WINST UIT ONDERNEMING
Week 2 – Volledige Tentamensamenvatting
Hoofdstuk 3 – Inkomen uit werk en woning
Deel Inhoud Paragrafen
A Totaalwinstbegrip, nominalistisch stelsel, 3.2.8 – 3.2.9
vermogensvergelijking, voordelen uit onderneming,
vermogensetikkettering
B Goed koopmansgebruik, beginselen, stelselkeuze, foutenleer, 3.2.13 – 3.2.18
gegevens na balansdatum, boekjaar
Juris 9 kernprocedures met gedetailleerde analyse Week 2 HC A
prude
ntie
DEEL A
Paragraaf 3.2.8 – Het Totaalwinstbegrip
a. Totaalwinst en Jaarwinst
De inkomstenbelasting kent twee winstbegrippen:
Begrip Definitie Functie
Totaalwinst (art. 3.8) Alle voordelen verkregen uit een Bepaalt wát tot de winst behoort
onderneming over de volledige (vermogensetikkettering)
bestaansduur
Jaarwinst (art. 3.25) De in een kalenderjaar genoten Bepaalt wánneer winst wordt belast
winst, bepaald via goed (toerekening aan jaar)
koopmansgebruik
De totale winst is in beginsel gelijk aan de som van de jaarwinsten. Dit verband is op meerdere
punten doorbroken, o.a. door:
• Objectieve vrijstellingen (art. 3.11–3.13)
• Aftrekbeperkingen gemengde kosten (art. 3.14–3.20)
• Investeringsaftrek (art. 3.40–3.52) en verliesverrekening (art. 3.148–3.153)
b. Nominalistisch Stelsel
• Geen rekening met inflatie of deflatie – elke nominale vermogensverandering = winst
• Inflatiewinst is dus belast
• Substantialistische stelsels zijn fiscaal in beginsel niet toegestaan
• ⚠ Uitzondering: ijzerenvoorraadstelsel is wél toegestaan binnen jaarwinstbepaling
c. Berekening Totaalwinst – Vermogensvergelijking
Belastingrecht – Tentamensamenvatting 1
,Week 2 | Winst uit Onderneming | Deel A – Totaalwinst & Voordelen
Formule vermogensvergelijking
Totaalwinst = Eindvermogen − Beginvermogen − Stortingen + Onttrekkingen
• Stortingen: inbreng door de ondernemer vanuit privé (geen winst)
• Onttrekkingen: bedragen die ondernemer uit de onderneming haalt voor privédoeleinden
d. Begin- en Eindbalans
• Grondslag: waarde in het economisch verkeer
• Gratis verworven activa → nihil op beginbalans
• Onzakelijk lage tegenprestatie → opnemen voor zakelijke waarde
• Doorschuifregeling → beginbalans op boekwaarden overdrager
Voorbeeld – Onzakelijke verwerving
X koopt bedrijfsmiddel voor €12.000 (catalogus: €15.000).
• Korting zakelijk (bv. toekomstige afname): €12.000 op balans.
• Korting onzakelijk (familierelatie): €15.000 op balans. Verschil blijft in privésfeer.
e. Sfeerovergang
Overgang Waardering
Resultaatsfeer → Winstsfeer Waarde in economisch verkeer op inbrengmoment
Winstsfeer → Resultaatsfeer Niet gefaciliteerd; marktwaarde
Loonsfeer ↔ Winst/Resultaat Altijd marktwaarde
Paragraaf 3.2.9 – Voordelen uit Onderneming
a. Ruim Winstbegrip (art. 3.8)
• Alle voordelen — ongeacht naam en vorm — uit onderneming zijn belast
• Wederrechtelijk verkregen voordelen (diefstal, handel in verboden middelen): ook belast
• Gemiste voordelen: niet belast – de fiscus mag de bedrijfsvoering niet toetsen op
doelmatigheid
Winstgemis – uitzondering:
Als de ondernemer een voordeel bewust laat ontgaan ten gunste van een ander om persoonlijke
redenen, wordt het gemiste voordeel tóch tot de winst gerekend. Er vindt dan tegelijk een onttrekking
aan het ondernemingsvermogen plaats.
Criteria (niet volledig uitgekristalliseerd, maar vereist):
• De winstmogelijkheid wordt benut door iemand in de persoonlijke interessesfeer van de
ondernemer
Belastingrecht – Tentamensamenvatting 2
, Week 2 | Winst uit Onderneming | Deel A – Totaalwinst & Voordelen
• De ondernemer had het voordeel zelf kunnen en ook zou hebben verworven
• Gevolg: voordeel aangemerkt als winst bij de ondernemer + onttrekking ten belope van
hetzelfde bedrag
Voorbeeld – Winstgemis
Makelaar A laat een lucratieve vastgoedtransactie bewust lopen via zijn schoonvader,
terwijl A die deal zelf had kunnen en ook zou hebben gedaan.
→ Winstgemis: het gemiste voordeel wordt bij A als winst aangemerkt.
→ Tegelijk: onttrekking aan OV (A heeft zijn schoonvader bevoordeeld vanuit de
onderneming).
NB: verschil met Zweedsegrootmoederarrest – daar was het voordeel bij de dochter,
veroorzaakt door concernbetrekkingen. Dat is géén winstgemis van de dochter.
b. Vermogensetikkettering – Drie Categorieën
Categorie Omschrijving Keuzevrijheid?
Verplicht Wezenlijke functie in onderneming Nee
ondernemingsvermo (machines, voorraden, bedrijfsschulden)
gen
Verplicht Uitsluitend privéfunctie (privébeleggingen) Nee
privévermogen
Keuzevermogen Gemengde functie (auto, woon/winkelpand) Ja, binnen grenzen der
redelijkheid
c. Onroerende Zaken
• Pand uitsluitend zakelijk → verplicht ondernemingsvermogen
• Gesplitst gebruik, bouwtechnisch splitsbaar → splitsing naar rato van gebruik
• Gesplitst gebruik, niet splitsbaar → keuze ondernemer (geheel zakelijk óf geheel privé)
• Bewoning door ondernemer zelf → in beginsel privé; keuzevermogen als bewoning
dienstbaar is aan onderneming
d. Liquide Middelen, Vorderingen & Effecten
• Duurzaam overtollige kasgelden → privévermogen
• Tijdelijk overtollige middelen → OV als ze tijdig terugvloeien
• Risicovolle beleggingen (speculatie) → privévermogen (orthodontist-arrest)
• Aandelen als deelneming met nauwe band → ondernemingsvermogen
Belastingrecht – Tentamensamenvatting 3