Practicum 1 – Inleiding internationaal belastingrecht
Opgave 1
Beoordeel gemotiveerd de onderstaande stellingen.
a. Het nationaliteitsbeginsel en bronlandbeginsel gaan allebei uit van de subjectieve band die
een persoon met een staat heeft.
Onjuist. Het nationaliteitsbeginsel gaat uit van de subjectieve band die een persoon met een staat
heeft. Het bronlandbeginsel gaat uit van de objectieve band die een persoon met een staat heeft.
b. Belastingverdragen beperken de toepassing van de nationale wetgeving van verdragsluitende
staten en richten zich uitsluitend op de voorkoming van juridische dubbele belasting.
Juist. In het geval van Nederland hebben belastingverdragen altijd voorrang op nationale wetgeving.
Daarnaast richten belastingverdragen zich hoofdzakelijk op de voorkoming van juridische dubbele
belasting (van één subject wordt door twee staten over het zelfde object geheven). Maar het
voorkomen van dubbele belasting is niet het enige doel.
c. Als een verdragsterm niet gedefinieerd is in een belastingverdrag, is de civielrechtelijke
definitie van het land dat de bepaling toepast leidend.
Onjuist. Als een verdragsterm (art. 3(1) OESO-MV) niet is gedefinieerd in het belastingverdrag wordt
eerst gekeken naar de betekenis van de term in context van het verdrag of wat beide staten met
elkaar overeenkomen (art. 3(2) OESO-MV). Daarna wordt gekeken naar fiscaalrechtelijke definitie van
toepassende land. Tot slot wordt pas gekeken naar de civielrechtelijke definitie van toepassende land.
Opgave 2
Francy is in Italië geboren. In 2022 wordt zij gevraagd in dienst te treden bij het Nederlandse Fantastic
Interior Design. Na een bezoekje aan Amsterdam ziet zij het helemaal zitten. Haar man en kinderen
blijven in haar Italiaanse villa wonen. Zelf huurt ze een appartementje in Amsterdam vanaf 1 januari
2023. Al snel blijkt dat van haar voornemens om regelmatig terug naar Italië te gaan niets
terechtkomt. Ze gaat met haar museumjaarkaart ieder weekend in Amsterdam op pad.
Voor Italiaanse belastingdoeleinden wordt Francy als binnenlands belastingplichtige aangemerkt.
a. Van welk land is Francy in 2023 verdragsinwoner?
Art. 1 OESO-MV Art. 3(1a) OESO-MV Art. 4(1) OESO-MV Art. 4(2a) OESO-MV
In Italië wordt zij gezien als binnenlands belastingplichtige waardoor zij aan de belasting is
onderworpen met haar wereldinkomen.
In Nederland is zij ook binnenlands belastingplichtige (art. 2.1(1a) IB) want zij heeft een duurzame
band van persoonlijke aard met Nederland (art. 4 AWR) waardoor zij aan de belasting is onderworpen
met haar wereldinkomen.
Het middelpunt van haar levensbelang ligt in Nederland dus inwoner van Nederland. Indien uitkomen
in sub b dan ook Nederland want daar verblijft zij gewoonlijk.
In juni 2024 gaat het bergafwaarts met de moeder (‘La mamma’) van Francy. Daarom besluit zij in
allerijl naar Italië te vertrekken. Uiteindelijk verblijft zij maar liefst elf maanden in Italië voordat zij
weer terugkeert naar haar appartement in Nederland.
b. Van welk land is Francy in 2024 verdragsinwoner?
Kijken of sprake is van dubbele heffing (art. 4(1) OESO-MV). Francy is tot en met mei inwoner van
Nederland. Daarna woonde zij voor de Nederlandse wet in Nederland waarna hij binnen een jaar
weer in Nederland is gaan wonen (art. 2.2(1) IB). Als Italië hem in die tussentijd als inwoner heeft
gezien (lijkt haar niet logisch (alleen moeder geknuffeld)) wordt zij niet geacht in Nederland te
hebben gewoond en is zij dus niet belastingplichtig. Het belastingverdrag is dan niet nodig want
Francy wordt alleen inwoner van Italië geacht te zijn.
, Willem (met de Nederlandse nationaliteit) werkt voor het Ministerie BuZa als consulaire ambtenaar
voor Poolse betrekkingen. In 2023 wordt hij uitgezonden naar de Nederlandse ambassade in
Warschau. Zijn vrouw Esther ziet de Poolse cuisine wel zitten en besluit met hem mee te gaan.
Gelukkig kan zij aldaar direct als belastingadviseur aan de slag.
c. Kan en mag Nederland het salaris van Willem en Esther in Nederland in de heffing betrekken?
Geef ook aan of, en zo ja door welk land, in de voorkoming van dubbele belasting moet
worden voorzien.
Art. 2.2(2) IB bepaalt dat Willem geacht wordt in 2023 in Nederland te wonen ondanks zijn uitzending
naar Polen. Art. 2.2(3) IB bepaalt vervolgens dat ook Esther wordt geacht in Nederland te wonen in
2020. Nederland kan dus heffen. Beiden zijn ook Nederlanders (nationaliteit). Dus zijn zij binnenlands
belastingplichtig.
Art. 1 Art. 3(1a) Art. 4(1) Art. 15 nvt want bijzondere bepaling Art. 28 OESO-MV bepaald
dat Nederland ook mag heffen want belastingverdrag heeft geen invloed op diplomaten en consulaire
ambtenaren. Dit geldt ook voor Esther. Dus Nederland mag heffen van Willem en Esther.
Pittige Curry BV is een naar Nederlands recht opgerichte vennootschap. Ze heeft fabrieken en
kantoren in Duitsland. Het management van de bv bevindt zich tevens in Duitsland.
d. Van welk land is Pittige Curry BV verdragsinwoner?
Art. 1 OESO-MV Art. 3(1a) OESO-MV Art. 4(1) OESO-MV Art. 4(3) OESO-MV (kan ook naar
reader met Verdrag NL-DU kijken)
Obv art. 2(5) VPB wordt Pittige Curry BV geacht in Nederland gevestigd te zijn (nationaliteitsbeginsel).
Obv art. 2(1) VPB vertaald naar Duitsland is de vestigingsplaats ook Duitsland aangezien daar de
feitelijke leiding plaats vindt (woonlandbeginsel).
In beide landen is Pittige Curry BV dus belastingplichtig voor haar wereldinkomen. Obv art. 4(1 & 3)
OESO-MV moeten Nederland en Duitsland door een wederzijdse overeenkomst de vestigingsplaats
bepalen (in verdrag is bepaald dat BV slechts inwoner is van land daar waar werkelijke leiding is).
Opgave 3
Mevrouw Yahie (Nederlandse nationaliteit) woont in Frankrijk. Ze heeft een wereldinkomen van €
50.000, waarvan € 10.000 buitenlands inkomen uit werk en woning afkomstig uit een niet-
verdragsland. In het buitenland worden de inkomsten niet in de heffing betrokken.
Verdere aannames:
- De Franse wet voorziet in een belastingvrije som van € 5.000 (een vrijstelling op de
belastbare grondslag),
- De tariefstructuur in Frankrijk is als volgt:
o 30% over de eerste schijf van € 20.000
o 40% over de volgende € 20.000
o 50% over het meerdere.
a. Bereken de totale vermindering onder toepassing van de vrijstellingsmethode met
progressievoorbehoud.
b. Bereken de totale vermindering onder toepassing van de vermindering aan de top.
c. Bereken de totale vermindering onder toepassing van de vermindering aan de voet.
Opgave 1
Beoordeel gemotiveerd de onderstaande stellingen.
a. Het nationaliteitsbeginsel en bronlandbeginsel gaan allebei uit van de subjectieve band die
een persoon met een staat heeft.
Onjuist. Het nationaliteitsbeginsel gaat uit van de subjectieve band die een persoon met een staat
heeft. Het bronlandbeginsel gaat uit van de objectieve band die een persoon met een staat heeft.
b. Belastingverdragen beperken de toepassing van de nationale wetgeving van verdragsluitende
staten en richten zich uitsluitend op de voorkoming van juridische dubbele belasting.
Juist. In het geval van Nederland hebben belastingverdragen altijd voorrang op nationale wetgeving.
Daarnaast richten belastingverdragen zich hoofdzakelijk op de voorkoming van juridische dubbele
belasting (van één subject wordt door twee staten over het zelfde object geheven). Maar het
voorkomen van dubbele belasting is niet het enige doel.
c. Als een verdragsterm niet gedefinieerd is in een belastingverdrag, is de civielrechtelijke
definitie van het land dat de bepaling toepast leidend.
Onjuist. Als een verdragsterm (art. 3(1) OESO-MV) niet is gedefinieerd in het belastingverdrag wordt
eerst gekeken naar de betekenis van de term in context van het verdrag of wat beide staten met
elkaar overeenkomen (art. 3(2) OESO-MV). Daarna wordt gekeken naar fiscaalrechtelijke definitie van
toepassende land. Tot slot wordt pas gekeken naar de civielrechtelijke definitie van toepassende land.
Opgave 2
Francy is in Italië geboren. In 2022 wordt zij gevraagd in dienst te treden bij het Nederlandse Fantastic
Interior Design. Na een bezoekje aan Amsterdam ziet zij het helemaal zitten. Haar man en kinderen
blijven in haar Italiaanse villa wonen. Zelf huurt ze een appartementje in Amsterdam vanaf 1 januari
2023. Al snel blijkt dat van haar voornemens om regelmatig terug naar Italië te gaan niets
terechtkomt. Ze gaat met haar museumjaarkaart ieder weekend in Amsterdam op pad.
Voor Italiaanse belastingdoeleinden wordt Francy als binnenlands belastingplichtige aangemerkt.
a. Van welk land is Francy in 2023 verdragsinwoner?
Art. 1 OESO-MV Art. 3(1a) OESO-MV Art. 4(1) OESO-MV Art. 4(2a) OESO-MV
In Italië wordt zij gezien als binnenlands belastingplichtige waardoor zij aan de belasting is
onderworpen met haar wereldinkomen.
In Nederland is zij ook binnenlands belastingplichtige (art. 2.1(1a) IB) want zij heeft een duurzame
band van persoonlijke aard met Nederland (art. 4 AWR) waardoor zij aan de belasting is onderworpen
met haar wereldinkomen.
Het middelpunt van haar levensbelang ligt in Nederland dus inwoner van Nederland. Indien uitkomen
in sub b dan ook Nederland want daar verblijft zij gewoonlijk.
In juni 2024 gaat het bergafwaarts met de moeder (‘La mamma’) van Francy. Daarom besluit zij in
allerijl naar Italië te vertrekken. Uiteindelijk verblijft zij maar liefst elf maanden in Italië voordat zij
weer terugkeert naar haar appartement in Nederland.
b. Van welk land is Francy in 2024 verdragsinwoner?
Kijken of sprake is van dubbele heffing (art. 4(1) OESO-MV). Francy is tot en met mei inwoner van
Nederland. Daarna woonde zij voor de Nederlandse wet in Nederland waarna hij binnen een jaar
weer in Nederland is gaan wonen (art. 2.2(1) IB). Als Italië hem in die tussentijd als inwoner heeft
gezien (lijkt haar niet logisch (alleen moeder geknuffeld)) wordt zij niet geacht in Nederland te
hebben gewoond en is zij dus niet belastingplichtig. Het belastingverdrag is dan niet nodig want
Francy wordt alleen inwoner van Italië geacht te zijn.
, Willem (met de Nederlandse nationaliteit) werkt voor het Ministerie BuZa als consulaire ambtenaar
voor Poolse betrekkingen. In 2023 wordt hij uitgezonden naar de Nederlandse ambassade in
Warschau. Zijn vrouw Esther ziet de Poolse cuisine wel zitten en besluit met hem mee te gaan.
Gelukkig kan zij aldaar direct als belastingadviseur aan de slag.
c. Kan en mag Nederland het salaris van Willem en Esther in Nederland in de heffing betrekken?
Geef ook aan of, en zo ja door welk land, in de voorkoming van dubbele belasting moet
worden voorzien.
Art. 2.2(2) IB bepaalt dat Willem geacht wordt in 2023 in Nederland te wonen ondanks zijn uitzending
naar Polen. Art. 2.2(3) IB bepaalt vervolgens dat ook Esther wordt geacht in Nederland te wonen in
2020. Nederland kan dus heffen. Beiden zijn ook Nederlanders (nationaliteit). Dus zijn zij binnenlands
belastingplichtig.
Art. 1 Art. 3(1a) Art. 4(1) Art. 15 nvt want bijzondere bepaling Art. 28 OESO-MV bepaald
dat Nederland ook mag heffen want belastingverdrag heeft geen invloed op diplomaten en consulaire
ambtenaren. Dit geldt ook voor Esther. Dus Nederland mag heffen van Willem en Esther.
Pittige Curry BV is een naar Nederlands recht opgerichte vennootschap. Ze heeft fabrieken en
kantoren in Duitsland. Het management van de bv bevindt zich tevens in Duitsland.
d. Van welk land is Pittige Curry BV verdragsinwoner?
Art. 1 OESO-MV Art. 3(1a) OESO-MV Art. 4(1) OESO-MV Art. 4(3) OESO-MV (kan ook naar
reader met Verdrag NL-DU kijken)
Obv art. 2(5) VPB wordt Pittige Curry BV geacht in Nederland gevestigd te zijn (nationaliteitsbeginsel).
Obv art. 2(1) VPB vertaald naar Duitsland is de vestigingsplaats ook Duitsland aangezien daar de
feitelijke leiding plaats vindt (woonlandbeginsel).
In beide landen is Pittige Curry BV dus belastingplichtig voor haar wereldinkomen. Obv art. 4(1 & 3)
OESO-MV moeten Nederland en Duitsland door een wederzijdse overeenkomst de vestigingsplaats
bepalen (in verdrag is bepaald dat BV slechts inwoner is van land daar waar werkelijke leiding is).
Opgave 3
Mevrouw Yahie (Nederlandse nationaliteit) woont in Frankrijk. Ze heeft een wereldinkomen van €
50.000, waarvan € 10.000 buitenlands inkomen uit werk en woning afkomstig uit een niet-
verdragsland. In het buitenland worden de inkomsten niet in de heffing betrokken.
Verdere aannames:
- De Franse wet voorziet in een belastingvrije som van € 5.000 (een vrijstelling op de
belastbare grondslag),
- De tariefstructuur in Frankrijk is als volgt:
o 30% over de eerste schijf van € 20.000
o 40% over de volgende € 20.000
o 50% over het meerdere.
a. Bereken de totale vermindering onder toepassing van de vrijstellingsmethode met
progressievoorbehoud.
b. Bereken de totale vermindering onder toepassing van de vermindering aan de top.
c. Bereken de totale vermindering onder toepassing van de vermindering aan de voet.