het sociaal domein
Leerjaar 2, kwartiel 3, HBO-Rechten
Toets bestaande uit: 20 meerkeuze vragen en 2 open vragen
Hoorcollege week 1
Sociaalzekerheidsrecht = Het geheel van maatregelen dat nodig is om de gevolgen te
compenseren van de risico’s (bijv. oud worden of werkloos worden) die mensen lopen bij
het functioneren in de maatschappij (+ tegenwoordig: en uitkeringsgerechtigden steun
geven bij het vinden van werk).
Sociaalzekerheidsrecht
2 begrippen die belangrijk zijn:
1. Collectiviteit: betekent dat mensen samen verantwoordelijkheid dragen en
voorzieningen gezamenlijk regelen en betalen voor de hele samenleving.
2. Solidariteit: betekent dat mensen elkaar steunen, waarbij sterkere groepen bijdragen
aan zwakkere groepen, bijvoorbeeld door samen te betalen voor zorg en
ondersteuning.
- Uitgangspunt bij deze 2 begrippen is dat de sterkere een bijdrage leveren aan het
helpen van de zwakkere in de samenleving.
Waar valt het sociaalzekerheidsrecht onder?
Publiekrecht → bestuursrecht → sociaal bestuursrecht, daarom:
- De algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn van toepassing;
- De bestuursrechtelijke procedure is van toepassing (bezwaar, beroep, hoger beroep).
- Ook privaatrechtelijke normen zijn van toepassing: denk aan een zorgverzekering.
o Je sluit dan een overeenkomst af tussen een private partij (de zorgverzekeraar)
en jij als verzekerde.
- Het is instrumenteel recht (gereedschapsrecht): middel om een maatschappelijk
doel te bereiken. Om deze doelen te bereiken zijn er verschillende middelen, zoals
uitkeringen en toeslagen.
Er is geen algemene wet sociale zekerheid.
Sociale risico’s, wie vangt het op?
- Werknemersverzekeringen
- Volksverzekeringen (deze module)
- Sociale voorzieningen (deze module)
,Historische context
- Nederland was lang een nachtwakersstaat. Het was ieder voor zich, de overheid had
een zo klein mogelijke rol in de maatschappij. Er was veel armoede, aangezien er
geen vangnet was.
o Voorbeeld: stel je was arbeidsongeschikt, dan ontving je niks van de overheid.
- Het kinderwetje van Van Houten werd ingevoerd (1874): dit was de eerste wet tegen
kinderarbeid.
- De ongevallenwet werd ingevoerd (1901): de eerste echte sociale zekerheidsrecht in
Nederland.
- Uiteindelijk werden we een verzorgingsstaat: de overheid heeft een actieve rol met de
inkomenszekerheid en er kwamen veel wetten om burgers te beschermen.
- Invoering WAO (jaren ’60): Dit was de voorloper van de WIA. We kwamen erachter dat
sociale zekerheid ook een keerzijde zat, want veel mensen maakten misbruik van
deze uitkering. Te veel mensen kregen een uitkering, waardoor het niet meer
betaalbaar was. De solidariteit kwam onder druk te staan.
- Versobering WAO (na 1987): om misbruik tegen te gaan.
- WAO werd vervangen voor de WIA (2005): De WIA richt zich veel meer op integratie in
werk, ze willen dat je weer aan het werk gaat. Ook de regels zijn strenger. Mensen
moeten minder leunen op de overheid en meer zelf doen. Er was meer
verantwoordelijkheid bij de mensen.
- We zijn een participatie samenleving geworden: het meedoen staat voorop, om het
stelsel te kunnen uitvoeren. De verzorgingsstaat bestaat nog, er zitten alleen meer
voorwaarden en verantwoordelijkheden aan.
- Eigen verantwoordelijkheid/zelfstandigheid staat centraal: denk aan de eerste 2 jaar
dat de werkgever door betaald bij ziekte, pas na die 2 jaar komt de overheid in beeld.
Hoe is de sociale zekerheid in Nederland ingedeeld?
- Sociale voorzieningen: worden betaald uit belastingopbrengsten en dienen als
laatste financiële vangnet (participatiewet, IOAW, IOAZ, TW, AKW, WMO, jeugdwet).
- Sociale verzekeringen: worden betaald uit premieheffing (over het arbeidsinkomen of
uitkering).
o Volksverzekeringen: iedere inwoner van Nederland/of werkend in Nederland is
verzekerd. Premies worden betaald door werknemer of zelfstandige (bijv. Wlz,
AOW, Anw, ZVW).
o Werknemersverzekeringen: bedoeld voor werknemers. Premies worden
betaald door werknemer en werkgever samen (WIA, WAO, WW, ZW).
Participatiewet
- De Participatiewet is sinds 1 januari 2015 van kracht.
- In deze wet zijn drie wetten samengevoegd:
o Wajong
, o Wet sociale werkvoorziening (Wsw)
o Wet werk en bijstand (WWB)
- Het doel van de Participatiewet is bezuinigen en meer mensen laten deelnemen aan
de maatschappij. Iedereen moet, zoveel mogelijk op eigen kracht, als volwaardig
burger kunnen meedoen en bijdragen aan de samenleving.
- Waar nodig wordt ondersteuning geboden, maar er wordt eerst gekeken naar wat
mensen zelf kunnen.
- Onderdeel van de Participatiewet is de Wet banenafspraak. Het doel hiervan is het
creëren van een groot aantal extra banen voor mensen met een arbeidsbeperking.
Gemeenten moeten dit opnemen in hun beleid.
- De Participatiewet moet ervoor zorgen dat meer mensen, met of zonder beperking,
werk vinden bij een reguliere werkgever.
- Voor wie is de Participatiewet? Voor iedereen die kan werken, maar dit zonder
ondersteuning niet redt op de arbeidsmarkt.
Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO)
- De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is ingevoerd in 2007 en verving de
Welzijnswet.
o Met de invoering van de Wmo werd de huishoudelijke thuiszorg, die eerst
onder de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) viel, overgeheveld
naar de gemeenten.
- Aanleiding en uitgangspunt: Het belangrijkste doel van de Wmo is meedoen. De wet
moet ervoor zorgen dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen en
kunnen deelnemen aan de samenleving, eventueel met hulp van familie, vrienden of
bekenden. Als dit niet voldoende is, biedt de gemeente ondersteuning.
- Doel van de Wmo:
o Het bevorderen van de sociale samenhang en leefbaarheid binnen de
gemeente.
o Het stimuleren dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig functioneren en
participeren in hun eigen leefomgeving.
- Zelfredzaamheid: Zelfredzaamheid gaat niet alleen over huishoudelijke hulp, maar
ook over andere dagelijkse activiteiten, zoals
o Lopen en bewegen
o Lichamelijke hygiëne
o Eten en drinken
o Medicijnen innemen
o Sociaal contact en ontspanning
- Voor wie is de Wmo? De Wmo is bedoeld voor alle inwoners van Nederland en voor
iedereen die rechtmatig in Nederland verblijft. Er geldt geen minimum- of
maximumleeftijd.
, - Gemeentelijkbeleid: Iedere gemeente maakt een eigen Wmo-beleid, waardoor er
verschillen kunnen zijn tussen gemeenten.
Jeugdwet
- De Jeugdwet verving in 2015 de Wet op de jeugdzorg. Daarnaast zijn verschillende
onderdelen van de jeugdzorg die eerder vielen onder de Zorgverzekeringswet (Zvw)
en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) opgenomen in de Jeugdwet.
- Ook jeugdbescherming en jeugdreclassering maken nu onderdeel uit van de
Jeugdwet.
- Aanleiding: de invoering van de Jeugdwet is tot stand gekomen door
stelselwijzigingen in de zorg en de decentralisatie van overheidstaken naar
gemeenten. De overheid vond dat de zorg voor jeugdigen te versnipperd was geraakt
en wilde meer samenhang en overzicht creëren.
- Doelen van de Jeugdwet
o Het versterken van de eigen verantwoordelijkheid en mogelijkheden van
jeugdigen en ouders, met inzet van het sociale netwerk.
o Minder snel medicatie voorschrijven.
o Het terugdringen van de zorgvraag.
o Integrale hulp aan gezinnen: 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur.
o Minder regeldruk en meer ruimte voor professionals om passende hulp te
bieden.
- Voor wie is de Jeugdwet? De Jeugdwet is bedoeld voor kinderen en jongeren onder de
18 jaar die ondersteuning nodig hebben bij het opgroeien of bij de opvoeding. De wet
is niet bedoeld voor:
o Jeugdigen die intensieve medische zorg nodig hebben (dit valt onder de
Zorgverzekeringswet).
o Jeugdigen die 24-uurszorg nodig hebben (dit valt onder de Wet langdurige
zorg).