Goederenrecht vs. Verbintenissenrecht
Goederen-en verbintenissenrecht zijn twee onderdelen van het vermogensrecht. De gebieden zijn
nauw met elkaar verbonden, maar bij het goederenrecht gaat het doorgaans om absolute rechten,
die tegenover iedereen kunnen worden gehandhaafd. In het verbintenissenrecht spelen alleen de
rechten een rol die tegenover de wederpartij (bijv. de dader) gehandhaafd kunnen worden, relatief.
Eigendomsrecht is ook een absoluut recht en kan dus ook tegenover iedereen worden ingeroepen.
Goederenrecht
Wat is een goed? (Registergoederen en niet-registergoederen)
• Alle zaken en vermogensrechten, art. 3:1 BW
o Zaken kan je aanraken: roerend/onroerend, art. 3:2 jo. Art. 3:3 BW
o Vermogensrechten kan je niet aanraken: vorderingen, beperkte rechten,
octrooirecht, auteursrecht, art. 3:6 BW
Wat is eigendom? Eigendom is het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan
hebben, art. 5:1 BW. Van een vordering kan je geen eigenaar zijn, want het is geen zaak maar een
vermogensrecht. Bevoegdheden van een eigenaar:
• Beschikken, art. 3:81 jo. 3:83 BW. Dit betekent dat je bevoegd bent een zaak te vervreemden
(over te dragen) of te bezwaren (vestigen van een beperkt recht op een zaak, zoals bijv. een
hypotheekrecht).
• Gebruiken, art. 5:1 lid 2 BW
• Revindiceren, art. 5:2 BW. De eigenaar kan zijn eigen zaak opeisen bij een ander.
Wat omvat het eigendomsrecht? Art. 5:3 BW: de eigenaar van een zaak is eigenaar van al haar
bestanddelen. Wat is een bestanddeel? Art. 3:4 BW stelt dat een bestanddeel volgens
verkeersopvattingen onderdeel van een zaak uitmaakt of dat een bestanddeel een zaak is die met
hoofdzaak zodanig verbonden is aan de zaak.
Art. 5:14 BW: eigendomsverkrijging door natrekking bij roerende zaken, dus eigenaar worden
doordat aan jouw hoofdzaak een bestanddeel door een ander wordt toegevoegd.
Voorbeeld: A heek een zilveren ring waar een diamant van B ter waarde van 100.000 euro op wordt
gezet. Art. 5:14 lid 1 stelt dat de eigendom van een roerende zaak die een bestanddeel wordt van een
andere roerende zaak die als hoofdzaak is aan te merken, overgaat aan de eigenaar van deze
hoofdzaak. Lid 3 stelt hierbij dat als hoofdzaak is aan te merken de zaak waarvan de waarde die van
de andere zaak aanmerkelijk overtrek of die volgens de verkeersopvaṄng als zodanig wordt
beschouwd. In dit geval overtrek de diamant de waarde van de andere zaak aanmerkelijk maar
volgens verkeersopvaṄngen zal de ring als hoofdzaak worden beschouwd. Uiteindelijk zal de waarde
van de diamant de doorslag hebben gegeven, maar dat hoek niet zo te zijn.
Art. 5:16 BW: eigendomsverkrijging door zaakvorming, dit is anders dan natrekking omdat hierbij een
nieuwe zaak wordt gemaakt en bij eigendomsverkrijging door natrekking een bestanddeel wordt
toegevoegd aan een zaak die al bestaat. In art. 5:16 BW wordt gesteld dat indien iemand uit een of
meer roerende zaken een nieuwe zaak vormt, wordt deze eigendom van de eigenaar van de
oorspronkelijke zaken. Als dit wordt gedaan uit of mede uit een of meer hem niet toebehorende
zaken, wordt hij eigenaar van de nieuwe zaak, tenzij de kosten van de vorming dit wegens hun
geringe omvang niet rechtvaardigen.
HR Love Love: Van der Werff & Visser verkopen en leveren een boot aan Classic Yacht, onafgebouwd
onder eigendomsvoorbehoud. Classic Yacht heeft de boot afgebouwd, navigatie erin, motor etc.
,Classic Yacht betaalde Van der Werff & Visser niet en van der Werff & Visser wilden de boot terug,
maar Classic Yacht zei wij zijn eigenaar door zaakvorming. HR zei om eigenaar te worden op grond
van zaakvorming, moet er sprake zijn van een nieuwe zaak. Er is sprake van een nieuwe zaak als het
een geheel nieuwe identiteit heeft en de HR vond dat hier niet het geval.
Er zijn veel manieren om eigenaar te worden, maar de meest voorkomende manier is via
eigendomsoverdracht.
Eigendomsoverdracht, art. 3:84 BW
• Geldige titel
• Levering
• Beschikkingsbevoegdheid
Voorbeeld: A schenkt een ring aan B en A wil zeker weten dat de ring binnen de familie blijk. Geldige
titel: schenking. Levering: ja. Beschikkingsbevoegdheid: ja, A is beschikkingsbevoegd. Dus B is
eigenaar geworden van de ring. B houdt zich niet aan de afspraak en verkoopt de ring aan C. Is C
eigenaar geworden van de ring? Ja, want er wordt aan alle voorwaarden voldaan van art. 3:84 BW
omdat B gewoon eigenaar was en daardoor ook beschikkingsbevoegd. A kan zich beroepen op
schadevergoeding, maar daarmee krijgt A de ring niet terug.
Titel
Een titel is een rechtvaardiging van de eigendomsoverdracht, bijv. een koopovereenkomst, schenking
of ruilovereenkomst etc. Als er blijkt dat er geen geldige titel is, dan is er nooit sprake van een geldige
eigendomsoverdracht (causaal stelsel in Nederland).
Wanneer is er geen titel?
• Nietigheid > nooit een geldige titel geweest (goederenrechtelijke werking), art. 3:40 BW
• Vernietiging > titel weg met terugwerkende kracht (goederenrechtelijke werking), art. 3:53
• Recht van reclame, is de ontbindingsmogelijkheid van verkopers van roerende zaken die niet
betaald krijgen > titel weg zonder terugwerkende kracht (goederenrechtelijke werking), art.
7:39 BW.
• Ontbinding > titel blijft, geen terugwerkende kracht, geen goederenrechtelijke werking, art.
6:265, 6:269, 6:271 BW.
Voorbeeld: A koopt een fiets bij B. B is eigenaar van de fiets. A neemt de fiets meteen mee en A en B
spreken af dat A volgende week betaalt. Wie is eigenaar van de fiets? A is eigenaar van de fiets,
omdat er een geldige titel is, een levering en B beschikkingsbevoegd is. Wat kan B doen als A niet
betaalt? B zou kunnen ontbinden op grond van de tekortkoming van A, art. 7:39 BW recht van
reclame en dan kan hij de fiets revindiceren op grond van art. 5:2 BW. Hoe had B dit kunnen
voorkomen? Door middel van een eigendomsvoorbehoud. Betaling van de koopprijs wordt een
voorwaarde bij de eigendomsoverdracht. De overdracht werkt pas als er betaald is.
Voorbeeld: A wordt door B bedreigd zodat A hem een tekening schenkt. A schenkt de tekening aan B
en B vervolgens aan C. Wie is de eigenaar van de tekening? C is eigenaar zolang er niet vernietigd is.
Hoe kan A de tekening terugkrijgen? A zal zich beroepen op de bedreiging, art. 3:44 lid 1 jo. Lid 2 BW.
Daarna zal A de tekening terugkrijgen door revindicatie op grond van art. 5:2 BW. Revindicatie is een
absoluut recht en kan altijd worden ingeroepen.
Levering
De leveringswijze is afhankelijk van het soort goed waar het om gaat. Roerende zaken,
registergoederen en vorderingsrechten op naam worden alle drie op een andere manier geleverd.
, 1. Levering roerende zaken, art. 3:90 BW
Roerende zaken in de macht van de vervreemder worden geleverd door middel van
bezitsverschaffing. Wat is dan bezit? Art. 3:107 BW stelt dat bezit het houden van een goed is voor
jezelf. Bezit kan middellijk of onmiddellijk zijn. Onmiddellijk is het geval wanneer iemand bezit zonder
dat een ander het goed voor hem houdt. Middellijk is wanneer het goed wel door iemand anders
wordt gehouden. Houderschap is dat jij het goed houdt voor iemand en is op dezelfde wijze
onmiddellijk of middellijk. Let op! Bezit en eigenaar is niet 1 op 1 hetzelfde.
Heel makkelijk gezegd: een bezitter heeft eigendoms credenties, doet alsof hij eigenaar is. Dus een
eigenaar is bezitter en een dief die doet alsof die eigenaar is, is ook bezitter.
Voorbeeld: A heek een fiets en leent deze fiets aan B. A is dan de bezitter van de fiets en B is de
houder van de fiets voor A. C steelt dan de fiets van B, daardoor is C dan bezitter van de fiets
geworden. Let op C is dan niet de eigenaar! A kan de fiets terugkrijgen op grond van art. 5:2 BW.
Waarom is bezit relevant?
• Bewijsfunctie, art. 3:119 BW. Als jij bezitter bent van een zaak wordt er vermoed dat jij
rechthebbende bent van de zaak.
• Verkrijgingsfunctie, art. 3:90 BW
• Verjaringsfunctie, art. 3:99 BW. Alleen bezitters kunnen door verjaring eigenaar worden, dus
houders niet. Zelfs een dief kan na 20 jaar eigenaar worden door verjaring.
Bezitsinterversie, art. 3:111 BW stelt de hoofdregel: eens houder voor A altijd houder voor A. De
uitzonderingen: een handeling van degene voor wie men houdt, een tegenspraak van diens recht.
Art. 3:90 BW bezitsverschaffing: vier manieren: (leveren =/= eigendom overdragen)
• Feitelijke overgave, art. 3:114 BW. Is het bezit overdragen door de verkrijger in staat te
stellen de macht uit te oefenen, die hij zelf over het goed kon uitoefenen. “Gewoon
meegeven”. Kan zowel door houder als bezitter.
• Constitutum possesorium, art. 3:115 sub a BW. Bij levering CP wordt het bezit overgedragen,
maar blijft de zaak onder de vervreemder. A koopt een fiets van B, maar B wil de fiets
eigenlijk nog twee weken gebruiken. A en B komen overeen dat B de fiets nog twee weken
mag houden, waarbij B dan houder wordt en A bezitter en eigenaar, maar A wil wel dat B de
fiets direct aan hem levert. CP is een vorm van bezitsoverdracht, de vervreemder moet het
bezit van het goed hebben. CP levering is voor de buitenwereld niet kenbaar.
o Levering CP door houder: niet mogelijk, art. 3:111 BW, want eens houder voor A is
altijd houder voor A, dus je kan niet houder worden voor een ander.
o Levering CP door bezitter: wel mogelijk maar achtergesteld, art. 3:90 lid 2 BW: een
levering CP door een bezitter werkt niet tegenover derde met een ouder recht op de
zaak.
• Brevi manu, art. 3:115 sub b BW. Dit is het geval wanneer de verkrijger reeds de houder van
de zaak voor de vervreemder was. A huurt een fiets bij B en A wil deze fiets eigenlijk wel
kopen, B gaat akkoord en de fiets blijft bij houder A en A wordt door een tweezijdige
verklaring bezitter van de fiets. Dit kan zowel door houder als bezitter.
• Longa manu, art. 3:115 sub c BW. Dit is het geval wanneer een derde voor de vervreemder
de zaak hield, en haar na de overdracht voor de ontvanger houdt. A laat zijn fiets repareren
bij fietsenmaker F en ondertussen verkoopt A de fiets aan B. Bij longa manu is het niet nodig
dat A dan eerst de fiets ophaalt bij F en vervolgens levert aan B, waarna B de fiets weer naar
F brengt, maar kan A de fiets aan B leveren via F. Dit kan zowel door houder als bezitter.
Voorbeeld: A verkoopt fiets aan B en levert door middel van een feitelijke afgike. B verkoopt fiets aan
C en levert CP. A vernietigt koopovereenkomst A-B op grond van dwaling. Wie is er nu eigenaar van