College 1. Inleiding inkomstenbelasting
Bronnen van het belastingrecht:
- Wetten en uitvoeringsbepalingen
- Verdragen / EU-richtlijnen / EVRM
- Jurisprudentie
- Beleidsregels (pseudowetgeving)
- Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Inkomstenbelasting:
art. 1.1 wet IB
art. 2.1 wet IB
- Subject: natuurlijke personen in Nederland of in Nederland inkomen genieten.
art. 2.18 wet IB - Object: verzamelinkomen (alle drie de boxen).
art. 9.1 wet IB - Heffing: op basis van een aanslag.
art. 2.10 wet IB
art. 2.12 wet IB Tarief: progressief box 1 (draagkrachtenbeginsel) en proportioneel box 2 en box 3.
art. 2.13 wet IB
- Box 1 werk en woning (winst, loon, pensioen, ROW, periodieke uitkeringen, eigen
woning, inkomensvoorzieningen, persoonsgebonden aftrek, verliesverrekening).
- Box 2 aanmerkelijk belang (dividend, vervreemding, aftrekbare kosten).
- Box 3 sparen en beleggen (privé bezittingen en schulden).
Onderneming = een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid dat deelneemt aan het
economisch verkeer met het oogmerk winst te behalen en dat ook redelijkerwijs te halen is.
- Ontstaan: begin drijven van een onderneming.
- Verdwijnen: laatste liquidatiehandeling, fictieve staking (overlijden, scheiding),
vestigen in het buitenland.
art. 3.4 wet IB Ondernemer = belastingplichtige voor rekening van wie een onderneming wordt gedreven
en die rechtstreeks wordt verbonden voor verbintenissen m.b.t. de onderneming.
- Eenmanszaak, firmant in een VOF of maatschap.
- Beheren vennoot in een CV.
- Niet de partner van een ondernemer, tenzij terecht een man/vrouw-firma.
Ondernemingsfaciliteiten Ondernemersfaciliteiten
art. 3.41 wet IB
- Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek - Doorschuiffaciliteiten
art. 3.42 wet IB - Willekeurige afschrijving - Energie-investeringsaftrek
art. 3.42a wet IB
- Fiscale reserves (HIR, KER) - Milieu-investeringsaftrek
- Zelfstandigenaftrek
- Startersaftrek
- Meewerkaftrek (> 525 uur)
- S&O-aftrek (extra voor starters)
art. 3.79 wet IB
- Stakingsfaciliteiten (stakingsaftrek
en omzetten van lijfrente)
- MKB-winstvrijstelling (12,7%)
art. 3.43 wet IB Investeren: aangaan van verplichtingen voor de aanschaf of verbetering van bedrijfsmiddel
art. 3.45 wet IB
en voortbrengingskosten. Hiervoor mogelijkheid voor investeringsaftrek, behalve voor:
- Investeringen lager dan € 450
- Bedrijfsmiddelen die voor >70% bestemd zijn voor terbeschikkingstelling aan derden.
- Gronden, woonhuizen, personenauto’s, vaartuigen, effecten, dieren.
, College 1. Inleiding inkomstenbelasting
art. 3.46 wet IB Daarnaast worden de volgende verplichtingen uitgesloten:
- Verplichtingen tussen belastingplichtige en huisgenoten en bloed- of aanverwanten.
- Verplichtingen tussen aandeelhouders (> 33,33% belang) en zijn vennootschap. Wel
kan hiervoor een tegenbewijs worden geleverd.
art. 3.47 lid 1 wet IB Desinvesteringsbijtelling wanneer het bedrijfsmiddel < 5 jaar na aanvang van
investeringsjaar wordt vervreemd.
- Geen bijtelling als in jaar maximaal € 2.900 wordt vervreemd.
art. 3.47 lid 3 wet IB
- Fictieve desinvesteringsbijtelling bij onttrekking of bestemmingswijziging.
Overige winstgenieters (geen ondernemer, wel winst uit onderneming):
- Medegerechtigde, commanditaire vennoot (in een niet-open CV).
- Sommige schuldeisers indien hun schuld lijkt op eigen vermogen.
art. 3.6 wet IB Urencriterium (voor de zelfstandigenaftrek, meewerkaftrek en S&O-aftrek):
- Minstens 1225 uur
- Minstens 50% van de arbeidstijd aan de onderneming besteden
- Uitzonderingen voor starters en zwangere vrouwen.
Kwalitatief winstbegrip: afbakening winstsfeer en privésfeer (causaliteit, zakelijk karakter
uitgaven, onttrekkingen/stortingen, vermogensetikettering).
art. 3.14 wet IB - Niet aftrekbaar (pleziervaartuigen, standsuitgaven, voeten, kosten criminele
activiteiten, agressieve dieren).
art. 3.15 wet IB
- Beperkt aftrekbaar (eten, drank, congres, representatie, relatiegeschenk).
- Overige kosten in beginsel volledig aftrekbaar.
Vermogensetikettering bindend voor de gehele levensduur tenzij bijzondere omstandigheid:
- Ingrijpende verbouwing of andere bestemming.
- Belangrijke wetswijziging.
De belastbare winst uit onderneming berekend door middel van een vermogensvergelijking:
Eindvermogen van de onderneming (inclusief fiscale reserves)
-/- Beginvermogen van de onderneming (inclusief fiscale reserves)
+ Onttrekkingen (o.a. bijtelling privégebruik woning en auto (art. 3.19 t/m 3.20 wet IB)
-/- Kapitaalstortingen
= Winst volgens de winst-en-verliesrekening
+ Niet aftrekbare en beperkt aftrekbare kosten (art. 3.14 t/m 3.17 wet IB)
-/- Objectieve vrijstellingen (art. 3.11 t/m 3.13 wet IB (kwijtscheldingswinstvrijstelling))
-/- Saldo investeringsregelingen (-/- investeringsaftrek + desinvesteringsbijtellingen)
-/+ Mutatie fiscale reserves, exclusief FOR (+ bij afname en -/- bij toename)
= Winst uit onderneming voor toepassing FOR
+/+ Afneming van de FOR (art. 10a.29 wet IB)
= Winst uit onderneming in de zin van art. 3.8 wet IB (totaalwinst)
-/- Ondernemersaftrek (art. 3,74 t/m 3.79 wet IB)
= Grondslag voor de MKB-winstvrijstelling (art. 3.8 wet IB -/- ondernemersaftrek)
-/- MKB-winstvrijstelling (art. 3.79a wet IB)
= Belastbare winst uit onderneming in de zin van art. 3.2 wet IB
, College 2. De jaarwinst
art. 3.25 wet IB Goed koopmansgebruik (onder andere de jaarwinst).
- Realiteitsbeginsel (realisatiebeginsel + matchingsbeginsel)
(uiterlijk tijdstip winstneming: werkzaamheden zijn verricht).
- Voorzichtigheidsbeginsel: verlies nemen wanneer het wordt verwacht.
- Eenvoudsbeginsel: stelsel is duidelijk, hanteerbaar en controleerbaar.
Foutenleer: eerst kijken naar de mogelijkheid door navordering/vrijwillige betaling de fout
in het verleden te corrigeren, anders de fout herstellen in het oudste openstaande jaar.
Stelselkeuze hoeft niet de beste keuze te zijn, maar wel continueren. Stelselwijziging:
- Toegestaan indien goed koopmansgebruik dit rechtvaardigt.
- Mag niet uitsluitend gericht zijn op behalen van incidenteel fiscaal voordeel.
art. 3.30 lid 1 wet IB
Bedrijfsmiddelen: zaken bestemd voor duurzaam gebruik in de onderneming.
- Activering tegen aanschaffingskosten/voortbrengingskosten (bijkomende kosten).
- Kosten van verbetering verhoogt de boekwaarde. Investeringsaftrekken hebben
geen invloed op de boekwaarde, investeringssubsidies verlagen de boekwaarde.
- Activeren op het moment dat je economisch risico loopt.
- Activeren als economisch goed (bijvoorbeeld een investering in huurrecht, zoals een
verbouwing in een huurpand en sleutelgeld).
art. 3.30 wet IB Afschrijving van bedrijfsmiddelen: naar levensduur en restwaarde vanaf ingebruikneming.
- Bedrijfsmiddelen, goodwill <10%, andere bedrijfsmiddelen <20%.
- Systeem: lineair, degressief, intensiteit bij bijvoorbeeld kilometers.
art. 3.30a wet IB - Gebouwen: niet verder dan de WOZ-waarde (bodemwaarde).
- Waardevermeerdering heeft geen gevolgen voor een afschrijvingssysteem, dit is in
strijd met het voorzichtigheidsbeginsel (eerder winst nemen).
Afwaardering mogelijk tot lagere bedrijfswaarde. Hoogste bedrag van:
- Directe opbrengstwaarde: verkoopwaarde van het bedrijfsmiddel.
- Indirecte opbrengstwaarde: waarde van het bedrijfsmiddel dat afgeleid wordt uit de
opbrengst van de productie van de onderneming.
Waardering van voorraad en onderhanden werk:
- Voorraad = kostprijs – constante deel van de algemene kosten.
- Onderhanden werk = kostprijs + winstopslag (percentage of completion).
Vorderingen: ontstaan op het moment van levering en tegen de nominale waarde.
- Geen of lage rente: contante waarde (aanmerkelijk lager).
- Onvolwaardige (dubieuze) vordering leidt tot een afwaardering (gkg).
- Vordering is overgenomen voor een lagere dan nominale waarde (kostprijs).
- Vordering in vreemde valuta: historische koers of lagere koers balansdatum.
Waardering van vorderingen:
- Individuele waardering.
- Collectieve waardering (ervaringscijfers uit het verleden).
- Combinatie van individuele en collectieve waardering.
Bronnen van het belastingrecht:
- Wetten en uitvoeringsbepalingen
- Verdragen / EU-richtlijnen / EVRM
- Jurisprudentie
- Beleidsregels (pseudowetgeving)
- Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Inkomstenbelasting:
art. 1.1 wet IB
art. 2.1 wet IB
- Subject: natuurlijke personen in Nederland of in Nederland inkomen genieten.
art. 2.18 wet IB - Object: verzamelinkomen (alle drie de boxen).
art. 9.1 wet IB - Heffing: op basis van een aanslag.
art. 2.10 wet IB
art. 2.12 wet IB Tarief: progressief box 1 (draagkrachtenbeginsel) en proportioneel box 2 en box 3.
art. 2.13 wet IB
- Box 1 werk en woning (winst, loon, pensioen, ROW, periodieke uitkeringen, eigen
woning, inkomensvoorzieningen, persoonsgebonden aftrek, verliesverrekening).
- Box 2 aanmerkelijk belang (dividend, vervreemding, aftrekbare kosten).
- Box 3 sparen en beleggen (privé bezittingen en schulden).
Onderneming = een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid dat deelneemt aan het
economisch verkeer met het oogmerk winst te behalen en dat ook redelijkerwijs te halen is.
- Ontstaan: begin drijven van een onderneming.
- Verdwijnen: laatste liquidatiehandeling, fictieve staking (overlijden, scheiding),
vestigen in het buitenland.
art. 3.4 wet IB Ondernemer = belastingplichtige voor rekening van wie een onderneming wordt gedreven
en die rechtstreeks wordt verbonden voor verbintenissen m.b.t. de onderneming.
- Eenmanszaak, firmant in een VOF of maatschap.
- Beheren vennoot in een CV.
- Niet de partner van een ondernemer, tenzij terecht een man/vrouw-firma.
Ondernemingsfaciliteiten Ondernemersfaciliteiten
art. 3.41 wet IB
- Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek - Doorschuiffaciliteiten
art. 3.42 wet IB - Willekeurige afschrijving - Energie-investeringsaftrek
art. 3.42a wet IB
- Fiscale reserves (HIR, KER) - Milieu-investeringsaftrek
- Zelfstandigenaftrek
- Startersaftrek
- Meewerkaftrek (> 525 uur)
- S&O-aftrek (extra voor starters)
art. 3.79 wet IB
- Stakingsfaciliteiten (stakingsaftrek
en omzetten van lijfrente)
- MKB-winstvrijstelling (12,7%)
art. 3.43 wet IB Investeren: aangaan van verplichtingen voor de aanschaf of verbetering van bedrijfsmiddel
art. 3.45 wet IB
en voortbrengingskosten. Hiervoor mogelijkheid voor investeringsaftrek, behalve voor:
- Investeringen lager dan € 450
- Bedrijfsmiddelen die voor >70% bestemd zijn voor terbeschikkingstelling aan derden.
- Gronden, woonhuizen, personenauto’s, vaartuigen, effecten, dieren.
, College 1. Inleiding inkomstenbelasting
art. 3.46 wet IB Daarnaast worden de volgende verplichtingen uitgesloten:
- Verplichtingen tussen belastingplichtige en huisgenoten en bloed- of aanverwanten.
- Verplichtingen tussen aandeelhouders (> 33,33% belang) en zijn vennootschap. Wel
kan hiervoor een tegenbewijs worden geleverd.
art. 3.47 lid 1 wet IB Desinvesteringsbijtelling wanneer het bedrijfsmiddel < 5 jaar na aanvang van
investeringsjaar wordt vervreemd.
- Geen bijtelling als in jaar maximaal € 2.900 wordt vervreemd.
art. 3.47 lid 3 wet IB
- Fictieve desinvesteringsbijtelling bij onttrekking of bestemmingswijziging.
Overige winstgenieters (geen ondernemer, wel winst uit onderneming):
- Medegerechtigde, commanditaire vennoot (in een niet-open CV).
- Sommige schuldeisers indien hun schuld lijkt op eigen vermogen.
art. 3.6 wet IB Urencriterium (voor de zelfstandigenaftrek, meewerkaftrek en S&O-aftrek):
- Minstens 1225 uur
- Minstens 50% van de arbeidstijd aan de onderneming besteden
- Uitzonderingen voor starters en zwangere vrouwen.
Kwalitatief winstbegrip: afbakening winstsfeer en privésfeer (causaliteit, zakelijk karakter
uitgaven, onttrekkingen/stortingen, vermogensetikettering).
art. 3.14 wet IB - Niet aftrekbaar (pleziervaartuigen, standsuitgaven, voeten, kosten criminele
activiteiten, agressieve dieren).
art. 3.15 wet IB
- Beperkt aftrekbaar (eten, drank, congres, representatie, relatiegeschenk).
- Overige kosten in beginsel volledig aftrekbaar.
Vermogensetikettering bindend voor de gehele levensduur tenzij bijzondere omstandigheid:
- Ingrijpende verbouwing of andere bestemming.
- Belangrijke wetswijziging.
De belastbare winst uit onderneming berekend door middel van een vermogensvergelijking:
Eindvermogen van de onderneming (inclusief fiscale reserves)
-/- Beginvermogen van de onderneming (inclusief fiscale reserves)
+ Onttrekkingen (o.a. bijtelling privégebruik woning en auto (art. 3.19 t/m 3.20 wet IB)
-/- Kapitaalstortingen
= Winst volgens de winst-en-verliesrekening
+ Niet aftrekbare en beperkt aftrekbare kosten (art. 3.14 t/m 3.17 wet IB)
-/- Objectieve vrijstellingen (art. 3.11 t/m 3.13 wet IB (kwijtscheldingswinstvrijstelling))
-/- Saldo investeringsregelingen (-/- investeringsaftrek + desinvesteringsbijtellingen)
-/+ Mutatie fiscale reserves, exclusief FOR (+ bij afname en -/- bij toename)
= Winst uit onderneming voor toepassing FOR
+/+ Afneming van de FOR (art. 10a.29 wet IB)
= Winst uit onderneming in de zin van art. 3.8 wet IB (totaalwinst)
-/- Ondernemersaftrek (art. 3,74 t/m 3.79 wet IB)
= Grondslag voor de MKB-winstvrijstelling (art. 3.8 wet IB -/- ondernemersaftrek)
-/- MKB-winstvrijstelling (art. 3.79a wet IB)
= Belastbare winst uit onderneming in de zin van art. 3.2 wet IB
, College 2. De jaarwinst
art. 3.25 wet IB Goed koopmansgebruik (onder andere de jaarwinst).
- Realiteitsbeginsel (realisatiebeginsel + matchingsbeginsel)
(uiterlijk tijdstip winstneming: werkzaamheden zijn verricht).
- Voorzichtigheidsbeginsel: verlies nemen wanneer het wordt verwacht.
- Eenvoudsbeginsel: stelsel is duidelijk, hanteerbaar en controleerbaar.
Foutenleer: eerst kijken naar de mogelijkheid door navordering/vrijwillige betaling de fout
in het verleden te corrigeren, anders de fout herstellen in het oudste openstaande jaar.
Stelselkeuze hoeft niet de beste keuze te zijn, maar wel continueren. Stelselwijziging:
- Toegestaan indien goed koopmansgebruik dit rechtvaardigt.
- Mag niet uitsluitend gericht zijn op behalen van incidenteel fiscaal voordeel.
art. 3.30 lid 1 wet IB
Bedrijfsmiddelen: zaken bestemd voor duurzaam gebruik in de onderneming.
- Activering tegen aanschaffingskosten/voortbrengingskosten (bijkomende kosten).
- Kosten van verbetering verhoogt de boekwaarde. Investeringsaftrekken hebben
geen invloed op de boekwaarde, investeringssubsidies verlagen de boekwaarde.
- Activeren op het moment dat je economisch risico loopt.
- Activeren als economisch goed (bijvoorbeeld een investering in huurrecht, zoals een
verbouwing in een huurpand en sleutelgeld).
art. 3.30 wet IB Afschrijving van bedrijfsmiddelen: naar levensduur en restwaarde vanaf ingebruikneming.
- Bedrijfsmiddelen, goodwill <10%, andere bedrijfsmiddelen <20%.
- Systeem: lineair, degressief, intensiteit bij bijvoorbeeld kilometers.
art. 3.30a wet IB - Gebouwen: niet verder dan de WOZ-waarde (bodemwaarde).
- Waardevermeerdering heeft geen gevolgen voor een afschrijvingssysteem, dit is in
strijd met het voorzichtigheidsbeginsel (eerder winst nemen).
Afwaardering mogelijk tot lagere bedrijfswaarde. Hoogste bedrag van:
- Directe opbrengstwaarde: verkoopwaarde van het bedrijfsmiddel.
- Indirecte opbrengstwaarde: waarde van het bedrijfsmiddel dat afgeleid wordt uit de
opbrengst van de productie van de onderneming.
Waardering van voorraad en onderhanden werk:
- Voorraad = kostprijs – constante deel van de algemene kosten.
- Onderhanden werk = kostprijs + winstopslag (percentage of completion).
Vorderingen: ontstaan op het moment van levering en tegen de nominale waarde.
- Geen of lage rente: contante waarde (aanmerkelijk lager).
- Onvolwaardige (dubieuze) vordering leidt tot een afwaardering (gkg).
- Vordering is overgenomen voor een lagere dan nominale waarde (kostprijs).
- Vordering in vreemde valuta: historische koers of lagere koers balansdatum.
Waardering van vorderingen:
- Individuele waardering.
- Collectieve waardering (ervaringscijfers uit het verleden).
- Combinatie van individuele en collectieve waardering.