.
Nieuwe wapens. Prikkeldraad, mitrailleur, gifgas, tanks, vliegtuigen.: verdediging makkelijker dan aanvallen.
• Totale oorlog: oorlogseconomie. Hele samenleving aangepast voor voeren van oorlog. Vrouwen in fabrieken
aan het werk.
Het einde van de oorlog, herfst 1918:
RU overgegeven, want veel interne problemen. (Russische revolutie)
Du probeerde nog een laatste aanval op Fr om de linie te doorbreken, opnieuw slag van Marne. Du werd
teruggedrongen. Du legerleiding onderhandelen.
Du volk was ontevreden door druk van de oorlog socialistische revolutie (9 nov. 1918.)
De regering reageerde heel snel, geen communisme er ontstond een republiek met liberalen en
sociaaldemocraten (gematigde socialisten).
DE regering zette keizer Wilhelm II af. Hij vluchtte naar Nederland.
• Wapenstilstand (11 nov. 1918): wapenstilstand met de geallieerden.
• Verdrag van Versailles (1919): Vredesverdrag, DU kreeg de schuld van de oorlog.
Wat betekende de vorming van het Duitse keizerrijk voor het machtsevenwicht tussen de Europese
grootmachten? (1871 – 1918)
Duitsland 1871:
Voor 1871, leiders van Pruisen, koning Wilhelm I met zijn kanselier Bismarck.
Machtsevenwicht: VK, Frankrijk, Oostenrijk-Hongarije, Rusland.
1870 – 1871: Frans-Duitse oorlog (voor eenwording), Duitsland gewonnen. Eenwording Duitsland. Duitse Rijk
Koning Wilhelm 1 gekroond tot keizer Wilhelm I in Versailles.
- Politieke grootmacht: Bismarck goede politicus + grote staat, veel inwoners.
- Economische grootmacht: succesvolle industriële revolutie.
- Militaire grootmacht: Pruisen deel van Duitse rijk en was al een militair ontwikkelt gebied.
Machtsevenwicht is veranderd. Bismarck: handhaving machtsevenwicht met buitenlands beleid, vooral
eigen positie behouden en niet verzwakken.
• Alliantiepolitiek: politiek die gericht is op het vormen van bondgenootschappen. (Geen oorlog + Du erkent
dus kan focussen op groei.) (Oostenrijk-Hongarije en in het geheim Rusland.)
Conferentie van Berlijn (1884 – 1885):
Industriële revolutie Modern imperialisme. (1870): grondstoffen en afzetmarkten, nationalisme (groot rijk,
aanzien).
Bismarck vond dat Duitsland zich bezig moest houden met Europa. Er waren al spanningen.
Duitse volk wilde wel een koloniaal rijk.
• Conferentie van Berlijn: verdeling van Afrika. (Goede verdeling vermijdt een oorlog.)
Bismarck dacht aan machtsevenwicht Europa. Frankrijk westen, VK zuid en noord. Botsen in het midden.
FR en VK vijanden voordeel Duitse Rijk, want zullen iig geen oorlog krijgen met Du.
Weltpolitik van Wilhelm II:
1888: Keizer Wilhelm I Keizer Wilhelm II geen alliantiepolitiek, maar weltpolitik.
• Weltpolitik: politiek die gericht is op het idee dat Duitsland een wereldrijk moest worden.
Doel: koloniale grootmacht en prestige trots groot wereldrijk.
DU tegenover VK
Er was ook meer economische groei + militarisering.
• Vlootwet (1898): meer budget voor marine, oorlogsvloot opbouwen. (Nationalisme, modern imperialisme en
eerste wereldoorlog.) VK onder druk zetten, VK heeft grootste vloot.
De aanloop naar de 1e WO:
Alliantiepolitiek: bondgenootschap, Duitsland met OH, Rusland (in het geheim) en Italië.
Weltpolitik: Stopte bondgenootschap met Rusland.
FR en VK bedreigt door vlootwet. FR met Rus, VK met FR en later met Rus. DU ingesloten.
(Tweefrontenoorlog)
• Triple entente: FR, VK, Rus.
• Triple alliantie: DU, IT, OH.
Oorzaken:
- Weltpolitik
- Militarisme
- Bondgenootschappen
- Nationalisme
Aanleiding:
Oostenrijk-Hongaarse kroonprins, Franz Ferdinand in Servië vermoord. Oostenrijk wilde Servië straffen.
, Het begin van de oorlog:
OH valt Servië aan RU valt OH aan (RU had beloofd Servië te beschermen.) Rusland mobiliseren
(klaarmaken voor oorlog). DU kiezen, maar wilde geen tweefrontenoorlog.
• Von Schlieffenplan: tweefrontenoorlog voorkomen, via België aanvallen, Franse verdedigingslijn ontlopen en
Parijs omsingelen. Volgens DU heel snel, waardoor Ru leger nog niet klaar had, daarna naar RU en uiteindelijk 2
korte oorlogen.
Reactie op mobilisering van RU: DU oorlog aan RU verklaren aan FR België. FR aan Du oorlog verklaren
VK aan DU oorlog verklaren Ru aan DU oorlog verklaren.
De slag bij Marne:
• Slag van Marne: 2,3 mln. soldaten waarvan 500.000 slachtoffers.
Uitwerking van Von Schlieffenplan werd duidelijk. Du kwamen in Noord-Frankrijk.
Geallieerden was het gelukt om Du leger in 2en te krijgen waardoor bevoorrading moeilijk werd. DU
besluit zich in te graven. Loopgravenoorlog. Von Schlieffenplan mislukt, omdat Fr veroveren heel lang
duurde.
Nieuwe wapens. Prikkeldraad, mitrailleur, gifgas, tanks, vliegtuigen.: verdediging makkelijker dan aanvallen.
• Totale oorlog: oorlogseconomie. Hele samenleving aangepast voor voeren van oorlog. Vrouwen in fabrieken
aan het werk.
Het einde van de oorlog, herfst 1918:
RU overgegeven, want veel interne problemen. (Russische revolutie)
Du probeerde nog een laatste aanval op Fr om de linie te doorbreken, opnieuw slag van Marne. Du werd
teruggedrongen. Du legerleiding onderhandelen.
Du volk was ontevreden door druk van de oorlog socialistische revolutie (9 nov. 1918.)
De regering reageerde heel snel, geen communisme er ontstond een republiek met liberalen en
sociaaldemocraten (gematigde socialisten).
DE regering zette keizer Wilhelm II af. Hij vluchtte naar Nederland.
• Wapenstilstand (11 nov. 1918): wapenstilstand met de geallieerden.
• Verdrag van Versailles (1919): Vredesverdrag, DU kreeg de schuld van de oorlog.