Tussentoets
FA-BA304 - Oncologie
Deze toets bestaat uit 40 voorbeeldvragen voor de tussentoets
Ga ervan uit dat je (minimaal) 28 vragen goed moet hebben voor een
voldoende!
N.B. de antwoorden op de vragen zijn op de laatste pagina’s te vinden
,Let op: de vragen zijn (net als de echte toets) niet gesorteerd op onderwerp!
Vraag 1 Hallmarks of cancer
Tijdens de eerste week van de cursus BA-304, hebben we kennis gemaakt met de
verschillende hallmarks of cancer. Welke van de volgende veranderingen is een
hallmark of cancer volgens Hanahan & Weinberg?
A. Verhoogde apoptose
B. Onbeperkte replicatieve capaciteit
C. Verminderde angiogenese
D. Verlaagde groeifactorproductie
Vraag 2 Colonkanker in verschillende stadia
Er bestaan vier verschillende stadia voor colonkanker. Bij één van deze stadia is de
tumor door de spierlaag en door het weefsel eromheen gegroeid. Bij welk stadium
colonkanker hoort dit?
A. Stadium I
B. Stadium II
C. Stadium III
D. Stadium IV
Vraag 3 Risicofactoren voor colonkanker
Welke van de volgende risicofactoren verhoogt vooral het risico op colorectale
kanker?
A. Hoge vezelinname
B. Chronische ontsteking van de darm (IBD)
C. Regelmatige lichaamsbeweging
D. Lage BMI
Vraag 4 Behandeling tegen melanoom
Er zijn verschillende therapieën denkbaar om tumoren te bestrijden. Meneer Smit lijdt
aan melanoom en krijgt medicatie toegediend. Het gaat om het middel Nivolumab.
Waar grijpt het middel Nivolumab aan?
A. CTLA-4
B. Tyrosine-kinase-receptoren
C. RAS
D. PD-1
, Vraag 5 Reparatiemechanismen voor DNA
Gezonde cellen in het menselijk lichaam hebben een groot aantal verschillende
herstelmechanismen voor DNA indien het beschadigd raakt. Stel dat bij een persoon
sprake is van vervormende DNA-schades, zoals pyrimidine-dimeren. Welk
reparatiemechanisme kan dan zorgen voor herstel van het DNA?
A. Base-excision repair
B. Mismatch repair
C. Nucleotide-excision repair
D. Homologe recombinatie
Vraag 6 Energiemetabolisme van een tumor
Eén van de tien hallmarks voor kanker omvat het herprogrammeren van het
energiemetabolisme van een tumorcel. Maakt de tumorcel gebruik van een aëroob of
anaëroob pad om energie te genereren? En hoeveel mol ATP per mol glucose komt
daar ongeveer bij vrij?
A. aëroob pad – het levert ongeveer 2 mol ATP / mol glucose op
B. aëroob pad – het levert ongeveer 36 mol ATP / mol glucose op
C. anaëroob pad – het levert ongeveer 2 mol ATP / mol glucose op
D. anaëroob pad – het levert ongeveer 36 mol ATP / mol glucose op
Vraag 7 Begrippen bij colorectale kanker
De subtypes van colorectale kanker verschillen onder andere in hun genomische en
epigenomische eigenschappen waarbij wordt gekeken naar de begrippen: SCNA,
CIN, CIMP, MSI. Hieronder staan vier beschrijvingen die passen bij deze begrippen.
Maak de correcte link tussen begrip en beschrijving.
MSI SCNA CIMP CIN
Beschrijft een patroon waarbij
CpG-eilanden gemethyleerd zijn
Verwijst naar veranderingen in
aantal kopieën van stukken DNA
wat kan leiden tot genomische
instabiliteit
Verwijst naar chromosomale fouten
Beschrijft een vorm van genetische
instabiliteit waarbij het DNA-
mismatch systeem niet goed werkt