Verschil met psychologie:
1. Soort problemen
- PSY zoekt problemen vaak in individu (psyche)
- SOC in maatschappij (buiten psyche -> sociale context)
- Maar geen perfect onderscheid
2. Soort verklaring
- PSY geeft individuele verklaring (psyche)
- SOC geeft sociale verklaring (buiten psyche -> sociale context!)
3. Voorbeelden
- Bijvoorbeeld bij een moord kijkt SOC naar wat er bij de dader is
gebeurd in sociale contacten en PSY naar aandoeningen
- Zelfmoord: Meest individuele daad die voorstelbaar is; maar die is
Sterk sociaal bepaald
Paradox van de moderne samenleving:
1. Individualiteit (autonomie, originaliteit, je eigen identiteit) is een
belangrijke waarde in de moderne samenleving, maar mensen zijn
sociale wezens.
Wat is sociologie:
1. Sociologie
- doet systematisch onderzoek naar de menselijke samenleving…
- onderzoekt menselijke patronen van denken, voelen en handelen…
- bekijkt hoe we in het bijzondere het algemene kunnen zien…
(alles is altijd anders – maar ook een beetje hetzelfde)
2. Voor- en nadelen
- Debunking:
o Niet alles wat we denken is altijd waar…
- Begrip
o Beter begrip van de omstandigheden waarin we zitten (en
waarom)
- Empowering
o Laat nadeel voor sommige groepen zien, wat mobiliserend kan
werken
- (H)Erkenning
- Alles verandert altijd
- Sociologen zijn ook mensen
o Moeilijk afstand houden
- Sociologie wordt onderdeel van maatschappelijk debat
3. Wat is sociologie
- Interactie tussen mensen
- Op zoek naar algemeen sociaal gedrag
o Individuen opdelen in hokjes (categorieën)
o Overeenkomsten en verschillen tussen hokjes
o Open deuren/triviaal: dat weten we toch al?!
, o Dilemma’s/raadsels die opgelost moeten worden
- Collectieve goederen als iedereen individueel gewin
nastreeft?
- Daadwerkelijk functioneren samenleving en verbeteren
samenleving.
o Maakbare samenleving
4. Sociologisch perspectief
- Laat zien hoeveel invloed de samenleving op echt leven van
individuen heeft.
- Mensen met sociale crisis of die buitenstaander zijn nemer sneller
dit perspectief in
- Positieve aspecten van het perspectief
o Het geeft inzicht in de barrières en de mogelijkheden die zich
in het leven voordoen.
o Het heeft een positie invloed op onze loopbaanontwikkeling
o Het geeft richting aan het beleid van overheidsinstanties
Ontstaan sociologie:
1. Sociale veranderingen die zich in hoog tempo voltrokken,
stimuleerden de ontwikkeling van de sociologie:
- De industrialisering
- De explosieve groei van steden
- Nieuwe politieke ideeën
2. Auguste Comte introduceerde in 1838 de term sociologie:
- Filosofen hadden geprobeerd om de ideale maatschappij te
beschrijven. Comte wilde de samenleving begrijpen zoals ze was
- Karl Marx en veel sociologen na hem probeerden de maatschappij te
verbeteren.
3. In de landen waarin de veranderingen zich het snelst voordeden,
ontstond sociologie het eerst
Moderniteit: verwijst naar de sociale gevolgen van de industrialisering,
zoals het verdwijnen van traditionele gemeenschappen, de expansie van
persoonlijke keuzemogelijkheden, een toenemende sociale diversiteit en
toekomstgerichtheid
Ontwikkeling van de sociologie:
1. De sociologie heeft aan het begin van de twintigste eeuw een vaste
plaats in de academische wereld bemachtigd, vooral in Frankrijk,
Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de VS
2. In NL begon de sociologie zich pas te ontwikkelen tussen de twee
wereldoorlogen. Na de tweede Wereldoorlog zien we een enorme
groei, mede door de vraag vanuit de samenleving naar kennis over
het samenleven. Dat ging samen met een sterk geloof in de
maakbare samenleving.
3. De sociologie bestaat uit verschillende richtingen, maar de
richtingenstrijd uit de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw
is goeddeels gestreden. Er is ook meer samenwerking over de
grenzen van disciplines heen.
,Sociologische verbeelding:
1. Sociologische verbeelding =
- Persoonlijke problemen vs. Sociale problemen
2. Bewust worden van hoe de samenleving werkt
3. Manier van denken (theorieën) en manier van doen (methoden)
- Kritiek: pseudowetenschap: geen eigen object van studie, klopt niet
4. Kritische bekijken wat als vanzelfsprekend aangenomen wordt
5. Sociologie versus de “common sense”
- Sociologen vertellen wat iedereen al weet op zo’n manier dat
niemand het meer begrijpt
- Zygmunt Bauman maakt verschil tussen sociologie en ‘’common
sense’’ door:
o 1. Responsible speech: regels van verantwoorde
argumentatie.
o 2. Size of the field: het overstijgen van de eigen sociale
wereld.
o 3. Making sense: het verklaren en interpreteren van
menselijk gedrag door te kijken naar de verschillende
figuraties en instituties waarin mensen zijn ingebed.
o 4. Defamiliarize: het vermogen om bekende en
vanzelfsprekende zaken ter discussie te stellen
Durkheim: het individu in massa samenlevingen:
“…Man is double. There are two beings in him: an individual being which
has its foundation in the organism and the circle of whose activities is
therefore strictly limited, and a social being which represents the highest
reality in the intellectual and moral
order that we can know by observation—I mean society…. In so far as he
belongs to society, the individual transcends himself, both when he thinks
and when he acts.
3 niveaus sociologie:
1. Micro
- Familie, vrienden
2. Meso
- Kantoor, Universiteit
3. Macro
- Overheid, lang
4. Hebben allemaal interactie
3 hoofdvragen:
- Sociologie is ontstaan bij de overgang van de traditionele naar de
moderne samenleving.
1. Hoe is sociale (wan)orde mogelijkheid?
2. Hoe is sociale (on)gelijkheid mogelijk?
3. Hoe werkt het proces van rationalisering (modernisering) van de
wereld?
, Ontstaan sociologie:
1. Veranderingen in structuren van samenlevingen (gebaseerd op
technologie)
- Premoderne samenlevingen
o Jagers en verzamelaars
o Nomadische samenlevingen
o Agrarische samenlevingen
- Moderne samenleving
o Industriële samenlevingen
- Postmoderne samenleving
o Postindustriële samenlevingen
- Beperkingen van baseren op technologie:
o Technologie niet is neutraal, mensen bepalen hoe het wordt
gebruikt
o Vijf typen samenleving geen opeenvolgende stadia of
‘vooruitgang’ – ‘eurocentrisme’
o Technologie kent grenzen; geen oplossing voor alles
o Technologie produceert nieuwe problemen
o Technologische vooruitgang stelt grenzen aan milieu
2. Maatschappelijke veranderingen:
- Economische veranderingen: groei van het kapitalisme en de/
Industriële Revolutie (vanaf 1750)
- Politieke veranderingen: Franse revolutie (1789):
o Vrijheid;
o Gelijkheid
o Solidariteit
- Kerkelijke ontwikkelingen
- Groei van steden en het ontstaan van sociale problemen
3. De ontdekking van de samenleving
- Opkomst van de moderne wetenschap (herwaardering empirische
waarneming)
- De ontdekking van de samenleving (‘boek van de cultuur’)
- De sociologie als studie van de samenleving
4. Auguste Comte (1798-1857)
- Bedacht de term ‘Sociologie‘
- De wet der drie stadia:
o Theologisch stadium: verklaring door middel van goden en
geesten;
o Metafysisch stadium: verklaring door abstracte, filosofische
speculatie over de 'natuurlijke orde‘;
o Wetenschappelijk stadium: wetenschappelijke verklaring
door objectieve waarneming
5. 19e eeuw
- Opkomst van sociaal-darwinistisch denken:
o Herbert Spencer -> “survival of the fittest”
- “Beschavingsarbeid”
- Disciplinering (cf. Foucault)
- Volksopvoeding (Ons Huis, Nivon)
- Vertrouwen in de wetenschap