samenvatting + aantekeningen ppt
Aantekeningen
Een obligatie is een verhandelbaar schuldbewijs die een bedrijf of
overheid is aangegaan. Vaak worden deze leningen opgeknipt in
stukjes. Ze zijn dat beter te betalen voor de kopers van de obligatie.
Aan het einde van de looptijd ontvang de koper de nominale waarde
terug.
De obligatie geeft een vaste rente, ook wel de couponrente genoemd.
Doel van beleggen:
1. Koerswinst
2. Dividend
3. Zeggenschap
MAK: totaalbedrag dat nv aan aandelen heeft gecreëerd
AIP: maatschappelijk- gak. Deze aandelen liggen op de plank
GAK: nominaal bedrag aan werkelijk uitgeven aandelen
A pari
Emissiekoers= nominale waarde
Boven pari
Emissiekoers > nominale waarde
Beneden pari
Emissiekoers < nominale waarde
Emissiekoers= nominale waarde + agio
Totale agio ( agioreserve) = agio per aandeel x aantal aandelen
Eigen vermogen bestaat uit: GAK + reserves + winstsaldo
Doel bestemmingsreserves:
1. Vergroten weerstandsvermogen
2. Vervangen vreemd vermogen door eigen vermogen
3. Dividendstabilisatie
4. Financieren uitbreiding
, Intrinsieke waarde= waarde van onderneming volgens de balans
Intrinsieke waarde:
⁃ eigen vermogen
⁃ Bezittingen (debet) - vreemd vermogen
Intrinsieke waarde per aandeel= eigen vermogen: aantal geplaatste
aandelen
Verschillende soorten dividend:
Cashdividend
⁃ Uitkering in contanten
Stockdividend
⁃ Uitkering in aandelen
⁃ Door betaling van dividendbelasting moet er ook een gedeelte als
cashdividend uitgekeerd worden (die belasting)
Voordelen stockdividend
⁃ op korte termijn de liquide middelen en de EV dalen minder
⁃ Bij een hoge koers kan stockdividenden in praktijk meer waard
zijn dan (hetzelfde percentage) cashdividend
Nadelen stockdividend
⁃ langere termijn: er zijn meer geplaatste aandelen in omloop, dus
moet er volgend jaar meer dividend worden uitgekeerd
⁃ Er treedt verwatering op van de aandelen, de intrinsieke waarde
daalt. Er zijn nu meer aandelen die samen minder EV (door uitkering
van cashdividend) moeten delen
Preferentie kan op basis van
1. Winstuitkering dus vast percentage
2. Zeggenschap
3. Uitkering bij liquidatie (opheffing)
Reserves
1. Agioreserve
2. Winstreserve (algemene, dividendstabilisatie, uitbreiding,
statutaire)
3. Wettelijke reserves (herwaarderingsreserve)
⁃ Geactiveerde kosten behoren tot de immateriële vaste activa