Samenvatting Rechtsfilosofie A
Week 1 - Introductie. Wat is (rechts)filosofie?
Wat is filosofie?
Filosofie betekent het systematisch, kritisch en fundamenteel nadenken over
vragen die vaak geen eenduidig antwoord hebben. Het draait om het verkennen
van ideeën, het bevragen van aannames en het helder formuleren van
argumenten. Filosofen gaan opzoek naar problemen en willen zaken dus
problematiseren.
Er zijn twee hoofdtypen filosofische vragen:
- Conceptuele vragen: Wat bedoelen we precies met een bepaald begrip?
Het zijn dikwijls vragen of argumenten die de essentiële kenmerken van
iets bepalen. (Bijv. “Wat is burgerschap?”)
- Normatieve vragen: Wat is wenselijk of juist? Tevens bepalen ze de
voorwaarden voor het onderscheid tussen goed en slecht. (Bijv. “Wat is
goed burgerschap?”)
In de praktijk lopen conceptuele e n normatieve vragen vaak door elkaar.
Aan filosofie doen, is vragen stellen op een fundamentele, systematische en
kritische manier over een bepaald onderwerp:
- Fundamenteel: zoeken naar diepere inzichten en uitgangspunten.
- Systematisch: gestructureerd en weloverwogen redeneren.
- Kritisch: gevestigde ideeën en aannames ter discussie stellen.
Belangrijke deelgebieden binnen de filosofie zijn o.a.:
- Metafysica (wat bestaat er?);
- Epistemologie (wat kunnen we weten?);
- Ethiek (wat is goed of kwaad?);
- Fenomenologie (hoe ervaren we de wereld?).
Wat is rechtsfilosofie?
Rechtsfilosofie past filosofisch denken (fundamenteel, systematisch en kritisch)
toe op het recht. Dit wordt gedaan door middel van:
- Rechtsfilosofische teksten te lezen: Lezen van historische teksten die
allemaal verschillende standpunten vertegenwoordigen met als doel om
tot een inzicht te komen;
- Argumenten te onderzoeken: Middels het toepassen van analyse en
synthese (samenvoegen van diverse filosofische standpunten of theorieën
om tot een samenhangend begrip te komen met als doel om
tegenstrijdigheden op te lossen en om een meer alomvattend perspectief
te ontwikkelen);
- Zelf een standpunt te formuleren: Zelf nadenken en een eigen visie op
het recht formuleren.
Rechtsfilosofie is belangrijk omdat het helpt bij het doorgronden van de
fundamenten van het rechtssysteem.
,Pauline Westerman over rechtsfilosofie
Pauline Westerman benadrukt het belang van een kritische en relevante
rechtsfilosofie:
- Rechtsfilosofen moeten zich niet alleen richten op abstracte begrippen
en het kunnen toepassen van regels, maar ook op praktische kwesties die
juristen in de praktijk tegenkomen en dus de principes echter de regels.
- Er is een spanningsveld tussen het abstracte karakter van filosofie en de
concrete antwoorden die het recht vereist (juristen zoeken antwoorden –
filosofen vragen zich dingen af).
- Ze pleit voor een rechtsfilosofie die theorie en praktijk verbindt en
helpt om keuzes in het recht beter te onderbouwen (coherentie).
- Filosofie is niet bedoeld om eenduidige antwoorden te geven, maar om
keuzes inzichtelijk te maken en alternatieven te onderzoeken.
Week 2 – Natuurrecht en rechtspositivisme
Fuller: The Case of the Speluncean Explorers
- Casus: Gaat over vijf grotonderzoekers die vastzitten zonder voedsel en
doden een van hen om te overleven (Roger Whetmore). De vier
overlevenden worden veroordeeld voor moord na hun redding. Het
Hooggerechtshof moet beoordelen of ze schuldig zijn. De kernvraag in de
zaak is of de overlevende verkenners schuldig zijn aan moord onder de wet
van Newgarth, die bepaald: “Whoever shall willfully take the life of antoher
shall be punished by death.”
- Rechters: Elk van de vijf rechters kiest een andere juridische benadering:
1. Justice Keen: Strikt rechtspositivisme; de wet is de wet,
persoonlijke omstandigheden doen niet ter zake.
2. Chief Justice Truepenny: Recht moet strikt worden toegepast;
morele overwegingen zijn taak van de uitvoerende macht
(rechtspositivisme).
3. Justice Tatting: Verdeeld tussen recht en moraal; trekt zich terug
wegens innerlijke strijd.
4. Justice Handy: Kijkt pragmatisch; publieke opinie en gezond
verstand moeten meewegen.
5. Justice Foster: Wetten gelden niet in een "staat van natuur";
oordeel moet gebaseerd zijn op universele morele principes
(natuurrecht).
- Kernvraag: Moet de rechter strikt de letter van de wet volgen of ruimte
laten voor interpretatie en morele overwegingen? De casus toont het
spanningsveld tussen rechtspositivisme (strikte wetstoepassing) en
natuurrecht (recht gebaseerd op morele principes).
Onderscheid: Natuurrecht, Natuurwetten en Natuurlijke Rechten
- Natuurrecht: Gaat over rechtvaardigheid; kan geschonden worden, maar
dan wel sprake van onrechtvaardig gedrag (denk aan morele plichten).
Draait sterk om verplichtingen.
- Natuurwetten: Beschrijven hoe de natuur werkt; kunnen niet geschonden
worden (zoals zwaartekracht).
- Natuurlijke rechten: Rechten gebaseerd op natuurrecht, zoals het recht
op leven.
, Natuurrechtsdenken
- Filosofie: Rechtvaardigheid is gebaseerd op het natuurrecht.
Onrechtvaardige wetten zijn geen echte wetten (geen stikte scheiding van
recht en moraal).
- Vragen: Hoe kennen we natuurrecht? Wat als positief recht (opgeschreven
wetten) botst met natuurrecht?
Rechtspositivisme
- Filosofie: Recht is wat door bevoegde autoriteiten is vastgesteld, los van
morele overwegingen (strikte scheiding tussen recht en moraal).
Onrechtvaardige wetten zijn nog steeds wetten en moeten dus
gehoorzaamd worden.
- Vragen: Wat zijn regels? Wat is autoriteit? Moet recht strikt gescheiden
blijven van moraal?
Week 3 - Het natuurrecht van Radbruch en Aquino
Natuurrechtsdenken
Natuurrecht stelt dat er boven het positieve recht hogere, universele normen
bestaan. Deze gedachte heeft zich in de loop der geschiedenis ontwikkeld, van
Aristoteles tot Thomas van Aquino, Rousseau en Radbruch. Na de gruwelen van
de Tweede Wereldoorlog werd natuurrecht opnieuw relevant vooral bij denkers als
Radbruch.
Gustav Radbruch (1878-1949)
Radbruch was een Duitse rechtsfilosoof die na WOII afstand nam van zijn eerdere
rechtspositivistische opvattingen. Hij stelde dat wetten die extreem
onrechtvaardig zijn, niet als recht beschouwd mogen worden. Hij maakte
onderscheid tussen "wettelijk recht" en "bovenwettelijk recht" (Statutory
Lawlessness en supra-statutory law). Bovendien stelt Radbruch dat het
rechtspositivisme met “wet is wet” gevaarlijk is na WOII. Zo zag hij in dat
sommige wetten zo onrechtvaardig kunnen zijn dat ze hun rechtskarakter
verliezen.
Zijn beroemde Radbruchformule stelt dat een wet die opzettelijk en duidelijk in
strijd is met de kern van rechtvaardigheid en gelijkheid, niet slechts een
‘gebrekkige wet’ is, maar geen rechtsgeldigheid heeft. Radbruch lijkt later
gelijkheid te prioriteren boven rechtszekerheid. Radbruch kan vergeleken worden
met Thomas van Aquino: ‘lez iniusta non est lex’ (een onrechtvaardige wet is
geen wet).
De muursschutters
Week 1 - Introductie. Wat is (rechts)filosofie?
Wat is filosofie?
Filosofie betekent het systematisch, kritisch en fundamenteel nadenken over
vragen die vaak geen eenduidig antwoord hebben. Het draait om het verkennen
van ideeën, het bevragen van aannames en het helder formuleren van
argumenten. Filosofen gaan opzoek naar problemen en willen zaken dus
problematiseren.
Er zijn twee hoofdtypen filosofische vragen:
- Conceptuele vragen: Wat bedoelen we precies met een bepaald begrip?
Het zijn dikwijls vragen of argumenten die de essentiële kenmerken van
iets bepalen. (Bijv. “Wat is burgerschap?”)
- Normatieve vragen: Wat is wenselijk of juist? Tevens bepalen ze de
voorwaarden voor het onderscheid tussen goed en slecht. (Bijv. “Wat is
goed burgerschap?”)
In de praktijk lopen conceptuele e n normatieve vragen vaak door elkaar.
Aan filosofie doen, is vragen stellen op een fundamentele, systematische en
kritische manier over een bepaald onderwerp:
- Fundamenteel: zoeken naar diepere inzichten en uitgangspunten.
- Systematisch: gestructureerd en weloverwogen redeneren.
- Kritisch: gevestigde ideeën en aannames ter discussie stellen.
Belangrijke deelgebieden binnen de filosofie zijn o.a.:
- Metafysica (wat bestaat er?);
- Epistemologie (wat kunnen we weten?);
- Ethiek (wat is goed of kwaad?);
- Fenomenologie (hoe ervaren we de wereld?).
Wat is rechtsfilosofie?
Rechtsfilosofie past filosofisch denken (fundamenteel, systematisch en kritisch)
toe op het recht. Dit wordt gedaan door middel van:
- Rechtsfilosofische teksten te lezen: Lezen van historische teksten die
allemaal verschillende standpunten vertegenwoordigen met als doel om
tot een inzicht te komen;
- Argumenten te onderzoeken: Middels het toepassen van analyse en
synthese (samenvoegen van diverse filosofische standpunten of theorieën
om tot een samenhangend begrip te komen met als doel om
tegenstrijdigheden op te lossen en om een meer alomvattend perspectief
te ontwikkelen);
- Zelf een standpunt te formuleren: Zelf nadenken en een eigen visie op
het recht formuleren.
Rechtsfilosofie is belangrijk omdat het helpt bij het doorgronden van de
fundamenten van het rechtssysteem.
,Pauline Westerman over rechtsfilosofie
Pauline Westerman benadrukt het belang van een kritische en relevante
rechtsfilosofie:
- Rechtsfilosofen moeten zich niet alleen richten op abstracte begrippen
en het kunnen toepassen van regels, maar ook op praktische kwesties die
juristen in de praktijk tegenkomen en dus de principes echter de regels.
- Er is een spanningsveld tussen het abstracte karakter van filosofie en de
concrete antwoorden die het recht vereist (juristen zoeken antwoorden –
filosofen vragen zich dingen af).
- Ze pleit voor een rechtsfilosofie die theorie en praktijk verbindt en
helpt om keuzes in het recht beter te onderbouwen (coherentie).
- Filosofie is niet bedoeld om eenduidige antwoorden te geven, maar om
keuzes inzichtelijk te maken en alternatieven te onderzoeken.
Week 2 – Natuurrecht en rechtspositivisme
Fuller: The Case of the Speluncean Explorers
- Casus: Gaat over vijf grotonderzoekers die vastzitten zonder voedsel en
doden een van hen om te overleven (Roger Whetmore). De vier
overlevenden worden veroordeeld voor moord na hun redding. Het
Hooggerechtshof moet beoordelen of ze schuldig zijn. De kernvraag in de
zaak is of de overlevende verkenners schuldig zijn aan moord onder de wet
van Newgarth, die bepaald: “Whoever shall willfully take the life of antoher
shall be punished by death.”
- Rechters: Elk van de vijf rechters kiest een andere juridische benadering:
1. Justice Keen: Strikt rechtspositivisme; de wet is de wet,
persoonlijke omstandigheden doen niet ter zake.
2. Chief Justice Truepenny: Recht moet strikt worden toegepast;
morele overwegingen zijn taak van de uitvoerende macht
(rechtspositivisme).
3. Justice Tatting: Verdeeld tussen recht en moraal; trekt zich terug
wegens innerlijke strijd.
4. Justice Handy: Kijkt pragmatisch; publieke opinie en gezond
verstand moeten meewegen.
5. Justice Foster: Wetten gelden niet in een "staat van natuur";
oordeel moet gebaseerd zijn op universele morele principes
(natuurrecht).
- Kernvraag: Moet de rechter strikt de letter van de wet volgen of ruimte
laten voor interpretatie en morele overwegingen? De casus toont het
spanningsveld tussen rechtspositivisme (strikte wetstoepassing) en
natuurrecht (recht gebaseerd op morele principes).
Onderscheid: Natuurrecht, Natuurwetten en Natuurlijke Rechten
- Natuurrecht: Gaat over rechtvaardigheid; kan geschonden worden, maar
dan wel sprake van onrechtvaardig gedrag (denk aan morele plichten).
Draait sterk om verplichtingen.
- Natuurwetten: Beschrijven hoe de natuur werkt; kunnen niet geschonden
worden (zoals zwaartekracht).
- Natuurlijke rechten: Rechten gebaseerd op natuurrecht, zoals het recht
op leven.
, Natuurrechtsdenken
- Filosofie: Rechtvaardigheid is gebaseerd op het natuurrecht.
Onrechtvaardige wetten zijn geen echte wetten (geen stikte scheiding van
recht en moraal).
- Vragen: Hoe kennen we natuurrecht? Wat als positief recht (opgeschreven
wetten) botst met natuurrecht?
Rechtspositivisme
- Filosofie: Recht is wat door bevoegde autoriteiten is vastgesteld, los van
morele overwegingen (strikte scheiding tussen recht en moraal).
Onrechtvaardige wetten zijn nog steeds wetten en moeten dus
gehoorzaamd worden.
- Vragen: Wat zijn regels? Wat is autoriteit? Moet recht strikt gescheiden
blijven van moraal?
Week 3 - Het natuurrecht van Radbruch en Aquino
Natuurrechtsdenken
Natuurrecht stelt dat er boven het positieve recht hogere, universele normen
bestaan. Deze gedachte heeft zich in de loop der geschiedenis ontwikkeld, van
Aristoteles tot Thomas van Aquino, Rousseau en Radbruch. Na de gruwelen van
de Tweede Wereldoorlog werd natuurrecht opnieuw relevant vooral bij denkers als
Radbruch.
Gustav Radbruch (1878-1949)
Radbruch was een Duitse rechtsfilosoof die na WOII afstand nam van zijn eerdere
rechtspositivistische opvattingen. Hij stelde dat wetten die extreem
onrechtvaardig zijn, niet als recht beschouwd mogen worden. Hij maakte
onderscheid tussen "wettelijk recht" en "bovenwettelijk recht" (Statutory
Lawlessness en supra-statutory law). Bovendien stelt Radbruch dat het
rechtspositivisme met “wet is wet” gevaarlijk is na WOII. Zo zag hij in dat
sommige wetten zo onrechtvaardig kunnen zijn dat ze hun rechtskarakter
verliezen.
Zijn beroemde Radbruchformule stelt dat een wet die opzettelijk en duidelijk in
strijd is met de kern van rechtvaardigheid en gelijkheid, niet slechts een
‘gebrekkige wet’ is, maar geen rechtsgeldigheid heeft. Radbruch lijkt later
gelijkheid te prioriteren boven rechtszekerheid. Radbruch kan vergeleken worden
met Thomas van Aquino: ‘lez iniusta non est lex’ (een onrechtvaardige wet is
geen wet).
De muursschutters