Inhoudsopgave
1.1 ....................................................................................................................................................................... 2
1.3 Immunologie ................................................................................................................................................. 5
2.1 Systeemziekten............................................................................................................................................ 12
Week 1: Huiduitslag ...................................................................................................................................... 12
Week 2: Gewrichtsklachten .......................................................................................................................... 22
Week 3 .......................................................................................................................................................... 50
Week 4: Nefrologie ....................................................................................................................................... 87
3.1 ......................................................................................................................... Error! Bookmark not defined.
Week 1: Krachtsverlies ..................................................................................... Error! Bookmark not defined.
Week 2: Gevoelsstoornis .................................................................................. Error! Bookmark not defined.
Week 3: KNO-heelkunde .................................................................................. Error! Bookmark not defined.
Week 4: Oogheelkunde .................................................................................... Error! Bookmark not defined.
,1.1
Zie herziene syllabus.
De histologische opbouw van zenuwweefsel.
Algemeen
Het zenuwstelsel is het meest complexe systeem van het lichaam en is verantwoordelijk voor het
waarnemen, verwerken, verspreiden en coördineren van informatie. Het bestaat uit het centraal
zenuwstelsel (CZS), dat de hersenen en het ruggenmerg omvat, en het perifeer zenuwstelsel (PZS),
bestaande uit de craniale zenuwen, spinale zenuwen en perifere zenuwen.
Weefseltypen in het lichaam
De vier basale typen weefsel zijn:
• Zenuwweefsel
• Epitheliaal weefsel
• Spierweefsel
• Bindweefsel
Zenuwweefsel
Zenuwweefsel is opgebouwd uit:
• Neuronen: Cellagenoten die informatie ontvangen, geleiden en omzetten. Ze bestaan uit
cellichaam, dendrieten en een axon.
• Neurogliacellen (gliacellen): Ondersteunen, beschermen en voeden neuronen.
Neuronen typen
• Multipolaire neuronen: Meest voorkomend, met meerdere dendrieten en één axon
(interneuronen en motorneuronen).
• Bipolaire neuronen: Eén dendriet en één axon, vaak sensorisch zoals in het oog en oor.
• Unipolaire neuronen: Eén proces, vooral sensorisch.
• Anaxonische neuronen: Zonder duidelijk axon, bijvoorbeeld in het cerebellum.
,Synapsen
Synapsen zijn de verbindingen tussen neuronen waar signalen worden overgedragen via
neurotransmitters (chemische synapsen) of elektrische verbindingen. Verschillende typen synapsen
zijn aanwezig, zoals axodendritisch, axosomatisch en axoaxonisch.
Gliacellen
Gliacellen zorgen voor homeostase, bescherming en verdediging in het zenuwstelsel en bestaan uit
verschillende typen:
• CZS:
• Oligodendrocyten (myelineren axonen)
• Astrocyten (structurele en metabole ondersteuning, bloed-
hersenbarrière)
• Microgliacellen (immuunfunctie)
• Ependymcellen (lijnen ventrikels en centrale kanaal)
• PZS:
• Schwanncellen (myelineren)
• Satellietcellen (ondersteuning in ganglia)
Ruggenmerg
Het ruggenmerg is een cilindrische structuur die loopt van de hersenstam tot de
onderrug. Het bestaat uit grijze substantie (cellichamen van neuronen) in het
centrum en witte substantie
(myeline-omhulde axonen) aan
de buitenkant. Via de dorsale
en ventrale wortels verbinden
zenuwen het ruggenmerg met
het lichaam.
Je hebt 8 cervicale zenuwen, en
7 cervicale wervels.
, De fysiologie van membraanpotentialen.
Evenwichtspotentiaal
Elektrochemische gradient
- Elektrische gradient
- Chemische gradient
Binnenkant cel is normaal negatief.
Nerst potentiaal = evenwichtspotentiaal → elektrische gradient = chemische gradient
- 61/z x 10log x coniN/conBUITEN
- Alleen voor 1 type ion!!!
- Na: positief
- K: negatief
Rustmembraanpotentiaal
- Potentiaal waarbij alleen lekkanalen geopend zijn → GEEN NETTO ladingsverschil!
Goldman-Hodgkin-Katz potentiaal
Rustmembraanpotentiaal ligt het dichtstbij evenwichtspotentiaal van kalium omdat er veel K-
lekkanalen zijn.
Na/K-ATPase helpt bij in stand houden van concentratiegradienten Na en K en
rustmembraanpotentiaal.
Absolute refractaire periode: te veel Na-kanalen inactief, nieuw AP niet mogelijk.
Relatieve refractaire periode: Na-kanalen wel actief, maar poort nog gesloten (stimuli moet sterker
zijn dan normaal)
→ Door het inactiveren van Na-kanalen
Wanneer is een AP nou een AP → wanneer de conductantie van Na hoger is dan de conductantie
van K!!!
Metaneuron
- Instroom ionen: negatieve uitslag
- Uitstroom ionen: positieve uitslag
Tetrodotoxine (TTX): blok Na-kanalen
Tetraethylammonium (TEA): blok K-kanalen
Bij het ontstaan van een actiepotentiaal
- Spanningsafhankelijke kanalen gaan open
o Na: snelle kanalen (open/gesloten/inactief) → openen via postieve feedback
o K: langzaam open en langzaam dicht → sluiten via negatieve feedback
o Ca: bij axonuiteinde