H1, H2 & H3 van Hamersveld en Voogt (Deel 1)
Gedragsverandering is het specialisme dat zich actief bezighoudt met
het beïnvloeden, sturen en bestendigen van gedrag van mensen.
3 typen gedragsverandering:
1. Gedrag beïnvloeden: iemand oefent invloed uit op de inschattingen
en afwegingen van anderen. De afweging is beredeneerd = bewuste
keuze.
2. Gedrag sturen: iemand oefent invloed uit door automatisch gedrag
te activeren bij anderen.
3. Gedrag bestendigen: het gewenste gedrag wordt al (voor een deel)
vertoont. Het gaat er hier om dat mensen het gedrag blijven
vertonen, ook op andere plekken of momenten. Dat heet duurzaam
gedrag. Dit kan zowel automatisch als beredeneerd plaatsvinden.
Rationeel mensbeeld: een mens denkt altijd goed en zorgvuldig na
voordat hij handelt en beslissingen neemt.
Realistisch mensbeeld: mensen wijken in meerdere opzichten af van
het rationele mensbeeld bij het nemen van beslissingen. Zo kiezen we
vaak voor een optie die goed genoeg is en maken we regelmatig
denkfouten door naar anderen te kijken om ons gedrag te bepalen.
Econ: mens die handelt volgens het rationele mensbeeld.
Human: mens die handelt volgens een realistisch mensbeeld.
Duurzaam gedrag: de focus ligt op het herhalen van gedrag en dit kan
zowel automatisch als beredeneerd plaatsvinden.
Cobra-effect: een poging om gedrag te veranderen leidt onbedoeld tot
meer ongewenst gedrag.
Een gedragsexpert is iemand die kennis heeft van hoe gedrag tot stand
komt en welke technieken je kunt gebruiken om gedrag te veranderen. Hij
probeert een gedragsvraagstuk op te lossen. Dat is een situatie waarin
huidig gedrag van mensen een probleem veroorzaakt en iemand zich
afvraagt wat een effectieve manier is om dat gedrag te veranderen.
Gedragsinzichten: motieven en belemmeringen van mensen om iets wel
of niet te doen in een bepaalde situatie. Op basis hiervan selecteert de
expert één of meerdere gedragstechnieken om gedrag mee te
veranderen. Deze zet je in om invloed uit te oefenen op gedrag. De
geselecteerde techniek wordt verwerkt in een interventie. Dat is iets
waaraan je iemand blootstelt of waar diegene mee te maken krijgt, met
als doel gedrag te veranderen.
Gedragsbepalers zijn veroorzakers van gedrag waarop je invloed kunt
uitoefenen om gedrag te veranderen (weten, willen, kunnen, weerstanden,
sociaal en gemak).
Doelgedrag is het gewenste gedrag dat je bij de doelgroep wilt bereiken.
Positieve gedragsverandering: pogingen om gedrag te veranderen
waar de doelgroep of de maatschappij bij gebaat is.
,4 instrumenten die een gedragsexpert als interventie kan inzetten:
- Campagne tijdelijke en intensieve inzet van
communicatiemiddelen. Denk aan Doeslief-campagne of de Bob-
campagne. De uitingen van een campagne worden vaak via
meerdere kanalen en media tegelijk verspreid.
- Communicatie structurelere inzet van communicatiemiddelen.
Het middel is voor langere tijd beschikbaar voor de ontvanger. Denk
aan de redenen om donateur te worden of informatie over hoe je
online studiefinanciering aanvraagt bij DUO.
- Nudge manier om de plek waarin het gedrag plaatsvindt zo vorm
te geven, dat het gewenst gedrag uitlokt. Denk aan het zichtbaarder
maken van fruit in plaats van ongezonde producten. Je geeft mensen
zo een duwtje in de goede richting met behoud van keuzevrijheid.
- Beleid afspraken die we met elkaar maken over hoe te handelen
in een bepaalde situatie of plaats. Normen, regels en richtlijnen.
Een motief is de reden waarom je iets doet.
3 soorten motieven om als organisatie gedrag te veranderen:
- Mens-motief doel om degene op wie de poging is gericht vooruit
te helpen. Denk aan de trap nemen in plaats van de lift, of fruit in
plaats van patat.
- Maatschappij-motief doel om de maatschappij vooruit te
helpen. Denk aan afval laten scheiden, de doelgroep moet vaak iets
extra’s doen of juist iets laten, maar het helpt ons wel als groep
mensen vooruit.
- Merk-motief doel om het merk (of organisatie) vooruit te helpen.
Denk aan meer producten of diensten te verkopen, zodat het meer
omzet heeft.
- Meer motieven tegelijk Denk aan merken die de maatschappij
voorwaarts willen helpen door een duurzaam alternatief te bieden.
Dan help je de organisatie én de maatschappij.
Ethiek is de leer van wat we als maatschappij vinden dat mag en wanneer
we een grens over gaan. Je moet bij ethiek verder kijken dan wet- en
regelgeving.
- Je motief maakt verschil: een poging bij mens- of maatschappij-
motief lijkt men eerder als verantwoord te zien dan een poging
waarbij het belang van de organisatie vooropstaat.
- Keuzevrijheid geeft ruimte: als de doelgroep keuzevrijheid heeft,
wordt de poging eerder als verantwoord gezien dan als de doelgroep
dat niet heeft.
- Eerlijkheid loont
- Openheid is veiliger
Als je niet genoeg tijd helpt, stel jezelf dan de volgende vraag: ‘Vind ik het
goed als een organisatie deze poging om gedrag te veranderen gebruikt
op mijn ouders of beste vrienden?
, Hoorcollege week 1
Rouw
Vier rouwtaken:
1. De werkelijkheid van het verlies onder ogen zien
2. De pijn van het verlies ervaren
3. Je aanpassen aan de wereld na dit verlies
4. Weer leren genieten en herinnering bewaren
Rouwtaken in plaats van fasen van rouw omdat taken door elkaar heen
lopen, je kunt ze opnieuw oppakken of herwerken terwijl fasen stadia
impliceren dat je er doorheen moet met een begin en eind.
Taak 1: De werkelijkheid van verlies onder ogen zien
Verdoven: ontkennen van de realiteit is een poging om wat te zwaar is op
te schorten tot je het weer aankunt.
Wat kan helpen? De overledene zien, nauwkeurige informatie over wat er
is gebeurd, meerdere keren de mogelijkheid krijgen om je verhaal te doen,
je hebt een verstandelijke maar ook emotionele acceptatie van de dood
nodig. Kinderen maken ook de taken van rouwarbeid door, maar zijn
afhankelijk van wat volwassenen erover weten.
Taak 2: De pijn van verlies ervaren. Het vraagt soms pauze maar er moet
geen permanente uitstelling zijn.
Taak 3: Aanpassen aan de wereld na verdriet
1. Externe aanpassingen: verandering in dagelijks leven
2. Interne aanpassingen: zelfgevoel
3. Spirituele aanpassingen: kijk op de toekomst en geloof in het leven
Taak 4: Herinneren en weer leren genieten
Deconstructie = verwachtingen en verlangens aanpassen aan de nieuwe
situatie en het opgeven van de verbondenheid die er voorheen was (dit
betekent niet dat je iemand moet vergeten). Oftewel: je laat los wat niet
meer past in de nieuwe werkelijkheid. Loslaten/afbreken.
Reconstructie = opnieuw een betekenisvol leven opbouwen met nieuwe
verbondenheid, waarvan je accepteert dat ze alleen innerlijk is.
Herbouwen.