VWO biologie H9 uitscheiding
Functie van uitscheiding:
Het uitscheidingssysteem is een systeem dat nodig is om alle overtollige
stoffen uit te scheiden en het inwendige milieu in evenwicht te houden,
van alle nutteloze stoffen (kleurstoffen), schadelijke stoffen (alcohol),
afvalproducten van verteringssysteem (ureum) en het teveel van
producten (water). Het verwijderen van al deze benoemde stoffen en
producten is de uitscheiding. De belangrijkste uitscheidingsorganen:
De nieren voor de uitscheiding van water, zouten, ureum en andere
overtollige stoffen.
De huid voor het verwijderen van water en zout.
De longen voor het verwijderen van koolstofdioxide (en water).
Nieren:
De twee nieren liggen in de buikholte links en rechts van de wervelkolom,
vlak onder het middenrif met de vorm van een grote boon. In de
nierschors liggen allemaal kleine niereenheden, de nefronen. Een
aftakking van de nierslagader voert bloed naar kluwens haarvaten, de
glomerulus, die elk apart in nierkapseltjes liggen. In de nierschors
vormen de nierkapsels het begin van de niereenheden.
Een nefron bestaat voor het grootste gedeelte uit een nierkanaaltje dat
van de schors doorloopt in het niermerg. Zo’n nierkanaaltje, waarvan elke
nier er ong. 1 miljoen bezit, is opgebouwd uit twee gekronkelde delen met
daartussen een lus (de lis van Henle). Het nierkanaaltje mondt uit in een
verzamelkanaaltje, dat naar het nierbekken loopt.
Functie van uitscheiding:
Het uitscheidingssysteem is een systeem dat nodig is om alle overtollige
stoffen uit te scheiden en het inwendige milieu in evenwicht te houden,
van alle nutteloze stoffen (kleurstoffen), schadelijke stoffen (alcohol),
afvalproducten van verteringssysteem (ureum) en het teveel van
producten (water). Het verwijderen van al deze benoemde stoffen en
producten is de uitscheiding. De belangrijkste uitscheidingsorganen:
De nieren voor de uitscheiding van water, zouten, ureum en andere
overtollige stoffen.
De huid voor het verwijderen van water en zout.
De longen voor het verwijderen van koolstofdioxide (en water).
Nieren:
De twee nieren liggen in de buikholte links en rechts van de wervelkolom,
vlak onder het middenrif met de vorm van een grote boon. In de
nierschors liggen allemaal kleine niereenheden, de nefronen. Een
aftakking van de nierslagader voert bloed naar kluwens haarvaten, de
glomerulus, die elk apart in nierkapseltjes liggen. In de nierschors
vormen de nierkapsels het begin van de niereenheden.
Een nefron bestaat voor het grootste gedeelte uit een nierkanaaltje dat
van de schors doorloopt in het niermerg. Zo’n nierkanaaltje, waarvan elke
nier er ong. 1 miljoen bezit, is opgebouwd uit twee gekronkelde delen met
daartussen een lus (de lis van Henle). Het nierkanaaltje mondt uit in een
verzamelkanaaltje, dat naar het nierbekken loopt.