Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting alle kenmerkende aspecten uitgewerkt - Geschiedenis - vwo

Rating
-
Sold
-
Pages
49
Uploaded on
20-04-2026
Written in
2024/2025

Vorig jaar heb ik dit grotendeels gebruikt om te leren. Ik heb vorig jaar een 8 gehaald voor me examen!

Level
Course

Content preview

Overzicht kenmerkende aspecten en samenvattingen van de historische
contexten.

Volgorde op dit stencil

1. Overzicht kenmerkende aspecten tijdvak 1-6
2. Historische contexten, hoofdstuk 1, Steden en Burgers in de Lage Landen
1050-1700

3. Overzicht kenmerkende aspecten tijdvak 7-8
4. Historische contexten, hoofdstuk 2, Verlichting in theorie en praktijk 1650-
1900

5. Overzicht kenmerkende aspecten tijdvak 9-10
6. Historische Contexten, hoofdstuk 3, China van Keizerrijk tot kapitalisme: 1842-
2001
7. Historische contexten, hoofdstuk 4, Duitsland in Europa 1918-1991

Er zijn 49 kenmerkende aspecten verdeeld over tien tijdvakken, die weer
verdeeld zijn over vier periodes. Zorg dat je de kenmerken in de juiste
tijdvakken en de juiste periodes plaatst.

Let op, basistekst K.A in zwart, aanvullingen/toelichting in rood en paars.

Periode 1: Prehistorie en Oudheid tot 500 na christus

Tijdvak 1 Tijd van jagers en boeren (tot 3000 v.C.)

1a de levenswijze van jagers-verzamelaars. Het grootste deel van de
geschiedenis leefden mensen als nomaden in de samenleving van jager-
verzamelaars. Ze kwamen aan hun voedsel door te jagen en voedsel te verzamelen
in de natuur. Omdat mensen nog niet konden schrijven is onze kennis over de
prehistorie gebaseerd op ongeschreven bronnen. Je zou je kunnen afvragen wat dit
betekent op politiek, economisch, cultureel en sociaal vlak? Uit de basistekst moet je
economisch en sociaal kunnen afleiden. Men opereert in kleine groepen, en
vanwege gebrek aan bezit is er een grote mate van gelijkheid. Cultureel:
natuurgodsdienst, magie speelt een belangrijke rol. Politiek, er zal een leider van
zo’n groep zijn. Dus deze info is voldoende om alle vragen hierover te beantwoorden.
Het kan voorkomen dat je extra info krijgt via bron en die moet je dan terugkoppelen.

1b het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen. De levenswijze van
mensen veranderde door de ontwikkeling van de landbouw die voor het eerst
ontstond in het Midden-Oosten omstreeks 10 000 v.C. De overstap van jagen en
verzamelen naar akkerbouw en veeteelt duurde duizenden jaren, maar had zulke
grote gevolgen dat gesproken wordt van de landbouwrevolutie. De m
landbouwsamenleving ontstond waarin mensen in dorpen leefden. Uit gevonden
graven weten we dat deze eerste boeren geloofden in een hiernamaals. Je zou je
kunnen afvragen wat dit betekent op politiek, economisch, cultureel en sociaal vlak?
Uit de basistekst moet je economisch en cultureel kunnen afleiden. Op sociaal vlak

,gaat er ongelijkheid optreden, want de een heeft meer bezit en daarmee ook vaak
meer status dan de ander. Politiek: beperkte organisatie in dorp met dorpshoofd.

1c het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen. In Mesopotamië,
langs de vruchtbare oevers van de Eufraat en de Tigris, ontstond de eerste stedelijke
beschaving omstreeks 3500 v.C. Door de gunstige natuurlijke omstandigheden
ontstond een landbouwoverschot, waardoor een deel van de bevolking in steden kon
wonen en leven van nijverheid en handel (diversiteit in beroepen, economisch) Om
de bevloeiing van akkers in deze landbouwstedelijke samenleving te organiseren
ontwikkelden leiders zich tot koningen, die met ambtenaren, priesters en soldaten
heersten over een groot gebied (Bestuurlijke gelaagdheid, politiek dus). Voor de
administratie van het bestuur werd het schrift gebruikt om wetten vast te kunnen
leggen, cultureel en godsdienst is vergelijkbaar met die van 1b. Sociaal, een grote
mate van verschil in status en bezit, waardoor er grote maatschappelijke verschillen
zijn en bevoorrechte mensen als een koning en priesters bijvoorbeeld. Je moet 4
kenmerken van een stedelijke samenleving kunnen onderscheiden. Ik zal ze
aangeven in de basistekst in paars.

Tijdvak 2 Tijd van Grieken en Romeinen (3000 v.C. - 500)

2a bestaat uit 2 onderdelen. Het eerste onderdeel: I de ontwikkeling van
wetenschappelijk denken, veroorzaakt het tweede onderdeel II: en het denken
over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat In de oudheid bestond
Griekenland uit onafhankelijke stadstaten met verschillende bestuursvormen zoals
de monarchie en aristocratie. In de 6e eeuw v.C. ontstond in Athene de eerste
democratie, waarin burgers in een volksvergadering beslisten over het bestuur.
Vanaf dezelfde eeuw ontwikkelden Griekse filosofen een wetenschappelijke manier
van denken, waarbij ze alles met hun verstand probeerden te beredeneren.
Het verband tussen I en II: In de natuurwetenschappen wordt een kritische houding
ontwikkeld, natuurverschijnselen worden niet meer aan Goden toegeschreven
(bijkomend gevolg daarvan Griekse Goden zijn nu antropomorfe (menselijke trekken)
wezens die vooral bezig zijn met de mensen zelf), maar men gaat door middel van
observatie, experiment en onderzoek verschijnselen bekijken en dan rationele
conclusies trekken. De Grieken gaan er daarbij vanuit dat alles in de natuur
doelmatig is. Bijvoorbeeld, de appel valt op de grond om te zorgen dat er een nieuwe
appelboom komt. Deze kritische houding en de behoefte aan doelmatigheid vertaalt
zich naar de samenleving. Er wordt nu gekeken naar de beste mensen op de beste
posten en naar de doelmatigheid van de oplossingen. Dan moet je zoveel mogelijk
burgers erbij betrekken, want dan krijg je de beste mensen en de beste oplossingen.

2b de klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur. In de 5e en 4e
eeuw v.C. ontwikkelden de Grieken hun bouwkunst en beeldhouwkunst tot op hoog
niveau. Na de verovering van Griekenland namen de Romeinen de Griekse
vormentaal over en voegden er eigen elementen aan toe. Deze Grieks-Romeinse
mengcultuur wordt klassiek genoemd, vanwege de latere navolging. Kenmerken van
de vormentaal, standbeelden: dynamisch, realistisch, bij de Grieken ook Idealistisch
naakt. Kenmerken van de bouwkunst: Zuilen, bogen. In het algemeen zijn de
Romeinen in hun kunst meer praktisch gericht dan de Grieken die Idealistisch gericht
zijn.

,2c de groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur
zich in Europa verspreidde. Met een lange reeks oorlogen breidden Romeinen hun
stadstaat uit tot een wereldrijk rondom de Middellandse Zee. Het Romeinse rijk was
strak georganiseerd en stond vanaf de 1e eeuw v.C. onder leiding van een machtige
keizer. In het rijk kwam een welvarende landbouwstedelijke samenleving tot
ontwikkeling. Er was veel handel, ook met gebieden buiten het rijk. In de veroverde
gebieden verspreidden Romeinen de Grieks-Romeinse cultuur (romanisering); er
was ook invloed van lokale culturen op de Romeinse cultuur. Dit aspect kun je ook
romanisering noemen. Door de romanisering werd het aantrekkelijk voor volken en
mensen om de Romeinse cultuur over te nemen. Je kreeg dan kansen op carrière in
het Romeinse rijk. Zo was het voor de Romeinen gemakkelijker om andere volken en
mensen aan zich te binden en zo de vrede en veiligheid beter te handhaven.

2d de confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse
cultuur van Noordwest- Europa. Ten oosten van de Rijn stuitten de Romeinse
legers op weerstand van strijdvaardige Germanen. Voor de bewaking van de
Rijngrens gebruikten Romeinen soldaten van bevriende Germaanse stammen. Vanaf
de 3e eeuw viel het westelijk deel van het Romeinse rijk uiteen. Steeds meer
Germanen drongen het rijk binnen en stichtten daar eigen staten, waarvan sommige
duidelijk erfgenaam waren van de Grieks-Romeinse cultuur, terwijl in andere het
Germaanse element dominanter was. In 476 werd de laatste West-Romeinse keizer
door Germanen afgezet. Het Oost-Romeinse (Byzantijnse) rijk bleef bestaan. Die
confrontatie kan positief zijn en dan heb je een geval van romanisering (zie 2c). En
die confrontatie kan negatief zijn en dan heb je strijd en opstand.

2e de ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste
monotheïstische godsdiensten. Het jodendom, de oudste monotheïstische
godsdienst, kwam in Israël/Palestina tot ontwikkeling. Nadat de Romeinen het gebied
hadden veroverd ontstond uit het jodendom in de 1e eeuw het christendom, dat over
het Romeinse rijk werd verspreid. Omdat christenen weigerden om de Romeinse
keizer als god te vereren werden ze van tijd tot tijd vervolgd. In de 4e eeuw werd het
christendom toegestaan; later werd het de Romeinse staatsgodsdienst. Andere
godsdiensten werden verboden. Let op, de christelijke religie is in strijd met de
Romeinse cultuur, het is namelijk in Romeinse ogen een slavenreligie omdat de
gelijkheid van alle mensen wordt voorgeschreven en het leven na de dood
belangrijker is dan voor de dood. Dus een slecht leven is niet zo erg en dat is het
voor de Romeinen wel. Incidentele vervolgingen, zoals door Nero rond 60 na
Christus en dan in de derde eeuw komen er grote vervolgingen op gang omdat het
crisis is in het Romeinse rijk en er steeds meer Christenen komen. De Romeinen
geven de schuld van de crisis aan de Christenen omdat ze de Romeinse Goden niet
willen aanbidden en in de Keizer geen God zien. Ze zeggen dus eigenlijk: De Goden
zijn boos op Rome. Let op, dit was in de eerste en tweede eeuw geen probleem,
omdat het toen goed ging in Rome en er relatief weinig christenen waren. De
vervolgingen werken niet, er komen nog meer Christenen en daarom worden ze
stopgezet.

Periode 2: Middeleeuwen 500-1500

Tijdvak 3 Tijd van monniken en ridders (500-1000)

, 3a de verspreiding van het christendom in geheel Europa

De rooms-katholieke kerk was in het Romeinse rijk ontstaan. Onder leiding van de
paus van Rome werd het christendom in de vroege middeleeuwen door monniken
verspreid in de nog 'heidense' delen van Europa, vaak in samenwerking met de
politieke elite. Het was een geleidelijk proces van verspreiding van boven af (de elite
eerst, Het christendom had dan de functie om voor eenheid te zorgen in een
versnipperd Europa met een lappendeken aan volkeren, zorgde voor moraal, wetten
en een bestuursmodel, gebaseerd op het oude Rome. En als de elite eenmaal om
was dan was het volk eenvoudig te kerstenen) en van versmelting van christelijke en
Germaanse gebruiken en ideeën. Overal in Europa werden kerken gebouwd.
Monniken versterkten het christendom vanuit kloosters, waar ze volgens strenge
regels leefden.

3b het ontstaan en de verspreiding van de islam

In de 7e eeuw ontstond in Arabië een derde monotheïstische godsdienst, de islam.
Voor de verspreiding van hun godsdienst veroverden Arabische moslims een groot
gebied tot aan Noord- Spanje en India. Er ontstond een Arabisch rijk met een
bloeiende cultuur waarin de islam, het Arabische schrift en de Arabische taal
dominant waren De Islam maakte gebruik van de natuurwetenschap volgens de
Grieken en wisten die op een aantal gebieden, zoals de Wiskunde, te verbeteren en
hadden in de Middeleeuwen een voorsprong op de Christelijke cultuur. In 750 viel het
rijk uiteen, maar de islamitische wereld bleef een economische en culturele eenheid.
De Islam kan zich snel verspreiden doordat godsdienst en politiek een geheel
vormen, omdat het gemakkelijk was om je tot de Islam te bekeren en dat ook
aantrekkelijk werd gemaakt, anders had je een achterstandspositie in de
samenleving. Bijkomende reden, omringde rijken waren intern zwak en gemakkelijk
te veroveren

3c de vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane
cultuur door een zelfvoorzienende (autarkisch) agrarische cultuur,
georganiseerd via hofstelsel en horigheid
Door de ondergang van het West-Romeinse rijk, met name door de
Volksverhuizingen, verminderde de bevolking, zakten nijverheid en handel in en viel
de landbouwstedelijke samenleving in West-Europa uit elkaar (want je hebt steden
nodig om handel te drijven, infrastructuur te organiseren en munten te slaan). In de
Germaanse staten trokken stedelingen naar het platteland waar een
landbouwsamenleving ontstond en waar ze bescherming zochten van lokale
machthebbers. Om te zorgen voor wederzijdse zekerheid kwamen de horigheid en
het zelfvoorzienende hofstelsel tot ontwikkeling. Het hofstelsel gaat uit van een
tweeledig domein. Het eerste domein is van de lokale machthebber (de heer) en
daar is de herenhoeve en wat er aan ambachten wordt gedaan. Het tweede domein
wordt vooral bewerkt door vrije boeren en horigen. Waarin verschilt een horige van
een vrije boer? Een horige is gebonden aan de grond waarop hij werkt, hij kan niet
weg. Maar daardoor hoeft hij in het oorlogsseizoen (de lente) niet op te komen voor
het leger. Zijn werkopbrengst op het land moet hij deels afstaan aan zijn Heer. Een
vrije boer betaalt pacht in natura (voedselopbrengst) en kan daardoor een stukje land
bewerken. En hij mag het land verlaten. In tijdvak 3 is het aantrekkelijker om horige
te zijn dan vrije boer omdat: je hoeft niet te vechten, het heeft geen zin het land te

Written for

Institution
Secondary school
Level
Course
School year
6

Document information

Uploaded on
April 20, 2026
Number of pages
49
Written in
2024/2025
Type
SUMMARY

Subjects

$11.95
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
mvkmvk
5.0
(1)

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
mvkmvk Universiteit Utrecht
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
8
Member since
3 months
Number of followers
0
Documents
5
Last sold
2 months ago

5.0

1 reviews

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions