📗
Samenvatting Arbeidsrecht
Algemeen
Het arbeidsovereenkomstenrecht omvat het geheel van rechtsregels dat de
totstandkoming, inhoud en het einde van de arbeidsovereenkomst reguleert.
Deze rechtsregels vinden hun oorsprong in verschillende bronnen:
Partijafspraak
Wet
Gewoonte
Eisen van redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 BW)
Functie
De arbeidsovereenkomst onderscheidt zich van andere overeenkomsten door
een beperkte contractsvrijheid voor individuele partijen. Dit komt doordat de
wetgever op veel onderdelen dwingend recht voorschrijft.
Twee hoofdredenen voor dwingend recht:
1. Beschermingsfunctie
Compenseert de sociaaleconomische machtsongelijkheid tussen
werkgever en werknemer, zodat onrechtvaardige uitkomsten worden
voorkomen.
2. Ordenende functie
Dient maatschappelijke belangen, zoals rust op de arbeidsmarkt en sociale
zekerheid.
Gevolgen van kwalificatie als arbeidsovereenkomst
De status als werknemer biedt belangrijke bescherming. Dit past binnen het
uitgangspunt dat het arbeidsrecht een beschermend rechtsgebied is.
Samenvatting Arbeidsrecht 1
, Indien géén arbeidsovereenkomst aanwezig is (bijvoorbeeld bij werken op
freelance- of oproepbasis), vervalt deze bescherming. Enkele gemiste rechten
zijn dan:
Geen loondoorbetaling bij ziekte;
Geen ontslagbescherming;
Geen aanspraak op vaste werktijden of minimumaantal uren.
De arbeidsovereenkomst
De arbeidsovereenkomst wordt gedefinieerd in art. 7:610 BW als:
"(…) de overeenkomst, waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt, in
dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd
arbeid te verrichten."
Uit deze definitie worden de volgende kenmerkende elementen van een
arbeidsovereenkomst afgeleid:
Arbeid: De werkende persoon moet zich verbinden tot het persoonlijk
verrichten van arbeid.
Loon: De wederpartij (werkgever) moet loon verschuldigd zijn voor de
verrichte arbeid. Er moet daarnaast zijn voldaan aan het minimumloon
(hierover later meer over het ‘loonbegrip’).
💡 Loon in natura = loon
Denk aan rijden in auto van de zaak, want het is naar
economische maatstaven waardeerbaar.
Onkostenvergoeding = geen loon
Het compenseert met wat je zelf moet uitgeven
Gezagsverhouding: De arbeid moet 'in dienst' van de ander verricht
worden, wat inhoudt dat er sprake is van een gezagsverhouding.
De reikwijdte van deze gezagsverhouding kan variëren, bijvoorbeeld
tussen een medisch specialist en een ongeschoolde werknemer, maar
beiden zijn werknemer in de zin van art. 7:610 BW. De verplichtingen
Samenvatting Arbeidsrecht 2
, van de werknemer kunnen door eenzijdige instructies van de werkgever
(directierecht, art. 7:660 BW) nader worden geconcretiseerd.
Directierecht: werktijden, maar ook inhoudelijk over het werk, of je thuis
mag werken, hoe je gekleed moet zijn etc.
Zekere duur: De arbeid moet voor een zekere duur verricht worden. Dit
gaat over wanneer en hoelang de arbeid verricht moet worden.
💡 Dit zijn cumulatieve criteria. Is er niet aan een van deze elementen
voldaan dan is er geen sprake van een aovk.
❗ Let op! De bedoeling van partijen doet er niet toe, de feitelijke
uitvoering is leidend (X/Amsterdam).
De bedoeling van partijen is wél relevant als het gaat over de inhoud
van de overeenkomst.
Bij twijfel: art. 7:610a BW (rechtsvermoeden; Hij die ten behoeve van
een ander tegen beloning door die ander gedurende drie
opeenvolgende maanden, wekelijks dan wel gedurende ten minste
twintig uren per maand arbeid verricht, wordt vermoed deze arbeid te
verrichten krachtens arbeidsovereenkomst.)
🧑⚖️ X/Amsterdam
De Hoge Raad is met deze uitspraak afgestapt van het
standaardarrest Groen/Schoevers.
De Hoge Raad zegt eigenlijk dat het niet langer van belang is of
partijen de bedoeling hadden om een arbeidsovereenkomst te sluiten.
Het gaat erom of de overeengekomen rechten en plichten
aansluiten bij de wettelijke omschrijving van de
arbeidsovereenkomst. Als aan deze kenmerken is voldaan, is altijd
sprake van een arbeidsovereenkomst, ongeacht de intentie van
partijen.
Samenvatting Arbeidsrecht 3
, 🧑⚖️ Groen/Schoevers (niet langer relevant → X/Amsterdam)
Partijbedoeling
Voor de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst in de zin
van art. 7:610 BW, geldt het volgende:
Er moet worden gekeken naar alle feiten en omstandigheden van
het geval.
Daarbij zijn onder meer van belang:
De bedoeling van partijen bij het sluiten van de overeenkomst.
De feitelijke uitvoering van de overeenkomst.
De aanwezigheid van een gezagsverhouding (vereist voor "in
dienst van").
De maatschappelijke en economische positie van partijen.
Geen enkel kenmerk is doorslaggevend; het geheel van
omstandigheden is bepalend.
Zelfs als partijen géén arbeidsovereenkomst hebben beoogd, kan
op basis van de praktijk tóch sprake zijn van een
arbeidsovereenkomst, als aan de materiële kenmerken wordt
voldaan.
Verhouding aovk met andere contracten
Het juridisch onderscheiden van de arbeidsovereenkomst van andere
contracten, zoals de aanneming van werk (art. 7:750 BW) of de opdracht (art.
7:400 BW), is van groot belang voor de werkende. Dit komt doordat bij een
arbeidsovereenkomst een grote hoeveelheid dwingend recht van toepassing is
ter bescherming van de werknemer, wat bij opdracht of aanneming van werk
doorgaans niet het geval is.
Het belangrijkste onderscheidende element is het ontbreken van de
gezagsbevoegdheid bij aanneming van werk en opdracht. Bij aanneming
van werk staat het de aannemer vrij om zelf te bepalen hoe het werk wordt
verwezenlijkt, en bij opdrachtnemers geldt hetzelfde principe.
De afbakening tussen opdracht en arbeidsovereenkomst is echter niet altijd
eenvoudig, vooral omdat bij opdracht ook een beperkte verplichting tot
Samenvatting Arbeidsrecht 4
Samenvatting Arbeidsrecht
Algemeen
Het arbeidsovereenkomstenrecht omvat het geheel van rechtsregels dat de
totstandkoming, inhoud en het einde van de arbeidsovereenkomst reguleert.
Deze rechtsregels vinden hun oorsprong in verschillende bronnen:
Partijafspraak
Wet
Gewoonte
Eisen van redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 BW)
Functie
De arbeidsovereenkomst onderscheidt zich van andere overeenkomsten door
een beperkte contractsvrijheid voor individuele partijen. Dit komt doordat de
wetgever op veel onderdelen dwingend recht voorschrijft.
Twee hoofdredenen voor dwingend recht:
1. Beschermingsfunctie
Compenseert de sociaaleconomische machtsongelijkheid tussen
werkgever en werknemer, zodat onrechtvaardige uitkomsten worden
voorkomen.
2. Ordenende functie
Dient maatschappelijke belangen, zoals rust op de arbeidsmarkt en sociale
zekerheid.
Gevolgen van kwalificatie als arbeidsovereenkomst
De status als werknemer biedt belangrijke bescherming. Dit past binnen het
uitgangspunt dat het arbeidsrecht een beschermend rechtsgebied is.
Samenvatting Arbeidsrecht 1
, Indien géén arbeidsovereenkomst aanwezig is (bijvoorbeeld bij werken op
freelance- of oproepbasis), vervalt deze bescherming. Enkele gemiste rechten
zijn dan:
Geen loondoorbetaling bij ziekte;
Geen ontslagbescherming;
Geen aanspraak op vaste werktijden of minimumaantal uren.
De arbeidsovereenkomst
De arbeidsovereenkomst wordt gedefinieerd in art. 7:610 BW als:
"(…) de overeenkomst, waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt, in
dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd
arbeid te verrichten."
Uit deze definitie worden de volgende kenmerkende elementen van een
arbeidsovereenkomst afgeleid:
Arbeid: De werkende persoon moet zich verbinden tot het persoonlijk
verrichten van arbeid.
Loon: De wederpartij (werkgever) moet loon verschuldigd zijn voor de
verrichte arbeid. Er moet daarnaast zijn voldaan aan het minimumloon
(hierover later meer over het ‘loonbegrip’).
💡 Loon in natura = loon
Denk aan rijden in auto van de zaak, want het is naar
economische maatstaven waardeerbaar.
Onkostenvergoeding = geen loon
Het compenseert met wat je zelf moet uitgeven
Gezagsverhouding: De arbeid moet 'in dienst' van de ander verricht
worden, wat inhoudt dat er sprake is van een gezagsverhouding.
De reikwijdte van deze gezagsverhouding kan variëren, bijvoorbeeld
tussen een medisch specialist en een ongeschoolde werknemer, maar
beiden zijn werknemer in de zin van art. 7:610 BW. De verplichtingen
Samenvatting Arbeidsrecht 2
, van de werknemer kunnen door eenzijdige instructies van de werkgever
(directierecht, art. 7:660 BW) nader worden geconcretiseerd.
Directierecht: werktijden, maar ook inhoudelijk over het werk, of je thuis
mag werken, hoe je gekleed moet zijn etc.
Zekere duur: De arbeid moet voor een zekere duur verricht worden. Dit
gaat over wanneer en hoelang de arbeid verricht moet worden.
💡 Dit zijn cumulatieve criteria. Is er niet aan een van deze elementen
voldaan dan is er geen sprake van een aovk.
❗ Let op! De bedoeling van partijen doet er niet toe, de feitelijke
uitvoering is leidend (X/Amsterdam).
De bedoeling van partijen is wél relevant als het gaat over de inhoud
van de overeenkomst.
Bij twijfel: art. 7:610a BW (rechtsvermoeden; Hij die ten behoeve van
een ander tegen beloning door die ander gedurende drie
opeenvolgende maanden, wekelijks dan wel gedurende ten minste
twintig uren per maand arbeid verricht, wordt vermoed deze arbeid te
verrichten krachtens arbeidsovereenkomst.)
🧑⚖️ X/Amsterdam
De Hoge Raad is met deze uitspraak afgestapt van het
standaardarrest Groen/Schoevers.
De Hoge Raad zegt eigenlijk dat het niet langer van belang is of
partijen de bedoeling hadden om een arbeidsovereenkomst te sluiten.
Het gaat erom of de overeengekomen rechten en plichten
aansluiten bij de wettelijke omschrijving van de
arbeidsovereenkomst. Als aan deze kenmerken is voldaan, is altijd
sprake van een arbeidsovereenkomst, ongeacht de intentie van
partijen.
Samenvatting Arbeidsrecht 3
, 🧑⚖️ Groen/Schoevers (niet langer relevant → X/Amsterdam)
Partijbedoeling
Voor de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst in de zin
van art. 7:610 BW, geldt het volgende:
Er moet worden gekeken naar alle feiten en omstandigheden van
het geval.
Daarbij zijn onder meer van belang:
De bedoeling van partijen bij het sluiten van de overeenkomst.
De feitelijke uitvoering van de overeenkomst.
De aanwezigheid van een gezagsverhouding (vereist voor "in
dienst van").
De maatschappelijke en economische positie van partijen.
Geen enkel kenmerk is doorslaggevend; het geheel van
omstandigheden is bepalend.
Zelfs als partijen géén arbeidsovereenkomst hebben beoogd, kan
op basis van de praktijk tóch sprake zijn van een
arbeidsovereenkomst, als aan de materiële kenmerken wordt
voldaan.
Verhouding aovk met andere contracten
Het juridisch onderscheiden van de arbeidsovereenkomst van andere
contracten, zoals de aanneming van werk (art. 7:750 BW) of de opdracht (art.
7:400 BW), is van groot belang voor de werkende. Dit komt doordat bij een
arbeidsovereenkomst een grote hoeveelheid dwingend recht van toepassing is
ter bescherming van de werknemer, wat bij opdracht of aanneming van werk
doorgaans niet het geval is.
Het belangrijkste onderscheidende element is het ontbreken van de
gezagsbevoegdheid bij aanneming van werk en opdracht. Bij aanneming
van werk staat het de aannemer vrij om zelf te bepalen hoe het werk wordt
verwezenlijkt, en bij opdrachtnemers geldt hetzelfde principe.
De afbakening tussen opdracht en arbeidsovereenkomst is echter niet altijd
eenvoudig, vooral omdat bij opdracht ook een beperkte verplichting tot
Samenvatting Arbeidsrecht 4