Er zijn twee soorten grootheden:
- Stroomgrootheid: grootheid die over een bepaalde periode wordt gemeten (bv inkomen,
zakgeld, ook uitgaven)
- Voorraadgrootheid: grootheid die op een bepaald moment wordt gemeten (bv
spaarrekening, vermogen)
Lorenz-curve = geeft de mate van ongelijkheid van de inkomensverdeling over personen weer (hoe
dikker de buik van de lorenz-curve, hoe ongelijker de verdeling)
- Nivelleren = inkomensverdeling wordt gelijker (belastingpercentage stijgt naarmate het
inkomen hoger is)
- Denivelleren = inkomensverdeling wordt ongelijker (iedereen betaalt hetzelfde bedrag
belasting)
- Gini-coëfficiënt = de oppervlakte tussen de lorenzcurve en de diagonaal : de totale
oppervlakte van de grafiek onder de diagonaal (altijd waarde tussen de 0 en de 1)
- Herverdeling van inkomens = verdeling van de inkomens na loonheffing. Iemand die veel
verdient moet meer belasting + sociale premies betalen dan iemand die weinig verdient
gelijkmatiger inkomensverdeling
Mensen verzekeren omdat ze risico-avers zijn. Bij verzekeren is er sprake van:
- Asymmetrische informatie: bij afsluiten verzekering weet verzekerde meer over kans op
risico dat hij loopt dan verzekeringsmaatschappij
- Moreel wangedrag: iemand neemt meer risico’s omdat hij verzekerd is
Door asymmetrische informatie en moreel wangedrag ontstaat averechtse selectie = alleen slechte
risico’s verzekeren stijging premie verzekeren zinloos
Averechtse selectie voorkomen door:
- Verplichte verzekering (collectieve dwang)
- Premiedifferentiatie: hoge risico’s betalen meer premie dan lage risico’s
- Invoering van eigen risico / maximumvergoeding: verzekerde meebetalen bij schade
- Bonus-malusregeling: mensen die jaren zonder schade rijden krijgen korting op premie en
mensen met veel schade moeten extra premie betalen
Premie = kans op schade x gemiddelde hoogte verwachte schade
Sociale verzekeringen = door de overheid verplichte verzekering tegen inkomensverlies door
werkeloosheid, overlijden, ouderdom, ziekte:
- Volksverzekeringen (voor iedereen): AOW, AWBZ (zorg), ANW (nabestaanden), AKW
(kinderen)
- Werknemersverzekeringen (voor mensen in loondienst, premies betaald door werkgevers):
WW (werkeloosheid), ZW (ziektewet), WIA (arbeidsongeschiktheid)
Sociale uitkeringen worden betaald als belastingen en premies. Om ze betaalbaar te houden is het
van belang dat er genoeg betalers zijn tegenover uitkeringsgerechtigden:
i/a-ratio = verhouding tussen inactieven en actieven (inactieven / actieven) x 100%
, Vraag en aanbod
Prijselasticiteit van de gevraagde hoeveelheid:
Ev = procentuele verandering van gevraagde hoeveelheid / procentuele verandering prijs
Bij een elasticiteit staat de oorzaak in de noemer en het gevolg in de teller
- Minteken bij prijselasticiteit: negatief verband als prijs stijgt zal gevraagde hoeveelheid
dalen en als prijs daalt zal gevraagde hoeveelheid stijgen
- Is Ev groter dan 1 vraag elastisch (kijk niet naar + of -)
- Is Ev kleiner dan 1 vraag inelastisch
Kruiselingse prijselasticiteit van de vraag:
Ek = procentuele verandering van gevraagde hoeveelheid van een product / procentuele verandering
van de prijs van een ander product
- Ek positief: prijsstijging van bv. thee leidt tot grotere vraag naar koffie substitutiegoederen
- Ek negatief: prijsstijging van bv. Cd’s leidt tot minder vraag Cd-spelers complementaire
goederen
Inkomenselasticiteit van de vraag:
Ey = procentuele verandering gevraagde hoeveelheid / procentuele verandering besteedbaar
inkomen
- Ey positief: bij hoger inkomen stijgt de vraag naar normale goederen
o Primaire goederen: reageert niet sterk op inkomensverandering inelastisch
o Luxe goederen: bij inkomensstijging meer gekocht worden elastisch
- Ey negatief: een hoger inkomen leidt tot daling van gevraagde hoeveelheid = inferieure
goederen, bijvoorbeeld merkloze spijkerbroeken. Inferieure goederen worden vervangen
door luxere goederen
Variabele kosten:
- Proportioneel: variabele kosten veranderen evenredig naarmate productie toeneemt
- Degressief: variabele kosten dalen als productie toeneemt
- Progressief: variabele kosten stijgen als productie toeneemt
MK = extra kosten bij uitbreiding van de productie met 1 eenheid delta TK / delta q
MO = extra opbrengt bij uitbreiding van de productie met 1 eenheid delta TO / delta q
Prijselasticiteit van het aanbod:
Ea = procentuele verandering vraag / procentuele verandering verkoopprijs
- Verkrapping van de arbeidsmarkt: werkgelegenheid + vacatures groeit harder dan de
beroepsbevolking (verhouding tussen vraag en aanbod groter)
- Verruiming van de arbeidsmarkt: beroepsbevolking groeit harder dan werkgelegenheid +
vacatures (verhouding tussen vraag en aanbod kleiner)
- Schaars product = kost geld