HC 1: Ondernemingsbegrip & winstgenieters...................................................2
WC 1............................................................................................................................... 6
HC/WC 2: Totaalwinst.....................................................................................9
HC 3: Jaarwinst............................................................................................. 17
WC 3............................................................................................................................. 26
HC 4: Actief- en passiefzijde van de fiscale balans..........................................29
WC 4............................................................................................................................. 37
HC 5: Staking & Herinvesteringsreserve........................................................41
WC 5............................................................................................................................. 46
HC 6: Personenvennootschappen..................................................................50
WC 6............................................................................................................................. 55
HC 7: TBS-regeling 3.91 IB & samenhang met vermogensetikettering.............58
WC 7............................................................................................................................. 65
HC 8: Grondslag transparantie personenvennootschap..................................69
HC 9: Inbreng............................................................................................... 73
WC 9............................................................................................................................. 80
, HC 1: Ondernemingsbegrip & winstgenieters
Leerdoelen week 1
1. Beoordelen of in een casus sprake is van een objectieve onderneming
2. Beoordelen of in een casus sprake is van
a) Een ondernemer (art. 3.4 & 3.5 Wet IB 2001)
b) Een medegerechtigde (art. 3.3 lid 1 a Wet IB 2001)
3. Ondernemingsfaciliteiten KIA (kleinschaligheidsinvesteringsaftrek),
MKB-winstvrijstelling en zelfstandigenaftrek toepassen (zelfstudie!), ook
ingeval een belastingplichtige meerdere ondernemingen heeft.
4. De belastbare winst uit onderneming als bedoeld in art. 3.2 Wet IB 2001
berekenen.
Inkomstenbelasting
• Box 1: Inkomen uit werk & woning
- Belastbare winst uit onderneming
- Belastbaar loon
- Belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden
- (…)
• Box 2: Inkomen uit aanmerkelijk belang
• Box 3: Inkomen uit sparen en beleggen
Winst uit onderneming
Twee voorwaarden winst uit onderneming:
I. Objectieve onderneming (activiteit)
- Winkel/bakker/tandarts etc.
II. Subjectieve onderneming (geeft de winstgerechtigdheid van natuurlijke
persoon bij activiteit weer)
- Wordt belast
Objectieve onderneming (moderne definitie Essers)
- Cumulatieve voorwaarden
• Zelfstandige (niet ondergeschikt)
• Duurzaam bedoelde activiteiten (BNB 2001/88 waarnemersarrest)
- Geen einddatum in het vizier
• Gericht op risicodragende deelname (Fysiotherapeutarrest: geen kapitaal
nodig BNB 1992/370)
• Deelnemen aan het economische verkeer
Objectieve onderneming: Afbakeningsproblemen
• Loon (vb. BNB 1989/199 Deelvissersarrest)
• Resultaat uit overige werkzaamheden (vb. BNB 1984/72 (kunstenaar,
deelname economisch verkeer) & BNB 1993/185 (criteria) & BNB 1997/398
auteursarrest (loopt ondernemingsrisico, dus sprake van een
onderneming))
• Inkomen uit sparen & beleggen
Objectieve onderneming: Afbakening t.o.v. box 3
• HR BNB 1981/299 (vastgoed)
2