VWO biologie H5: Gaswisseling.
Bouw van de longen:
Je haalt adem om zuurstof beschikbaar te krijgen voor aerobe dissimilatie
en om koolstofdioxide af te voeren.
Lucht komt via de neus (eventueel mond) door de keelholte naar de
luchtpijp, via de luchtpijp naar de hoofdbronchiën. Deze vertakking zich in
twee hoofdvertakkingen en vertakken uiteindelijk verder, aan de kleinste
vertakkingen van de bronchiën zitten longtrechtertjes deze zijn uitgestulpt
tot longblaasjes.
Als de lucht gearriveerd is in de longblaasjes, kan tussen de longblaasjes
en het bloed via diffusie uitwisseling van zuurstof en koolstofdioxide
plaatsvinden. Het bloed vervoert de opgenomen zuurstof weg van de
longblaasjes naar de plaatsen waar het nodig is. Verversing van lucht is
noodzakelijk, ook wel ventilatie genoemd komt tot stand door de
ademhalingsbewegingen. Delen van longen Binas 83A.
Ademhaling:
Ademhalingsbewegingen zorgen ervoor dat wij in- en uitademen. Het
middenrif en de beweegbare ribben spelen een grote rol bij de
ademhalingsbewegingen.
Bij de twee ademhalingsbewegingen: middenrif- of buikademhaling en rib-
of borstademhaling, spelen spieren van de ribben en het middenrif een rol,
maar ook die van de buik en zelfs van de hals. De
ademhalingsbewegingen zorgen voor vernauwing en verwijding van de
borstkas, zodat ventilatie kan plaatsvinden.
Inademing:
Bij een inademing trekken de middenrifspieren het middenrif omlaag en
door tussenribspieren worden de ribben omhooggetrokken -> hierdoor
wordt de borstholte groter. Het borstvlies trekt aan het longvlies deze trekt
de longen mee en de longen worden groter. Door de optredende
drukverlaging wordt lucht van buiten aangezogen. Moet er diep
ingeademd worden? -> dan kunnen de halsspieren de ribben nog net iets
verder omhoogtrekken. Inademen is een actief proces omdat spieren
samentrekken en er dus energie nodig is.
Uitademing:
Hierbij gaat het middenrif passief door de druk van de buikorganen en zijn
eigen veerkracht omhoog en de ribben gaan passief door hun eigen
gewicht en de veerkracht van de borstkas omlaag. De lucht wordt mede
door veerkracht van het enigszins uitgerekte longweefsel uit de longen
geperst.
Bouw van de longen:
Je haalt adem om zuurstof beschikbaar te krijgen voor aerobe dissimilatie
en om koolstofdioxide af te voeren.
Lucht komt via de neus (eventueel mond) door de keelholte naar de
luchtpijp, via de luchtpijp naar de hoofdbronchiën. Deze vertakking zich in
twee hoofdvertakkingen en vertakken uiteindelijk verder, aan de kleinste
vertakkingen van de bronchiën zitten longtrechtertjes deze zijn uitgestulpt
tot longblaasjes.
Als de lucht gearriveerd is in de longblaasjes, kan tussen de longblaasjes
en het bloed via diffusie uitwisseling van zuurstof en koolstofdioxide
plaatsvinden. Het bloed vervoert de opgenomen zuurstof weg van de
longblaasjes naar de plaatsen waar het nodig is. Verversing van lucht is
noodzakelijk, ook wel ventilatie genoemd komt tot stand door de
ademhalingsbewegingen. Delen van longen Binas 83A.
Ademhaling:
Ademhalingsbewegingen zorgen ervoor dat wij in- en uitademen. Het
middenrif en de beweegbare ribben spelen een grote rol bij de
ademhalingsbewegingen.
Bij de twee ademhalingsbewegingen: middenrif- of buikademhaling en rib-
of borstademhaling, spelen spieren van de ribben en het middenrif een rol,
maar ook die van de buik en zelfs van de hals. De
ademhalingsbewegingen zorgen voor vernauwing en verwijding van de
borstkas, zodat ventilatie kan plaatsvinden.
Inademing:
Bij een inademing trekken de middenrifspieren het middenrif omlaag en
door tussenribspieren worden de ribben omhooggetrokken -> hierdoor
wordt de borstholte groter. Het borstvlies trekt aan het longvlies deze trekt
de longen mee en de longen worden groter. Door de optredende
drukverlaging wordt lucht van buiten aangezogen. Moet er diep
ingeademd worden? -> dan kunnen de halsspieren de ribben nog net iets
verder omhoogtrekken. Inademen is een actief proces omdat spieren
samentrekken en er dus energie nodig is.
Uitademing:
Hierbij gaat het middenrif passief door de druk van de buikorganen en zijn
eigen veerkracht omhoog en de ribben gaan passief door hun eigen
gewicht en de veerkracht van de borstkas omlaag. De lucht wordt mede
door veerkracht van het enigszins uitgerekte longweefsel uit de longen
geperst.