Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting - Ontwikkelingspsychologie

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
42
Geüpload op
22-04-2026
Geschreven in
2023/2024

In mijn samenvatting van de ontwikkelingspsychologie, gebaseerd op het werk van Robert S. Feldman, beschrijf ik hoe mensen zich ontwikkelen gedurende hun hele leven, van de conceptie tot de dood. Ik ga in op verschillende ontwikkelingsgebieden, zoals lichamelijke, cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling. Ook leg ik uit hoe zowel aanleg als omgeving invloed hebben op deze ontwikkeling. Verder komt naar voren dat ontwikkeling op verschillende manieren kan worden bekeken.

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Ontwikkelingspsychologie
Kennisimpuls1:
Ontwikkelingspsychologie: wetenschappelijke studie van patronen van groei, verandering,
stabiliteit bij mensen vanaf de conceptie tot en met de late volwassenheid – dus de dood.
Richt zich ook op menselijke ontwikkeling en stabiliteit in het leven van kinderen,
adolescenten en volwassenen. Menselijke ontwikkeling; -doorgronden van universele
ontwikkelingsprincipes, principes die voor iedereen gelden. -specifieker kijken -> bv; invloed
culturele verschillen op verloop ontwikkeling. – unieke aspecten individu, eigenschappen,
kenmerken. Stabiliteit: ze vragen zich af op welke gebieden en perioden in het leven mensen
veranderen en groeien en anderzijds hoe hun gedrag overeenkomt met eerder gedrag. Dit
doen ze van aannames/hypotheses tot toetsing in de praktijk. Mensen blijven hun hele leven
veranderen en kunnen blijven leren.
3 ontwikkelingsdomeinen:
- Fysieke ontwikkeling: invloed van het lichaam (hersenen, zenuwstelsel, spieren,
zintuigen, behoefte eten, drinken, slaap) op ons gedrag. (wat zijn effecten van
ondervoeding op groeitempo)
- Cognitieve ontwikkeling: hoe groei en verandering in intellectuele vermogens tot
stand komen en ons gedrag beïnvloedt. Houdt zich bezig met denken, leren,
intelligentie en probleemoplossing. (hoe leren kinderen, hoe ontwikkeld en werkt het
geheugen van een kind, hoe werkt het oplossingsvermogen van een kind en is dit
cultureel verschillend).
- Sociaal-emotionele ontwikkeling/ persoonlijkheidsontwikkeling: manier waarop de
interacties van mensen en hun sociale relaties in de loop van hun leven groeien,
veranderen en stabiel blijven en om de manier waarop mensen in toenemende mare
hun emoties bewust ervaren en er greep op krijgen. (effect racisme, armoede van
ouders op ontwikkeling kind/aard belang vriendschappen over levensloop, hoe legt
en bouwt een kind een relatie). Persoonlijkheidsontwikkeling; stabiliteit en
verandering in de karaktereigenschappen die het ene individu van het andere
onderscheiden. (bezit ene mens gedurende het leven stabiele, duurzame
karaktertrekken, invloed ouderlijk gedrag op ontwikkeling van besef goed en kwaad
bij kind)
Ontwikkelingsfasen: di t zijn sociale constructie en geeft idee over de realiteit en hangt
af van de maatschappij en cultuur op een bepaald moment
- Prenatale periode (conceptie-geboorte)
- Babytijd (geboorte-2 jaar)
- Peuter- kleutertijd ( 2-6 jaar)
- Schooltijd (6-12 jaar)
- Adolescentie (12-20 jaar)
Voor mijlpalen zijn er veel onderlinge verschillen. De variaties worden alleen opmerkelijk als
kinderen aanzienlijke afwijkingen van het gemiddelde vertonen.
Dingen wat de ontwikkeling van een kind kan beïnvloeden:
- Cohort: de groep waarin het kind opgroeit/ een groep mensen die in een bepaalde
periode leven en daardoor voor een deel gelijke ervaringen opdoen.
- Sociaalhistorische gebeurtenissen: oorlog, pandemie

,- Normatieve gebeurtenissen: zijn gebeurtenissen die voor grote groep kinderen in een
land gelden. Historische invloeden (oorlog Oekraïne, aardbeving), leeftijdsgebonden
invloeden(puberteit, leeftijd wanneer je naar school gaat), sociaal-culturele invloeden
(sociale klasse, behoren tot een subcultuur, etnische afkomst).
- Niet-normatieve gebeurtenissen: gebeurtenissen die alleen voor jou gelden.
(overlijden ouder, Ongeluk)
Centrale vraagstukken:
Continue verandering, datgene wat veranderd, veranderd in hoeveelheid niet van aard
(groeien) – discontinue verandering, datgene wat veranderd, veranderd van aard.
Ontwikkeling van kinderen loopt met sprongetjes (zindelijk worden)
Kritieke perioden: als effecten van een bepaalde stimuli onomkeerbaar zijn (liefdevolle
volwassenen om een jong kind een zich veilig te laten voelen, dit kan later niet
gecompenseerd worden) – gevoelige perioden: tegenwoordig geloven wij meer in
flexibiliteit kind en kunnen sommige achterstanden ingehaald worden
Levensloopmodel – focus op specifieke perioden
Nature (aangeboren): maturatie, ontvouwen van voorbestemde genetische informatie –
nurture (omgeving): bv, biologisch (alcohol tijdens zwangerschap), sociaal (manier van
opvoeden), maatschappelijk (welke economische klasse kind opgroeit)
Perspectieven:
- Psychodynamische perspectief: benadering die ervan uitgaat dat gedrag wordt
gemotiveerd door innerlijke krachten, herinneringen en conflicten, waarvan een
persoon zich nauwelijks bewust is en waarover hij weinig controle heeft (Freud en
Erikson). Theorie Freud: 3 aspecten persoonlijkheid: ID: irrationeel, zoekt naar genot,
primitieve driften (honger, seks, agressie). EGO: rationeel en redelijk,
realiteitsprincipe. Superego: vergelijkbaar met geweten, maakt onderscheid tussen
goed en kwaad. Persoonlijkheid wordt gevormd door kinderlijke
wensen/verlangens/behoeften (tussen 0 en 18 jaar). Tijdens elke fase ligt de focus
op de bevrediging van een deel van het lichaam. Als er te veel of te weinig
bevrediging is kan dit een fixatie leiden. Orale fase: duimen -> roken
Theorie Erikson: Persoonlijkheidsontwikkeling in gehele levensloop door samenleving
en cultuur
- Behavioristische perspectief: benadering die ervan uitgaat dat je moet kijken naar
waarneembaar gedrag en externe stimuli in de omgeving om de ontwikkeling van het
individu te begrijpen (nature/nurture) (Pavlov, Skinner, Bandura). Pavlov: klassieke
conditionering, hond belletje eten, organisme reageert onbewust op een voorheen
neutrale stimulus. Skinner: operante conditionering: gedrag als reactie op
consequentie, gedragsmodificatie: goed gedrag wordt bekrachtigd en ongewenst
gedrag wordt gestraft, hendel indrukken voor eten. Bandura: sociaal-cognitief
leertheorie; sociaal cognitief leren door, aandacht; voor het gedrag, retentie; gedrag
later herinneren, reproductie; gedrag kan je nadoen, motivatie; je wilt het gedrag
nadoen. Lerend door afkijken. Dit gedrag het groots wanneer model beloond wordt ->
modeling
- Cognitief perspectief: benadering die zich richt op de processen die mensen in staat
stellen de wereld te leren kennen, begrijpen en over na te denken (Piaget). Piaget:
iedereen doorloopt in vaste volgorde een reeks universele cognitieve
ontwikkelingsstadia. Reageren of aanpassen aan nieuwe informatie door assimilatie
of accommodatie, dit proces heet adaptie, aanpassen aan omgeving. Op de theorie

, van Piaget was kritiek omdat de stadia continu waren. Voor discontinue stadia is de
informatieverwerkingstheorie, deze probeert te achterhalen op welke manieren
mensen info opnemen, gebruiken en opslaan -> vorm van Piaget op deze theorie;
Piagetiaanse theorie; cognitie die bestaat uit verschillende typen individuele
vaardigheden (lezen, verhalen herinneren). Ervaring speelt grote rol in bevordering
van cognitieve ontwikkeling
- Systemisch perspectief: perspectief waarbij je kijkt naar verschijnselen binnen de
gehele context waarin ze zich tonen of afspelen. (Vygotksy en Bronfenbrenner).
Vygotsky: sociaal-culturele theorie; kinderen leren de wereld te begrijpen door
wederzijdse interactie.
Model bronfenbrenner: 5 omgevingsniveaus die elk biologisch organisme gelijktijdig
beïnvloed
- Evolutionaire perspectief: benadering die gedrag probeert te identificeren dat het
resultaat is van de genetische erfenis van onze voorouders. Gedragsgenetica en epi
genetica: erven mensen be paalde eigenschappen. Erachter komen hoe mensen
bepaalde gedragskenmerken erven, hoe omgeving bepaalt of deze kenmerken wel of
niet tot uiting komen. Darwins evolutietheorie
Kennisimpuls 2:
Temperament is de individuele stijl van reageren op de omgeving die redelijk consistent
is, zowel in verschillende situaties als in de loop van de tijd. Kinderen met dezelfde
aanleg kunnen door hun omgeving een verschillende uiting krijgen van de aanleg.
Bijvoorbeeld: verlegen of extraversie.
Multifactoriële overerving is de bepaling van eigenschappen door een combinatie van
genetische factoren en omgevingsfactoren, waarbij een genotype (DNA) zorgt voor een
bepaald bereik waarbinnen een fenotype (hoe je eruit ziet) zich kan manifesteren. Geldt
voor de meeste eigenschappen. Bijvoorbeeld: iemand die genetisch aanleg heeft om snel
aan te komen kan veel lijnen en nooit slank worden. bijvoorbeeld: temperament
(intro/extravert) van mensen verschillen door omgevingsinvloeden. Er zijn ook genotype
die relatief weinig invloed ondervinden van omgevingsfactoren. Bijvoorbeeld: ondervoede
zwangere vrouwen tijdens 2e WO kregen gezonde kinderen. Hoe gezond en veel mensen
eten ze worden niet langer. Nature nurture kijkt in hoeverre gedrag veroorzaakt wordt
door genetische factoren, in hoeverre door om geving en in hoeverre door interactie
tussen twee. Multideterminisme. Genetisch materiaal kan veranderen door
omgevingsfactoren.
(Nature/nurture debat:
- Dieronderzoek: om vast te stellen welke rol genetische achtergrond speelt (niet zeker
toepassing mensen) 1. Dieren die gefokt zijn met zelfde genetische achtergrond in
verschillende omgeving 2. Dieren met verschillende genetische achtergrond in
identieke omgevingen
- Mensenonderzoek: minder controle over genetische achtergrond en omgeving ->
tweelingen belangrijk; -eeneiige tweelingen die gescheiden zijn (geadopteerd), zijn
75% van variaties in immuunsysteem van eeneiige tweelingen gevolg van invloeden
uit de omgeving, microben, dieet toxinen en vaccinaties. -wanneer eeneiige
tweelingen bepaalde eigenschap meer op elkaar lijken dan twee-eiige dan speelt
genetische achtergrond belangrijke rol in hoe eigenschap zich manifesteert. -
compleet willekeurige onderwerpen aan zelfde omgeving (vb adoptiekinderen),
kunnen onderlinge gelijke eigenschappen toeschrijven aan omgeving.

, Conclusie: genetische factoren en omgeving onafscheidelijk paar)
Prenatale groei wordt ook vanaf het begin beïnvloed door omgevingsfactoren
3 stadia bij prenatale periode:
- Geminale stadium: bevruchting -> eerste 2 weken na conceptie, eerste en kortste
stadium van de periode. Zygote (gevormd bij ontmoeting zaadcel en eicel) deelt en
wordt groter en complexer -> blastocyst, bevruchte ei. Deze gaat naar de
baarmoeder en wordt geïmplanteerd in de baarmoederwand (veel voedingsstoffen).
Celdeling na 3 dagen 32 cellen, verdubbeld, binnen week 100-150 cellen. Cellen
wordt steeds specialistischere functie. Placenta wordt in de zwangerschap
aangemaakt en is een doorgeefluik tussen moeder en baby en geeft voeding en
zuurstof via de placenta. Voert ook afvalstoffen af van ontwikkelende kind via de
navelstreng. Dit speelt een rol in foetale hersenontwikkeling
- Embryonale stadium: 3 weken-8 weken. Organisme stevig genesteld in
baarmoederwand, het heet dan een embryo. Ontwikkeling belangrijkste organen en
fundamentele autonomie.anatomie . Drie lagen die steeds meer structuren vormen; -
ectoderm, buitenste laag, vormt huid tanden haar zintuigen hersenen en ruggenmerg.
-entoderm, binnenste laag, produceert spijsverteringsstelsel, lever, alvleesklier,
ademhalingsstelsel – mesoderm, middelste laag, vormt bloedsomloopsysteem, bloed,
,lymfestelsel, bot, kraakbeen, spieren. Hoofd en hersenen groeien snel, nog geen
ledematen.
- Foetale stadium: 9 weken-geboorte. Veranderingen volgen elkaar snel op. Foetus
wordt 20x zo lang, de organen worden gedifferentieerd en beginnen te werken,
verbindingen tussen lichaamsdelen worden complexer en de info gaat sneller. De
foetus reageert op geluiden en slaapt soms. In de 8e-24e week ontstaan
geslachtsverschillen. Er zijn veel verschillen in deze tijdsaanduidingen en uitingen.
Ontwikkeling van baby’s wordt op goede en slechte manieren beïnvloed door
prenatale omgeving.
teratogeen effect: bepaalde virus dragend moeder tijdens zwangerschap, kan doorgegeven
worden aan foetus. Placenta functie om dit weg te houden. moment en blootstelling doet
ertoe. Je kan ook vaker met dit effect te maken hebben. Alcohol, drugs ->verslaving baby
virussen-> ziekte baby. Invloeden; voedingspatroon, leeftijd, gezondheid, drug- alcohol-
medicijn- of nicotinegebruik moeder en invloed van vaders (roken, kwaliteit zaad). De focus
op de eerste 1000 dagen zorgt ervoor dat ouders banger zijn om fouten te maken in de
opvoeding van hun kind.
Proteïne CRH zorgt dat hormonen vrijkomen. Oxytocine is in de geboortefase belangrijk, dit
komt uit de hypofyse en zorgt voor samentrekking van de baarmoeder. Bij de goede hoogte
oxytocine begint de bevalling. Na de prenatale periode wordt de baarmoeder groter en trekt
zich na de 4e maand af en toe samen ter voorbereiding op de bevalling. Net voor de
geboorte worden de samentrekkingen heviger en duwen de foet us langzaam het
geboortekanaal naar buiten (weeën). De stuwing en het nauwe kanaal zorgt ervoor dat
baby’s een taps toelopend hoofd hebben. Hoe een vrouw op de bevalling reageert is onder
andere afhankelijk van culturele factoren.
De volgende fase van de bevalling:
- Ontsluitingsfase, om 8-10 minuten 30 sec samentrekken, steeds frequenter en
langer. Deze fase duurt het langst en de baarmoedermond opent zich volledig om het
hoofd te laten passeren.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
22 april 2026
Aantal pagina's
42
Geschreven in
2023/2024
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$7.70
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
faithdokter

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
faithdokter Hogeschool Windesheim
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
1 maand
Aantal volgers
0
Documenten
4
Laatst verkocht
-

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen