Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting - Onderzoekspracticum cross sectioneel onderzoek (PB0822)

Rating
-
Sold
4
Pages
36
Uploaded on
20-04-2026
Written in
2025/2026

Gehaald met een 9.2! Samenvatting voor het vak Onderzoekspracticum Cross-sectioneel Onderzoek, het bevat alle stof die nodig is voor het tentamen. De oefententamens zijn ook representatief voor het echte tentamen.

Institution
Course

Content preview

Cross-sectioneel onderzoek samenvatting
Thema 1 Cross-sectioneel onderzoek

Studietaak 1.1 - Wat is cross-sectioneel onderzoek?
Wat is cross-sectioneel onderzoek?
Cross-sectioneel onderzoek betekent dat je data verzamelt op één enkel moment in de
tijd. Je meet dus alles “in één snapshot”, zonder dat je mensen volgt of iets manipuleert.
Je kijkt bijvoorbeeld op één dag naar: stress, motivatie, cijfers, persoonlijkheid. Het is dus
altijd observatieonderzoek: je grijpt niet in, je meet alleen wat er al is.

Wat kun je ermee doen?
Omdat je alles tegelijk meet, kun je vooral verbanden en structuren beschrijven:
Je kunt wel:
- kijken of variabelen samenhangen (correlaties)
- verschillen tussen groepen analyseren (bijv. mannen vs vrouwen)
- de structuur van constructen onderzoeken (bijv. factoranalyse: meten we echt één
ding?)
Het draait dus om: “hoe hangen dingen samen op dit moment?”
Je kunt niet:
Cross-sectioneel onderzoek kan geen tijdsvolgorde zien, en dus ook geen oorzaak
vaststellen. Waardoor je niet kunt zeggen:
- “X veroorzaakt Y”
- “X leidt tot Y”
- “X heeft invloed op Y over tijd”
- “na 3 maanden verandert Y door X”

Wanneer gebruik je cross-sectioneel onderzoek?
Je gebruikt dit type onderzoek vooral als:
1. Causaliteit niet nodig is
Je bent alleen geïnteresseerd in samenhang of beschrijving.
2. Meetinstrumenten ontwikkelen
Bijvoorbeeld:
- werkt mijn vragenlijst voor stress echt?
- meten mijn items één construct?
3. Eerste verkenning van een onderwerp
Je kijkt eerst: “zit er überhaupt een verband?” Daarna kun je eventueel doorgaan naar
experimenten (oorzaak testen) of longitudinaal onderzoek (verandering over tijd).
1. Regressie: motivatie ↔ cijfers (verband gevonden)
2. Daarna: experiment: motivatie verhogen → effect op cijfers?

Praktische voordelen
Cross-sectioneel onderzoek is populair omdat het snel is (één meetmoment), goedkoop is,
geen manipulatie vereist en veel deelnemers mogelijk maakt. Maar: je levert causaliteit
in

Cross-sectioneel onderzoek kan zowel fundamenteel als toegepast zijn, dit is afhankelijk
van de onderzoeksvraag. De belangrijkste analyse in cross-sectioneel onderzoek is de
correlatieanalyse.

Significant betekent altijd “afwijking van H₀”, maar of dat goed of slecht is hangt volledig
af van wat H₀ in die specifieke toets betekent.

Studietaak 1.2 – constructen
Hoofdstuk 3 – constructen
Psychologische constructen zijn theoretische, niet-direct observeerbare begrippen
(latente variabelen). Je meet ze indirect via items. De manier waarop je een construct
definieert, bepaalt hoe je het kunt meten.

3.2 ontologische soorten (wat is het construct)

,Er zijn vier ontologische perspectieven mogelijk op de aard van wat je bestudeert. Die
ontologische perspectieven leiden tot een indeling van onderzoeksobjecten in de vier
hieronder genoemde ontologische soorten.
- Natuurlijke soort: bestaan onafhankelijk van mensen (bijv. water, atomen); meestal
niet van toepassing op psychologische constructen
- Sociale soort: door mensen bedacht om de werkelijkheid te ordenen (bijv.
persoonlijkheid) – wat mensen afspreken dat het is
- Praktische soort: hun waarde ligt in bruikbaarheid, niet in echte bestaan.
- Complexe soort: netwerken van samenhangende eigenschappen die elkaar
beïnvloeden. Dingen die tot dezelfde complexe soort behoren, hoeven niet altijd
precies dezelfde eigenschappen te hebben – een stoel kan er bv. ook op verschillende
manieren uit zien, maar ze zijn allemaal een stoel. Vaak gebruikt in psychologie.
Niet de ontologische categorie zelf, maar je theoretische opvatting over hoe een
construct werkt, bepaalt welk meetmodel en welke analysemethode geschikt zijn.

Meten van constructen
Het meten gebeurt in twee stappen:
1. Operationalisatie: vertalen van een construct naar iets meetbaars (meetbaar
maken)
2. Meten: kiezen of ontwikkelen van een meetinstrument. (instrument gebruiken)
Een construct kan meerdere operationalisaties hebben; en voor operationalisatie kunnen
meerdere meetinstrumenten bestaan.

Meetinstrument en items
Een item is een onderdeel van een meetinstrument dat één datapunt oplevert.
Bestaat uit:
- Stimulus (vraag)
- Procedure (hoe aangeboden)
- Respons (antwoord)
Doel is het construct meten en informatie krijgen (niet veranderen)

3.7 Validiteit en betrouwbaarheid van items
De validiteit van een item wordt bepaald door de stimulus, procedure en
responsregistratie, en geeft aan of het item het bedoelde construct meet. Een
voorwaarde hiervoor is cognitieve validiteit: deelnemers moeten het item interpreteren
zoals bedoeld. Omdat één item maar een klein deel van een construct meet, worden vaak
meerdere items gebruikt.
Zelfs bij een valide item treedt meetfout. Dit hangt samen met betrouwbaarheid: hoe
minder meetfout, hoe hoger de betrouwbaarheid (bijv. 20% meetfout = betrouwbaarheid
van .80).
Validiteit en betrouwbaarheid zijn geen vaste eigenschappen van een item, maar van de
toepassing ervan. Ze kunnen variëren afhankelijk van factoren zoals taalvaardigheid of
de omgeving waarin het item wordt afgenomen.

3.8 Meerdere items: meetmodellen
Je gebruikt meerdere items, die samen een completer beeld van het construct geven.
Hiervoor gebruik je een meetmodel, dit beschrijft hoe items en construct samenhangen.
Het meetmodel bepaalt de richting van causatie → en dááruit volgt of correlaties en
factoranalyse zinvol zijn

Drie meetmodellen
1. Reflectief meetmodel: Er is een onderliggend (latent) construct dat de items
veroorzaakt. Construct → items (één oorzaak → meerdere gevolgen). Je meet het
construct via zijn uitingen. Items zijn effecten van hetzelfde onderliggende construct,
daarom verwacht je correlaties tussen items. Voorbeeld: depressie → slecht slapen;
depressie → somberheid Dus als het construct verandert → alle items veranderen
mee, daarom gaan items automatisch samen hangen en is factoranalyse hier
passend. Het wordt vaak gebruikt bij schalen (bijv. depressie, extraversie).

,2. Formatief meetmodel: de items vormen samen het construct. Items → construct
(meerdere oorzaken → één uitkomst); inhoudelijke selectie is belangrijker dan
statistiek. Er is geen onderliggend latent ding dat alles veroorzaakt, daarom zijn
correlaties niet nodig en niet informatief, daarom is factoranalyse niet passend
(misleidend). Voorbeeld: inkomen + opleiding + beroep → SES. Dus er is geen “SES-
ding” dat iets veroorzaakt, het construct is gewoon de optelsom.




3. Netwerkmodel: Er is geen centraal construct, items beïnvloeden elkaar direct;
Items ↔ items; (wederzijdse invloed). Het construct wordt gezien als een netwerk
van elkaar beïnvloedende eigenschappen. Het construct is het patroon van
interacties, dus de structuur zit in relaties tussen items, daarom is factoranalyse
meestal niet passend. Voorbeeld: slecht slapen → moe → concentratieproblemen →
somber. Dus er is geen centraal construct en alles beïnvloedt elkaar.




Als het reflectief model klopt → dan verwacht je correlaties. Correlaties zijn dus een
gevolg, geen bewijs (fout: items correleren, dus reflectief model)

type wat zijn die “onderdelen”?
reflectief gevolgen van iets
formatief onderdelen van iets (vormen iets)

MODEL CAUSATIE ROL ITEMS CORRELATIES FACTORANALYS
E
REFLECTIE construct → items effecten verwacht passend
F
FORMATIEF items → construct oorzaken niet vereist niet passend
NETWERK items ↔ items interacties afhankelijk van meestal niet
structuur

Ontologische soort = wat voor ding is het?
Theorie = hoe werkt het?
Meetmodel = hoe modelleer je dat?

Als je twijfelt, gebruik dit:
1. “Is er één verborgen oorzaak?” → ja = reflectief

, 2. “Zijn het losse bouwstenen die samen iets vormen?” → ja = formatief
3. “Beïnvloeden de onderdelen elkaar?”→ netwerk

Belangrijkste tentamen-instinker: “correleren met elkaar” ≠ automatisch reflectief
Want:
- formatief kan ook correlaties hebben
- netwerk heeft bijna altijd correlaties
- reflectief verwacht correlaties
Dus correlatie is NIET beslissend

3.9Itemscores samenvoegen
Het meetmodel bepaalt hoe itemscores worden samengevoegd tot één score en hoe die
score het construct representeert. Bij items samenvoegen moet je altijd denken: “Wat is
het construct eigenlijk?” En dan: “Hoe ontstaat die score?”

Reflectief meetmodel (construct → items)
Er is één onderliggend “ding” (bijv. depressie), dit veroorzaakt: somberheid, slecht
slapen, geen motivatie. Dus items zijn symptomen van hetzelfde ding. Je voegt de items
samen omdat elk item een ruisige meting is van hetzelfde construct en samen geven ze
een betere schatting van het construct. Daarom combineer je ze tot één score, die is vaak
gewogen (items met hogere lading, tellen zwaarder mee); een factoranalyse geeft een
betere meting. Je probeert één verborgen variabele te “schatten”. Items moeten
correleren, want ze komen allemaal van dezelfde oorzaak. De totaalscore is schatting van
het construct.

Formatief meetmodel (items → construct)
Er is géén verborgen construct. Het construct is gewoon de combinatie van onderdelen.
Bijvoorbeeld: inkomen, opleiding en beroep vormen samen SES. Je voegt items samen
omdat het construct niet bestaat zonder die items. Daarom ga je het optellen, middelen,
wegen; de keuze is theoretisch, niet statistisch. Items hoeven niet te correleren (mag
wel), inkomen en opleiding kunnen los van elkaar zijn, maar samen vormen ze nog steeds
SES. De totaalscore is definitie van construct.

Netwerkmodel (items ↔ items)
Er is geen centrale oorzaak. Items beïnvloeden elkaar: slecht slapen → moe; moe →
somber; somber → slecht slapen – er is een cirkel. Daarom is er ook geen totaalscore,
omdat er niet één ding is dat je probeert te meten. Daarom ligt je focus op relaties tussen
items en niet op een totaalscore. Het construct is namelijk het hele netwerk, niet één
getal.

3.10 Validiteit en betrouwbaarheid van meetinstrumenten
- Validiteit → meet je het juiste construct?
- Betrouwbaarheid → meet je consistent?

Schalen vs indexen
Schaal (meestal reflectief model)
Het is hier de bedoeling dat alle items hetzelfde onderliggende construct meten, de items
zijn uitingen van dat construct (construct → items). Daarom moeten items samenhangen
(correleren), mag je ze combineren tot één score en die score staat voor het construct
(zoals depressieschaal, angst)/
Index (meestal formatief model)
Hierbij zijn items verschillende onderdelen die samen een totaal vormen (items →
construct). Daarom hoeven de items niet te correleren, draagt elke item iets apart bij en
maak ze samen een samengestelde score (zoals SES-index, leefstijlindex,
kwaliteitsindex).
Bij indexen mogen items samenhangen, maar ze hoeven dat niet; bij schalen moet
samenhang juist logisch volgen uit het onderliggende construct.

Hoofdstuk 9 Validiteit

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
April 20, 2026
Number of pages
36
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$10.04
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
FvAgteren Open Universiteit
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
140
Member since
1 year
Number of followers
1
Documents
13
Last sold
3 days ago

4.2

5 reviews

5
1
4
4
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions