Beco
1.1
In een ondernemingsplan onderzoekt of je plannen haalbaar zijn en of
er een markt is voor jouw product. Het bestaat uit:
⁃ Persoonlijk plan
Wie hij is, wat zn eigenschappen en kwaliteiten zijn en waarom die
bedrijf wil starten
⁃ Activiteiten van de onderneming
Wat hij precies wil doen en waarom zijn product uniek is. Bedrijfsnaam,
kvk nummer en welk rechtsvorm.
⁃ Marketingplan
Hoe zij zn marketingdoelstelling in bepaalde periode bereikt.
⁃ Financieel plan
Investeringsbegroting-> debetzijde
Financieringsbegroting-> creditzijde
Dit samen is de openingsbalans. Op exploitatiebegroting staan de
kosten en opbrengen, op de liquiditeitsbegroting staat je ontvangsten
en uitgaven.
Een visie geeft een beeld van de toekomst van de organisatie. Een
visie geeft aan waar mensen in de organisatie voor gaan, wat hun
toekomstdroom is. Een missie is datgene dat een organisatie naar
buiten toe wil uitdragen. Een missie geeft aan waar de mensen uit de
organisatie voor staan, wat de identiteit van de organisatie is. Dus het
beschrijft wat de onderneming doet om die visie waar te maken. Mbv
missie kun je de visie bereiken.
1.2
Marketingdoelstellingen zijn doelen die een bedrijf wil bereiken.
De marktpositie is de plek die het product heeft in het hoofd van de
potentiële klant. Het laat zien hoe de onderneming zich onderscheidt
van de concurrentie.
Markt creëren is waarom de klant behoefte heeft naar het product.
Klantbehoud is het percentage klanten dat een bedrijf over een
bepaalde periode behoudt.
Marktaandeel is het aandeel dat een onderneming heeft in de markt.
Een doelstelling kan zijn om het te vergoten of vasthouden. Je kunt het
ook berekenen door:
⁃ Marktaandeel afzet= afzet bedrijf: totale afzet x 100%
⁃ Marktaandeel omzet= omzet bedrijf: totale omzet x 100%
Omzet= afzet x verkoopprijs
, 1.3
Fieldresearch is primaire data. Je gaat zelf onderzoek doen (interviews,
enquetes). Deskresearch is secundaire data, het bestaat namelijk al. Je
zoekt naar data wat al beschikbaar is (cbs) maar je weet nooit of het
betrouwbaar is want je weet niet hoe de informatie is gekomen. Een
enquete is een vorm van kwantitatief marktonderzoek, het levert harde
cijfers op. Een interview is een vorm van kwalitatief onderzoek, je kunt
hier doorvragen maar levert geen harde cijfers op.
2.2
S= sterktes/ strenghts-> intern
W= zwaktes/ weaknesses-> intern
O= kansen/ oppertunities-> extern
T= bedreigingen/ threats-> extern
Dit is een belangrijk hulpmiddel bij het opstellen van een
marketingplan
2.3
Na de swot-analyse wordt de confrontatiematrix opgesteld. Dat is een
basis voor de marketingstrategie. De interne dingen worden tegen de
externe dingen gekoppeld. Horizontaal staan de kansen en bedreigen.
Verticaal staan de sterktes en zwaktes. Hierdoor krijg je inzicht in de
belangrijkste dingen van de swot.
3.1
Een doelgroep is een groep klanten die dezelfde kenmerken hebben.
Bijvoorbeeld demografische kenmerken (leeftijd, geslacht) of
sociaaleconomische kenmerken (vermogen). Door deze segmentatie
kun je beter de wensen en behoeften van de klant reageren.
Bij marktsegmentatie kun je 3 strategieën hebben:
⁃ Geconcentreerde marketing = 1 bepaald marktsegment
⁃ Gedifferentieerde marketing= meerdere doelgroepen
⁃ Ongedifferentieerde marketing= totale markt
Marktdefinitie is het duidelijk aangeven bij welke doelgroep het product
hoort.
3.2
Klantwaarde is het verschil tussen de geheel van voordelen en geheel
van de kosten die hij volgens hem moet maken. Klantwaardepropositie
stelt dat klanten niet allen de waarde hechten aan het product maar
1.1
In een ondernemingsplan onderzoekt of je plannen haalbaar zijn en of
er een markt is voor jouw product. Het bestaat uit:
⁃ Persoonlijk plan
Wie hij is, wat zn eigenschappen en kwaliteiten zijn en waarom die
bedrijf wil starten
⁃ Activiteiten van de onderneming
Wat hij precies wil doen en waarom zijn product uniek is. Bedrijfsnaam,
kvk nummer en welk rechtsvorm.
⁃ Marketingplan
Hoe zij zn marketingdoelstelling in bepaalde periode bereikt.
⁃ Financieel plan
Investeringsbegroting-> debetzijde
Financieringsbegroting-> creditzijde
Dit samen is de openingsbalans. Op exploitatiebegroting staan de
kosten en opbrengen, op de liquiditeitsbegroting staat je ontvangsten
en uitgaven.
Een visie geeft een beeld van de toekomst van de organisatie. Een
visie geeft aan waar mensen in de organisatie voor gaan, wat hun
toekomstdroom is. Een missie is datgene dat een organisatie naar
buiten toe wil uitdragen. Een missie geeft aan waar de mensen uit de
organisatie voor staan, wat de identiteit van de organisatie is. Dus het
beschrijft wat de onderneming doet om die visie waar te maken. Mbv
missie kun je de visie bereiken.
1.2
Marketingdoelstellingen zijn doelen die een bedrijf wil bereiken.
De marktpositie is de plek die het product heeft in het hoofd van de
potentiële klant. Het laat zien hoe de onderneming zich onderscheidt
van de concurrentie.
Markt creëren is waarom de klant behoefte heeft naar het product.
Klantbehoud is het percentage klanten dat een bedrijf over een
bepaalde periode behoudt.
Marktaandeel is het aandeel dat een onderneming heeft in de markt.
Een doelstelling kan zijn om het te vergoten of vasthouden. Je kunt het
ook berekenen door:
⁃ Marktaandeel afzet= afzet bedrijf: totale afzet x 100%
⁃ Marktaandeel omzet= omzet bedrijf: totale omzet x 100%
Omzet= afzet x verkoopprijs
, 1.3
Fieldresearch is primaire data. Je gaat zelf onderzoek doen (interviews,
enquetes). Deskresearch is secundaire data, het bestaat namelijk al. Je
zoekt naar data wat al beschikbaar is (cbs) maar je weet nooit of het
betrouwbaar is want je weet niet hoe de informatie is gekomen. Een
enquete is een vorm van kwantitatief marktonderzoek, het levert harde
cijfers op. Een interview is een vorm van kwalitatief onderzoek, je kunt
hier doorvragen maar levert geen harde cijfers op.
2.2
S= sterktes/ strenghts-> intern
W= zwaktes/ weaknesses-> intern
O= kansen/ oppertunities-> extern
T= bedreigingen/ threats-> extern
Dit is een belangrijk hulpmiddel bij het opstellen van een
marketingplan
2.3
Na de swot-analyse wordt de confrontatiematrix opgesteld. Dat is een
basis voor de marketingstrategie. De interne dingen worden tegen de
externe dingen gekoppeld. Horizontaal staan de kansen en bedreigen.
Verticaal staan de sterktes en zwaktes. Hierdoor krijg je inzicht in de
belangrijkste dingen van de swot.
3.1
Een doelgroep is een groep klanten die dezelfde kenmerken hebben.
Bijvoorbeeld demografische kenmerken (leeftijd, geslacht) of
sociaaleconomische kenmerken (vermogen). Door deze segmentatie
kun je beter de wensen en behoeften van de klant reageren.
Bij marktsegmentatie kun je 3 strategieën hebben:
⁃ Geconcentreerde marketing = 1 bepaald marktsegment
⁃ Gedifferentieerde marketing= meerdere doelgroepen
⁃ Ongedifferentieerde marketing= totale markt
Marktdefinitie is het duidelijk aangeven bij welke doelgroep het product
hoort.
3.2
Klantwaarde is het verschil tussen de geheel van voordelen en geheel
van de kosten die hij volgens hem moet maken. Klantwaardepropositie
stelt dat klanten niet allen de waarde hechten aan het product maar