VWO biologie H14: moleculaire
genetica
Genetica gaat over erfelijke eigenschappen, deze liggen opgeslagen in het
DNA.
DNA en RNA:
Zijn dragers van de erfelijke informatie. Een chromosoom bestaat uit
eiwitten- histonen- waar DNA omheen ligt gerold.
Transcriptie:
Bij de eiwitsynthese is transscriptie de eerste stap: DNA wordt
gekopieerd naar mRNA -> kan vervolgend de code naar ribosomen buiten
de celkern brengen. Bij de transcriptie van DNA moet eerst de dubbele
helix van het DNA verbroken worden -> het enzym RNA- polymerase is
hier verantwoordelijk voor, verbreekt de H- bruggen. Aan de actieve keten
van het DNA (de niet- coderende streng/ matrijsstreng) wordt vervolgens
het mRNA gevormd: aan de nu vrij liggende basen binden RNA-
nucleotiden. Het koppelen van die RNA- nucleotiden gebeurt ook door
RNA- polymerase.
Regeling van transcriptie:
De transcriptie moet altijd beginnen bij het begin van het gen. Op een
stukje van het DNA voordat het gen begint, bevindt zich een speciaal
stukje DNA- code -> een herhaling van TATA -> noemen we TATA- box.
Hierop kan een TATA- bindende transcriptiefactor binden. Nog meer
naar voren op het DNA binden zich activatoreiwitten,
coactivatoreiwitten binden weer aan deze activatoreiwitten en TATA-
bindende transcriptiefactoren. Zo ontstaat een heel complex aan eiwitten -
> hier bindt vervolgens RNA- polymerase aan, deze herkent het begin
punt van een gen= promotor. Alleen als al deze eiwitten gebonden zijn
aan het DNA, kan transcriptie plaatsvinden. Remming van een gen kan
optreden doordat een remmer (een repressoreiwit) bindt aan het DNA
tussen de transcriptiefactoren en activatoreiwitten -> activatie kan niet
plaatsvinden. Hele proces: binas 71F. De transcriptie stopt als RNA-
polymerase een eindsignaal als code herkent -> laat dan los van het DNA,
H- bruggen worden weer gevormd.
Nabewerking:
Het mRNA is nu gevormd, maar nog niet klaar voor translatie. Voordat RNA
de celkern verlaat moet het nog verder bewerkt worden (binas 71H).
genetica
Genetica gaat over erfelijke eigenschappen, deze liggen opgeslagen in het
DNA.
DNA en RNA:
Zijn dragers van de erfelijke informatie. Een chromosoom bestaat uit
eiwitten- histonen- waar DNA omheen ligt gerold.
Transcriptie:
Bij de eiwitsynthese is transscriptie de eerste stap: DNA wordt
gekopieerd naar mRNA -> kan vervolgend de code naar ribosomen buiten
de celkern brengen. Bij de transcriptie van DNA moet eerst de dubbele
helix van het DNA verbroken worden -> het enzym RNA- polymerase is
hier verantwoordelijk voor, verbreekt de H- bruggen. Aan de actieve keten
van het DNA (de niet- coderende streng/ matrijsstreng) wordt vervolgens
het mRNA gevormd: aan de nu vrij liggende basen binden RNA-
nucleotiden. Het koppelen van die RNA- nucleotiden gebeurt ook door
RNA- polymerase.
Regeling van transcriptie:
De transcriptie moet altijd beginnen bij het begin van het gen. Op een
stukje van het DNA voordat het gen begint, bevindt zich een speciaal
stukje DNA- code -> een herhaling van TATA -> noemen we TATA- box.
Hierop kan een TATA- bindende transcriptiefactor binden. Nog meer
naar voren op het DNA binden zich activatoreiwitten,
coactivatoreiwitten binden weer aan deze activatoreiwitten en TATA-
bindende transcriptiefactoren. Zo ontstaat een heel complex aan eiwitten -
> hier bindt vervolgens RNA- polymerase aan, deze herkent het begin
punt van een gen= promotor. Alleen als al deze eiwitten gebonden zijn
aan het DNA, kan transcriptie plaatsvinden. Remming van een gen kan
optreden doordat een remmer (een repressoreiwit) bindt aan het DNA
tussen de transcriptiefactoren en activatoreiwitten -> activatie kan niet
plaatsvinden. Hele proces: binas 71F. De transcriptie stopt als RNA-
polymerase een eindsignaal als code herkent -> laat dan los van het DNA,
H- bruggen worden weer gevormd.
Nabewerking:
Het mRNA is nu gevormd, maar nog niet klaar voor translatie. Voordat RNA
de celkern verlaat moet het nog verder bewerkt worden (binas 71H).