Inhoudsopgave
Hoorcollege 1 Algemene introductie bijzonder strafrecht.................................2
Hoorcollege 2 Legaliteit..................................................................................3
Hoorcollege 3 Subjectieve bestanddelen I.......................................................5
Hoorcollege 4 Subjectieve bestanddelen II......................................................9
Hoorcollege 5 Het fiscale strafrecht..............................................................12
Hoorcollege 6 De URG in het bijzonder strafrecht...........................................15
Hoorcollege 7 Onderscheid tussen bijzonder en commuun strafrecht..............20
Hoorcollege 8 Gastcollege bijzondere opsporing............................................25
Hoorcollege 9 Gastcollege klimaat & strafrecht.............................................28
Hoorcollege 10 Gastcollege bijzondere afdoeningsmodaliteiten......................32
1
,Hoorcollege 1 Algemene introductie bijzonder strafrecht
Literatuur is belangrijk voor de colleges
Al het materiele en formele strafrecht buiten de wetboeken Sr en Sv is bijzonder
strafrecht, maar dit is een andere definitie dan in de strafrechtspraktijk
gehanteerd wordt. Commuun is daar ‘veelvoorkomende feiten’, stemt niet
overeen met wetboek van Sr. In het vak gaan we uit van de eerste definitie, ook
al is het in de praktijk commuun.
Primaat bij materieel, formeel dient het materiele, werkelijkheid is anders.
Codificatie volledige en systematische verzameling van het recht in een
wetboek, maar systematisch is de vraag, lijkt wel zo. Het is geen leerboek.
Volledig is het niet, zaken zijn erbuiten gelaten. ‘Behoudens’ in 107 Gw creëert
bevoegdheid om dingen buiten wetboek Sr te leggen en tenzij van 91 Sr laat
bevoegdheid om andere zaken strafbaar te stellen.
Jean Jacques Rousseau: Sociaal contract, iedereen levert een beetje vrijheid in en
dat levert soevereiniteit op, soort overeenstemming tussen overheid en burger.
Cesarre Beccaria: schreef meesterwerk, over misdaden en straffen.
Jeremy Bentham: aan begin van codificatie gestaan, bijeenbrengen en logisch
ordenen van het recht.
Motieven codificatie zijn bijvoorbeeld praktisch-politiek centraliseren, politiek-
theoretisch burgerlijke vrijheid (utilitarisme), praktisch-juridisch systematisering.
107 Grondwet over die codificatie, maar ook 91 Sr. Met de invoeringswet is alles
afgeschaft, behalve fiscaal, militair en overtredingen. Strafrecht is eigenlijk
misdrijvenstrafrecht, overtredingen vallen niet onder 107 Gw.
91 Sr is schakelbepaling tussen WvSr en het materiele strafrecht buiten het
wetboek, opzet en culpa zitten bijvoorbeeld niet in het materiele deel, maar
worden er wel geacht te gelden.
Er is geen 91 Sr per se in Sv, maar wordt wel geacht op bijzonder strafrecht
geldig te zijn. Denk aan verdachte begrip en opsporing. Algemene werking, tenzij
bijzondere wet expliciet afwijkt.
Klassieke school was dominant tot 1889, klassiek-liberaal van aard, de overheid
diende als nachtwaker, focus op strafrechtelijke daden; nadruk op algemene
regels.
Moderne school, sociaalliberaal van aard. Meer focus op de dader; nadruk op
maatwerk, minder op algemene regels. Overheid gaat meer ordenen,
samenleving wordt in toenemende mate gevormd door het recht. Na 1886
verdwijnt zodoende nadruk op codificatie-ideaal. Belangrijker dat er mooie
regelingen op maat worden gemaakt.
Hierna komt totaal ander maatschappelijk economisch leven (2 wereldoorlogen
en beurscrash), verkeersrecht krijgt een groeiende behoefte aan nationale
2
,regeling en bestuursrecht(ook fiscaal recht) ‘ontstaat’. Nieuwe, tweede
codificatiebeweging, de WED.
Het bijzonder strafrecht heeft zich ontwikkeld tot een volwaardig deelgebied van
het strafrecht, met een deels eigen dynamiek, deels eigen karakter en een deels
eigen vormgeving. Is de status van ‘uitzondering’ volledig ontgroeid.
Hoorcollege 2 Legaliteit
Formele wederrechtelijkheid, ook wel wederwettelijkheid; directe link met het
legaliteitsbeginsel
Materiele wederrechtelijkheid (Veearts), rechtvaardigingsgronden. Ruimte
‘achter de norm’, rechtsbelang, strafbaar zonder strafwaardig, dat kan uit elkaar
lopen. Is die ruimte groter in bijzondere wetten dan in het commune strafrecht?
Wederrechtelijkheidsbeginsel komt erop neer dat materiele
wederrechtelijkheid zo duidelijk mogelijk vertaald zijn naar de delictsomschrijving
Opiumwet heeft iets eigenaardigs met wederrechtelijkheid en strafwaardigheid,
bijvoorbeeld gedoogbeleid, dat het strafbaar is, maar wel gedoogd wordt. In
bijzonder strafrecht kan er een beetje gespeeld worden met de strafwaardigheid.
Kan vanuit handhavingsperspectief zijn, of kan het nou zoveel kwaad om eens in
de zoveel tijd een jointje te gebruiken. Met legaliteitsbeginsel is het wel
problematisch dat er gedoogd wordt.
Het is de taak van de wetgever om strafrechtelijke normen zo scherp mogelijk te
beschrijven, zodat de grens tussen strafbaar en niet-strafbaar gedrag zo helder
mogelijk is. Daarin zijn de legaliteitsgedachte (helderheid) en het
wederrechtelijkheidsbeginsel (strafwaardigheid) direct te herkennen. Maar ook
het mensbeeld dat aan de basis ligt van ons strafrechtelijk systeem, dezelfde als
van week 1 (alsmede de idealen), de rationele mens.
Legaliteitsbeginsel Schuldgezichtspunt, je kunt alleen gestraft worden als je
wist of kon weten dat er iets niet mocht, moet duidelijk omschreven zijn in de wet
om tot een schuldvaststelling te komen. Wetsbegrip, van tevoren is duidelijk wie
voor wat strafbaar zijn. Mensbeeld is duidelijk ‘homo economicus’, daardoor is de
wet een sturend instrument van een samenleving. Daardoor komen ook
strafdoelen in beeld, de consequentie van de keuze voor overtreding volgt
daaruit. Rechtsstaatgedachte, de wet drukt uit onder welke omstandigheden de
overheid strafrechtelijk mag ingrijpen (zie ook strafvorderlijk legaliteitsbeginsel).
Vrijheidsbegrip, alles wat niet verboden is, is toegestaan. Rechtszekerheid, meest
abstracte en overkoepelende beginsel/belang, lex certa.
Vindt LB in 1 Sr, 1 Sv, 16 Gw, 7 EVRM, 15 IVBPR, 49 Handvest grondrechten EU.
EVRM/EHRM zien niet alleen formeel recht als basis om recht te vormen, kijk
maar naar 7 lid 2. Zij hebben ook betrekking op common law rechtssystemen,
maar ook de 2e wereldoorlog verklaren dit.
Deelbeginselen materieelrechtelijk legaliteitsbeginsel Lex scripta,
codificatie als ultieme vorm van legaliteit. Verbod van terugwerkende kracht,
daardoor ook grenzen aan rechterlijke interpretatieruimte (kenbaar,
voorspelbaar), richt zich op wetgever, maar ook tot de rechter.
3
, Analogieverbod/verbod van te extensieve interpretatie. Lex certa, zo helder
mogelijk i.v.m. mensbeeld en vrijheidsbegrip, ook uitstraling naar strafvorderlijke
mogelijkheden (rechtsstaatgedachte).
Hoe bepalen we of aan lex certa-gebod is voldaan. Onbehoorlijk gedrag is er
voldoende duidelijk wat onbehoorlijk gedrag inhoudt, welke opties heb je dan om
daar als rechter wat van te vinden. Kan het beter, kan het duidelijker, in dit geval
stond specifiek ‘op het perron’ en daar zag het op, dus voldoende afgebakend
voor het lex certa-beginsel.
Uitdagingen Technische/sterk veranderlijke materie. Algemeen vattende norm
versus achter de (strafbare) feiten aanlopen, bijvoorbeeld ingevoerde
strafbaarstelling van ‘designerdrugs’, je loopt achter de drugsproducenten aan.
Inmiddels bepaalde stofgroepen strafbaar, daarmee is duidelijkheid ingeleverd.
‘Europeanisering’ (dissertatie JGH Altena, niet voorgeschreven), zorgt ervoor dat
veel wetgeving naar ons komt, dat nog niet aan Nederlandse schoonheidsidealen
doet. Ook niet sprake van 1 wetgever, komt natuurlijk uit Brussel. Iedere lidstaat
stemt, maar na al die compromissen is de vingerafdruk van democratie een stuk
minder duidelijk. Het strafrecht (in Den Haag) als ‘jukebox’, voor elk denkbaar
probleem wordt iets in de wet gezocht, maar het is niet onuitputtelijk.
Legaliteitsbeginsel komt onder druk om maar wat strafbaar te kunnen stellen.
Semantische (on)duidelijkheid hoe woorden zijn gebruikt
Wetssystematische (on)duidelijkheid hoe wetgeving is opgebouwd.
Krulsla bepaaldheidsgebod, r.o. 3.4 en 3.5. Er kans soms sprake zijn van een
onvermijdelijke vaagheid, er moet een balans gevonden worden. Verder mag
worden verlangd dat marktdeelnemers zich laten informeren over de
beperkingen waaraan hun gedragingen zijn onderworpen.
Sunday Times t. VK r.o. 49 (ook 47 over formeel en materieel rechtsbegrip).
Wat is toegankelijk- en voorzienbaarheid.
Cantoni t. Frankrijk r.o. 35. Geneesmiddelenwet zaak, vraag of ze zich schuldig
hadden gemaakt aan de illegale verkoop van bepaalde medicijnen. Verdachte
over wanneer sprake was van een medicijn/farmaceutisch product. Over
voorzienbaarheid, of dat voorzienbaar is, is mede afhankelijk van de persoon tot
wie die wet gericht is. Er mag dan meer verwacht worden van begrijpen van
complexe wetgeving, geacht mag worden dat zij bijzondere zorg in acht nemen,
bepaalde zorgplicht.
Als dit alles naar commuun strafrecht was, was de uitkomst totaal anders. Hoe
meer je in een niche komt, hoe complexer wetgeving mag zijn en hoe verder
legaliteitsbeginsel in de achtergrond komt te staan. Legaliteitsbeginsel is relatief
en niet absoluut. Dat maakt het lastig om grenzen te trekken in iets zoals lex
certa, wanneer is iets duidelijk en wanneer te onduidelijk, je kijkt echt naar
uitspraken. Geen optimale invulling, je zoekt eerder een minimum. Beginselen
willen juist een maximum, lex certa is daarom paradoxaal.
Bijzonder strafrecht
1. Gelede normstelling. Een norm gebaseerd op een hogere regeling en krijgt
op grond van een delegatiebevoegdheid (‘krachtens’) in die hogere regeling
gestalte in een lagere regeling (of een combinatie van samenhangende
4