VWO biologie H10
Zenuwstelsel
Ons zenuwstelsel functioneert dankzij zenuwcellen, deze zijn in heel ons
lichaam te vinden. Het zenuwstelsel registreert zelf informatie uit de
omgeving en het lichaam, verwerkt deze en stemt af of op andere
processen in het lichaam -> opnemen van info gebeurt door receptoren
of zintuigcellen zoals in het oog of in de huid. Een verandering in het
milieu is de prikkel voor het zintuig waardoor in de zintuigcel
veranderingen op gaan treden; de prikkeling heeft een elektrisch signaal
of impuls tot gevolg.
Zenuwcellen:
Het zenuwstelsel bestaat uit vele miljoenen zenuwcellen of neuronen.
Elke neuron bestaat uit een zenuwcellichaam met cytoplasma en een
kern, plus uitlopers -> sommige uitlopers hebben een mergschede of
myelineschede, die de uitlopers van elkaar isoleert.
Het afgeven van nieuwe impulsen gebeurt via gespecialiseerde delen van
het zenuwstelsel: de afgegeven impulsen worden door de zenuwen naar
spieren of klieren geleid, waar ze zorgen voor beweging of afgifte van
stoffen; het organisme reageert -> spieren en klieren zijn effectoren.
Elke zenuwcel heeft een of meer uitlopers die impulsen naar het
cellichaam geleiden, de dendrieten, en een of meer uitlopers die
impulsen van het cellichaam afleiden, de axonen.
Drie typen zenuwcellen met speciale kenmerken:
Sensorische zenuwcellen of gevoelszenuwcellen geleiden
impulsen van zintuigcellen naar het centrale zenuwstelsel.
Zenuwlichaam van een sensorische zenuwcel ligt net buiten het
, centrale zenuwstelsel. Vaak eindigen kleine vertakkingen van de
dendrieten op meer zintuigcellen.
Motorische zenuwcellen of bewegingszenuwcellen geleiden
impulsen van het centrale zenuwstelsel naar spier- of kliercellen.
Deze zenuwcellichamen liggen in het centrale zenuwstelsel.
Schakelcellen geleiden binnen het centrale zenuwstelsel impulsen
van de ene zenuwcel naar de andere. Een schakelcel kan
zenuwcellen van meerdere plekken aan elkaar laten verbinden, er
zijn dus per schakelcel ook meerdere dendrieten en axonen
mogelijk.
Om de uitlopers van zenuwcellen zit soms een laag cellen (soort
isolatielaag) -> cellen van Schwann, groep van deze cellen samen is de
myelineschede. Belangrijkste functie is het versnellen van de impuls,
waardoor signalen sneller door het lichaam doorgegeven kunnen worden.
Bewuste en onbewuste reactie:
Van een prikkel naar een reactie volgt het impuls altijd min of meer
hetzelfde pad:
Een zintuigcel vertaalt een prikkel naar een impuls.
Deze impuls gaat via een sensorische zenuw naar het ruggenmerg.
Het ruggenmerg vervoert deze impuls via schakelcellen naar de
hersenen.
De hersenen verwerken de impuls: nu ben je je bewust van de
prikkel. Je besluit hoe je gaat reageren.
Via schakelcellen gaat een impuls naar het ruggenmerg.
Motorische zenuwcellen vervoeren de impuls naar de spieren en je
beweegt.
Soms gaat een reactie onbewust -> = reflex, je reageert al voordat je je
bewust bent van de prikkel. Ruggenmerg stuurt dan direct een signaal
naar een motorische zenuwcel:
Een zintuigcel vertaalt de prikkel naar een impuls.
Deze impuls gaat via een sensorische zenuw naar het ruggenmerg.
Zenuwstelsel
Ons zenuwstelsel functioneert dankzij zenuwcellen, deze zijn in heel ons
lichaam te vinden. Het zenuwstelsel registreert zelf informatie uit de
omgeving en het lichaam, verwerkt deze en stemt af of op andere
processen in het lichaam -> opnemen van info gebeurt door receptoren
of zintuigcellen zoals in het oog of in de huid. Een verandering in het
milieu is de prikkel voor het zintuig waardoor in de zintuigcel
veranderingen op gaan treden; de prikkeling heeft een elektrisch signaal
of impuls tot gevolg.
Zenuwcellen:
Het zenuwstelsel bestaat uit vele miljoenen zenuwcellen of neuronen.
Elke neuron bestaat uit een zenuwcellichaam met cytoplasma en een
kern, plus uitlopers -> sommige uitlopers hebben een mergschede of
myelineschede, die de uitlopers van elkaar isoleert.
Het afgeven van nieuwe impulsen gebeurt via gespecialiseerde delen van
het zenuwstelsel: de afgegeven impulsen worden door de zenuwen naar
spieren of klieren geleid, waar ze zorgen voor beweging of afgifte van
stoffen; het organisme reageert -> spieren en klieren zijn effectoren.
Elke zenuwcel heeft een of meer uitlopers die impulsen naar het
cellichaam geleiden, de dendrieten, en een of meer uitlopers die
impulsen van het cellichaam afleiden, de axonen.
Drie typen zenuwcellen met speciale kenmerken:
Sensorische zenuwcellen of gevoelszenuwcellen geleiden
impulsen van zintuigcellen naar het centrale zenuwstelsel.
Zenuwlichaam van een sensorische zenuwcel ligt net buiten het
, centrale zenuwstelsel. Vaak eindigen kleine vertakkingen van de
dendrieten op meer zintuigcellen.
Motorische zenuwcellen of bewegingszenuwcellen geleiden
impulsen van het centrale zenuwstelsel naar spier- of kliercellen.
Deze zenuwcellichamen liggen in het centrale zenuwstelsel.
Schakelcellen geleiden binnen het centrale zenuwstelsel impulsen
van de ene zenuwcel naar de andere. Een schakelcel kan
zenuwcellen van meerdere plekken aan elkaar laten verbinden, er
zijn dus per schakelcel ook meerdere dendrieten en axonen
mogelijk.
Om de uitlopers van zenuwcellen zit soms een laag cellen (soort
isolatielaag) -> cellen van Schwann, groep van deze cellen samen is de
myelineschede. Belangrijkste functie is het versnellen van de impuls,
waardoor signalen sneller door het lichaam doorgegeven kunnen worden.
Bewuste en onbewuste reactie:
Van een prikkel naar een reactie volgt het impuls altijd min of meer
hetzelfde pad:
Een zintuigcel vertaalt een prikkel naar een impuls.
Deze impuls gaat via een sensorische zenuw naar het ruggenmerg.
Het ruggenmerg vervoert deze impuls via schakelcellen naar de
hersenen.
De hersenen verwerken de impuls: nu ben je je bewust van de
prikkel. Je besluit hoe je gaat reageren.
Via schakelcellen gaat een impuls naar het ruggenmerg.
Motorische zenuwcellen vervoeren de impuls naar de spieren en je
beweegt.
Soms gaat een reactie onbewust -> = reflex, je reageert al voordat je je
bewust bent van de prikkel. Ruggenmerg stuurt dan direct een signaal
naar een motorische zenuwcel:
Een zintuigcel vertaalt de prikkel naar een impuls.
Deze impuls gaat via een sensorische zenuw naar het ruggenmerg.