VWO biologie H19 milieu
Invloed van de mens:
Door de ingrepen van de mens in de natuur komen in Nederland bijna
geen natuurlijke ecosystemen meer voor, wel zijn er door de menselijke
ingrepen vele fraaie cultuurlandschappen ontstaan: heidevelden,
zandverstuivingen, weilanden, rietlanden, etc.
Voedselproductie:
Als gevolg van het dalen van het sterftecijfer is de groei van de
wereldbevolking sterk versneld, hierdoor neemt de voedselbehoefte toe.
Bij de uitbereiding van het productieoppervlakte is ontbossing het gevolg.
Door deze schaalvergroting ten behoefte van de voedselproductie ligt ook
overbevissing op de loer -> dit kan problemen opleveren, omdat vissen in
een ecosysteem onderdeel uitmaken van een min of meer gesloten
kringloop.
De Nederlandse veehouderij ontwikkelt zich de laatste decennia van een
grondgebonden naar een intensieve veehouderij -> meest intensieve vorm
van veehouderij is de bio- industrie. De laatste jaren is er sprake van
groei van een meer extensieve vorm van veehouderij: de
scharrelhouderij.
Gewasbescherming:
Door plagen en ziekten gaat veel van de opbrengst verloren. Plagen
treden op wanneer het biologisch evenwicht in een ecosysteem is
verstoord. Zo is iedere monocultuur een ideale voedingsbodem voor
parasieten. Om plagen te beschermen zijn er enkele technieken:
Gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen (pesticiden).
Bij biologische bestrijding worden ziekten en plagen bestreden met
behulp van natuurlijke vijanden (parasieten of predatoren), door
verandering van het milieu (ecologische bestrijding) en door het
kweken van meer resistente plantenrassen.
Bij geïntegreerde bestrijding worden gewassen beschermd door een
combinatie van biologische bestrijding, selectieve chemische
bestrijdingsmiddelen en wisselbouw.
Groene evolutie:
Met het telen van nieuwe gewassen meteen verhoogde voedselproductie
en een verminderde kans op misoogsten, de groene revolutie, wordt
getracht de opbrengst van het bestaande langbouwgebied te vergroten ->
nadeel: grote investering.
Invloed van de mens:
Door de ingrepen van de mens in de natuur komen in Nederland bijna
geen natuurlijke ecosystemen meer voor, wel zijn er door de menselijke
ingrepen vele fraaie cultuurlandschappen ontstaan: heidevelden,
zandverstuivingen, weilanden, rietlanden, etc.
Voedselproductie:
Als gevolg van het dalen van het sterftecijfer is de groei van de
wereldbevolking sterk versneld, hierdoor neemt de voedselbehoefte toe.
Bij de uitbereiding van het productieoppervlakte is ontbossing het gevolg.
Door deze schaalvergroting ten behoefte van de voedselproductie ligt ook
overbevissing op de loer -> dit kan problemen opleveren, omdat vissen in
een ecosysteem onderdeel uitmaken van een min of meer gesloten
kringloop.
De Nederlandse veehouderij ontwikkelt zich de laatste decennia van een
grondgebonden naar een intensieve veehouderij -> meest intensieve vorm
van veehouderij is de bio- industrie. De laatste jaren is er sprake van
groei van een meer extensieve vorm van veehouderij: de
scharrelhouderij.
Gewasbescherming:
Door plagen en ziekten gaat veel van de opbrengst verloren. Plagen
treden op wanneer het biologisch evenwicht in een ecosysteem is
verstoord. Zo is iedere monocultuur een ideale voedingsbodem voor
parasieten. Om plagen te beschermen zijn er enkele technieken:
Gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen (pesticiden).
Bij biologische bestrijding worden ziekten en plagen bestreden met
behulp van natuurlijke vijanden (parasieten of predatoren), door
verandering van het milieu (ecologische bestrijding) en door het
kweken van meer resistente plantenrassen.
Bij geïntegreerde bestrijding worden gewassen beschermd door een
combinatie van biologische bestrijding, selectieve chemische
bestrijdingsmiddelen en wisselbouw.
Groene evolutie:
Met het telen van nieuwe gewassen meteen verhoogde voedselproductie
en een verminderde kans op misoogsten, de groene revolutie, wordt
getracht de opbrengst van het bestaande langbouwgebied te vergroten ->
nadeel: grote investering.