1.1 Rechtsgebieden
Juridisch redeneren en denken
• Analytisch Argumenteren Kritisch denken
• Argumenteren;
Met argumenten kun je eigen standpunt verdedigen of die van een ander aanvallen
Het gaat vooral om:
1. juridisch relevante feiten, irrelevante feiten zijn niet van belang
2. relevante feiten vormen het begin van het argumentatieproces
3. geef waar mogelijk het verschil tussen feit en mening aan
• Analyseren;
Systematisch ontleden van een complex probleem in zijn elementen
• Overtuigen:
1. Logos: overtuigen door het geven van argumenten
2. Ethos: overtuigen door een positief beeld van jezelf te geven. Denk hierbij aan
integriteit en deskundigheid (niet argumentatief)
3. Pathos: overtuigen door in te spelen op de gevoelens van het publiek
(niet argumentatief)
• Logos is gebaseerd op twee verschillende logische argumenten:
1. Deductieve argumenten: Bij deductieve argumentatie volgt uit de premissen
(aannames) logischerwijs een conclusie, bijvoorbeeld:
Een rechter dient een juridische opleiding afgerond te hebben
Henk is rechter
Henk heeft dus een juridische opleiding afgerond
2. Inductieve argumenten: Bij inductieve argumentatie volgt een algemene
conclusie uit een aantal premissen (aannames) die specifieke gevallen
beschrijven, bijvoorbeeld:
Panda A eet bamboe
Panda B eet bamboe
Dus alle panda's eten bamboe
Het toepassen van een regel bestaat uit twee stappen:
1. een analyse van de structuur van de rechtsregel, door te denken
in rechtsvoorwaarden en rechtsgevolg.
2. door te toetsen of de voorwaarden zijn vervuld
Is er voldaan aan het laatste, dan is de rechtsregel van toepassing, het rechtsgevolg treedt dan ook in.
,Bij belangrijke begrippen:
1. Inhoud
• wat is het?
2. Rechtsverkrijging
• hoe krijg je het?
3. Beschermingsomvang
• wanneer is er inbreuk?
4. Beschermingsduur
• hoe lang heb je het?
1.2 Intellectueel eigendomsrecht
• het exclusieve recht op de
producten van de denkarbeid van de mens
• verschillende soorten intellectueel eigendomsrechten
, 1.3 Merkenrecht
Inhoud
• Een merk is een onderscheidingsteken. Te verdelen in 3 groepen:
1. Woordmerk (Philips)
2. Beeldmerk (logo’s)
3. Vormmerk (Coca cola flesje)
Of iets dergelijks als merk kan worden vastgelegd, zal per geval moeten worden bekeken.
Zolang het maar onderscheidend vermogen heeft en grafisch weer te geven is.
Bij smaak nog niet gebeurd, kleuren, geur en muziek wel.
• Tekens (art. 2.1 lid 1 BVIE)
wel : concreet teken (ook muziektunes, submerken,etc.), grafisch weer te geven
niet : iets onbepaalds of abstracts
• Onderscheidend vermogen (art. 2.11 BVIE)
wel : merk in het geheel bekijken; totaalindruk bij publiek
niet : beschrijvende aanduidingen
- Pampers: luiers zijn bedoeld om baby’s droog te houden, dus Baby-Dry is niet
onderscheidend genoeg
- Wrigley’s wilde doublemint vastleggen als merk: rechter: te beschrijvend.
• Waar vinden we het?:
Het Benelux Verdrag inzake de Intellectuele Eigendom (BVIE) is een verdrag tussen Nederland,
België en Luxemburg en vormt de basis voor het Benelux merkenrecht en het Benelux
tekeningen- en modellenrecht.
Het BVIE is afgestemd op de EU wetgeving en toetsing van de regels in het BVIE vallen onder
de rechtsmacht van het Hof van Justitie van de EU.
Rechtsverkrijging
• Merk wordt pas beschermd als het gedeponeerd wordt, dit gebeurt bij Benelux Bureau voor
Intellectuele Eigendom
• Wordt geweigerd bij:
- In strijd met goede zeden, openbare orde en misleidend
- Onvoldoende onderscheidend vermogen
• Een merk wordt wel toegestaan als de merknaam al bestaat. De houder van een ouder merk is
zelf verantwoordelijk voor de controle op inbreuken