BIJEENKOMST 1 - VOORBEREIDING GEDING, PROCESINGANG, PROCEDURE IN
VOGELVLUCHT EN ALTERNATIEVE GESCHILBESLECHTING
Doel burgerlijk procesrecht en beginselen eerlijk proces
Het doel van het burgerlijke procesrecht is geschilbeslechting en titelverschaffing. Titelverschaffing houdt
in dat een rechtelijke uitspraak een bepaalde juridische status creëert, waardoor partijen hun materiële
rechten kunnen afdwingen via executie. De deurwaarder kan het vonnis dan ten uitvoer leggen.
Het recht op een eerlijk proces ex art 6 EVRM is binnen het burgerlijk procesrecht van toepassing. Uit dit
artikelen vloeien een aantal beginselen voort:
- Institutionele beginselen: onafhankelijkheid, onpartijdigheid en een rechter ingesteld bij de wet;
- Processuele beginselen - ‘fair trial’ beginselen (art 19 t/m 30 Rv):
Processuele beginselen: Fair trial in Wetboek Rv:
o Toegang rechter en verbod op excessief o Recht van hoor en wederhoor (art 19 Rv)
formalisme (overdreven streng naleven regels o Behandeling binnen een redelijke termijn (art
wet) 20 Rv)
o Het recht van hoor en wederhoor o Waarheidsplicht (art 21 Rv)
o Equality of arms (beide partijen zelfde o Informatieplicht (art 22 en 22b Rv)
mogelijkheden en middelen, niet per se even o Bescherming van partijen, derden en
sterk) bedrijfsgeheimen (art 22a Rv)
o Openbaarheid van behandeling en uitspraak o Volledigheid van de beslissing (art 23 Rv):
(bijwonen zitting) rechter moet oordelen over alle aangevoerde
o Motivering van beslissingen onderdelen
o Behandeling binnen een redelijke termijn o Partijautonomie en lijdelijkheid (art 24 Rv):
(2/2,5 jaar) partijen bepalen omvang geschil
o Recht op consistente rechtspraak o Aanvullen van rechtsgronden (art 25 Rv):
o Recht op tenuitvoerlegging rechter mag rechtsgronden en jurisprudentie
binnen omvang geschil aanvullen, feiten niet
o Verbod van rechtsweigering (art 26 Rv): een
rechter moét beslissen
o Openbaarheid van de zitting (art 27 Rv)
o Uitspraak in het openbaar (art 29 Rv)
o Motivering (art 30 Rv)
Alternatieve (consensuele) geschilbeslechting
- Arbitrage: in plaats van naar de rechter te gaan, laten partijen een geschil beslechten middels
een of meer (altijd oneven aantal) zelf gekozen arbiters. Vaak zijn dit specialisten, bijvoorbeeld op
het gebied van de bouw, wat leidt tot een inhoudelijk betere uitspraak. Elke natuurlijk persoon
kan tot arbiter worden benoemd. De partijen kunnen, naast het geldende recht ex art 1020 Rv ev,
het proces zelf vormgeven. Beide partijen moeten instemmen het geschil te onderwerpen aan
arbitrage via een overeenkomst. Voorafgaand aan het geschil (voor geschillen die partijen in de
toekomst voorzien) heet dit een arbitraal geding, na het ontstaan van het geding een compromis.
Het scheidsgerecht van arbiters stelt hierna een vonnis op, waartegen in hoger beroep kan
worden gegaan mits partijen dit vooraf hebben voorzien in overeenkomst. Voor tenuitvoerlegging
(afdwingen executie middels deurwaarder) van het vonnis moeten partijen alsnog naar de
voorzieningenrechter (art 1062 Rv). Mochten partijen het vonnis willen vernietigen of herroepen
kan er ex art 1064 Rv ev een vordering bij het hof worden ingediend. Met name in het geval van
1
, internationale geschillen biedt arbitrage een uitkomst, aangezien er ander allerlei buitenlandse
wetgeving aan te pas moet komen;
- Regeling: overleg tussen partijen waarin ze het geschil onderling oplossen zonder tussenkomst
van een derde. Het conflict is dan ook meteen uit de lucht. Samen stellen ze een
vaststellingsovereenkomst (VSO) op;
- Mediation: een onafhankelijke derde (mediator) helpt partijen om gezamenlijk tot een oplossing
te komen wanneer partijen er zelf niet uitkomen. Hij geeft geen bindende adviezen, maar
begeleidt het onderhandelingsproces. Mediation wordt vaak ingezet bij familiale verhoudingen of
ondernemingen. De rechter kan partijen verzoeken eerst mediation te proberen, lukt dit niet of
gedeeltelijk, kan alsnog naar de rechter worden gestapt. Een mediator heeft echter wel
verschoningsrecht, dus kan hij worden opgeroepen als getuige met informatie die tijdens de
sessies is gedeeld. Wanneer partijen er via mediation uitkomen wordt er een VSO opgesteld;
- Bindend advies: partijen laten een onafhankelijke derde (bemiddelaar) een beslissing nemen over
hun geschil of een onderdeel daarvan. Dit kan een ‘zuiver’ – ophelderen/aanvullen
onduidelijkheid binnen geschil – of ‘onzuiver’ – beslechten geschil – advies zijn. Advies klinkt
alsof er nog van af kan worden geweken, maar de beslissing in de vorm van een VSO is bindend.
In het geval van een regeling, mediation en bindend advies wordt er dus een VSO opgesteld ex art 7:900 ev
BW. Deze VSO heeft een dispositieve werking, wat inhoudt dat er een nieuwe rechtstoestand ontstaat ex
art 7:901 lid 1 BW. Je mag hierin afwijken van het dwingende recht, tenzij dit in strijd is met de goede zede
of openbare orde ex art 7:902 BW. De VSO is beperkt vernietigbaar, enkel in omstandigheden die naar
maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn ex art 7:904 BW, en ontbindbaar, in geval
van wanprestatie. Dit gebeurd beide bij de rechter.
Voorbereiding geding
Mocht alternatieve geschillen beslechting geen uitkomst bieden, kan een procedure worden gestart bij de
burgerlijke rechter. Voorafgaand aan het starten van een procedure moet eiser/verzoeker zich goed
voorbereiden middels het aanleveren van de verplichte stukken en het verzamelen van bewijs. Een
deurwaarder kan worden ingesteld om bepaalde feiten vast te stellen. Verder kan er een verzoek voor
voorlopige bewijsverrichtingen worden ingediend bij de rechtbank ex art 196 Rv – dit is een
verzoekschriftprocedure. De rechter kan dan voorlopige bewijsverrichtingen bevelen, zoals het
verstrekken van gegevens, een voorlopig getuigen verhoor of deskundigenbericht.
Verder is het belangrijk dat je als eiser/verzoeker ook daadwerkelijk procesbevoegd bent. Zowel
natuurlijke als rechtspersonen (art 2:1 t/m 2:3 BW: publieke rechtspersoon is bijvoorbeeld de staat en
privaatrechtelijke bedrijven) zijn procesbevoegd. Ook bepaalde niet-rechtspersonen zijn procesbevoegd
zoals de ondernemingsraad, medezeggenschapsraad, verenigingen zonder rechtsbevoegdheid en
vennootschappen onder firma. Natuurlijke personen kunnen soms in persoon procederen, maar hebben
vaak vertegenwoordiging (denk aan ouder, bewindvoerder, advocaat etc.) nodig. De eiser/verzoeker zelf is
dan de materiele procespartij en de vertegenwoordiger de formele.
Dagvaarding of verzoekschriftprocedure?
Er bestaan twee verschillende procedures: de dagvaardingsprocedure ex art 78 ev Rv of de
verzoekschriftprocedure ex art 261 ev Rv. Welke er gevolgd moet worden, staat in het materieel recht. Een
dagvaarding is van toepassing op alle zaken waar de verzoekschriftprocedure niet op van toepassing is en
herken je soms expliciet aan het woord ‘vordering’. Ook de onrechtmatige daad (herken je op het
tentamen vaak enkel al aan het woord onrechtmatig) valt hieronder. De verzoekschriftprocedure herken je
bijna altijd expliciet aan het woord ‘verzoek’. Op het tentalen schrijf je altijd materieel jo. formeel! Mocht
2
, je de verkeerde procedure starten, ben je in beginsel niet ontvankelijk, maar de rechter moet de zaak dan
ex art 69 Rv op het goede spoor zetten middels een wisselbepaling.
In het geval van spoedeisende zaken kun je een kort geding starten bij de voorzieningenrechter ex art 254
Rv – dit is altijd een dagvaardingsprocedure (op tentamen wel ook altijd eerst naar het materiele recht
kijken, maar feit dat het spoedeisend is maakt het altijd een dagvaarding).
In het geval van een dagvaarding heten de partijen eiser vs. gedaagde, bij een verzoekschrift verzoeker vs.
verweerder (belanghebbenden). Uitspraak van de rechter heet in het geval van een dagvaarding een
vonnis en bij een verzoekschrift beschikking.
Veel voorkomende artikelen:
- Voorlopige bewijsverrichting – art 196 Rv en 204 Rv (schakelbepaling);
- Onrechtmatige daad (geen overeenkomst, maar schending zorgvuldigheidsnorm) – art 6:162 BW;
- Wanprestatie (met overeenkomst) – 6:74 BW;
- Vordering tot nakoming – art 3:296 BW;
- Ontbinding verbintenis bij tekortkoming – art 6:265;
Dagvaardingsprocedure
De dagvaarding vangt aan met het uitbrengen van de dagvaarding, waar de deurwaarder het exploot
betekend bij de gedaagde. Dit exploot bevat de vordering (eis) en de grondslag (onderbouwing). De
dagvaarding moet voldoen aan een aantal inhoudelijk en formele eisen ex art 111 ev Rv, maar let ook op
de verwijzing naar art 45 Rv. Belangrijke voorwaarden zijn de substantiërings- (bekende verweren van de
tegenpartij moeten worden opgenomen) en bewijsaandraagplicht (alle bewijsmiddelen en getuigen
moeten in de dagvaarding worden benoemd) van eiser ex art 111 lid 3 Rv. Bepaalde fouten in het exploot
zijn herstelbaar via een herstelexploot ex art 120 lid 2 Rv, anders zal de rechter het nietig verklaren – wat
inhoudt dat een rechtshandeling geacht wordt nooit te hebben bestaan. Vaak als het gebrek nadelige
gevolgen heeft voor de gedaagde is het herstelbaar, maar al heeft het nadelige gevolgen voor de eiser niet.
Betreft het een fout ex art 111 lid 3 Rv, volgt art 120 lid 4 Rv en mag de rechter zelf bepalen wat voor
gevolgen hij aan dit gebrek hangt.
Wordt het gebrek pas na het formeel starten van de zaak aangemerkt en gedaagde verschijnt niet in het
geding, is er ex art 121 Rv nog mogelijkheid tot herstel, er wordt dan niet direct verstek tegen gedaagde
verleent. Verschijnt gedaagde wel en beroept hij zich dan pas op de nietigheid van het exploot, verwerpt
de rechter dat beroep ex art 122 Rv, mits het de gedaagde niet onredelijk in zijn belangen heeft geschaad.
Verschijnt gedaagde niet, verzuimt hij advocaat te stellen of betaald hij het griffierrecht niet tijdig hoewel
dit bij dagvaarding was aangezegd, verleent de rechter verstek tegen hem en wijst hij de vordering aan
eiser toe ex art 139 Rv.
De gehele procedure gaat als volgt:
(1) Opstellen dagvaarding;
(2) Betekenen dagvaarding bij tegenpartij (uitbrengen);
(3) Aanbrengen dagvaarding bij griffie van de rechtbank met verzoek deze op de rol te plaatsen;
(4) De zaak wordt formeel gestart door de dagvaarding in te schrijven op de rol (roldatum);
(5) Gedaagde of zijn vertegenwoordiger moet verschijnen (niet fysiek maar gewoon iets van zich
laten horen), zo niet verstek ex art 139 Rv, zo wel binnen 4 weken griffierecht betalen;
(6) Conclusie van antwoord (of conclusie van antwoord met eis in reconventie – tegeneis (hoeft niet
connexiteitsvereiste), conclusie van eis in incident – incidentele vordering bijv. uitstel of wraking,
of niets – akte niet-dienen);
3