Rechtsfilosofie
Week 1: Wat is rechtsfilosofie?
De rechtsfilosofie houdt zich bezig met de grondvragen van het recht, zoals:
• Wat is recht en de functie van recht?
• In hoeverre is het recht een machtsinstrument?
• Wanneer moet men gehoorzamen aan het recht?
• Vooronderstelt verantwoordelijkheid een vrije wil?
• In hoeverre houdt het recht verband met moraal?
• Hoe verhoudt het ideaal van de rechtstaat zich tot democratie?
• Moet het individuele geval prevaleren boven het systeem?
Leerdoelen
Leerdoel 1: Uitleggen wat rechtsfilosofie inhoudt
Rechtsfilosofie is een onderdeel van de filosofie dat betrekking heeft op het recht.
Volgende onderwerpen:
• Natuurrecht en rechtspositivisme
• Ethiek
• Individuele vrijheid en overheidsmacht
• Universalisme en cultuurrelativisme
• Vrije wil en determinisme
• Rechtsvinding
Leerdoel 2: Uitleggen wat de relevantie van rechtsfilosofie is voor jou
Studenten zijn in staat om, door middel van kennis over de verschillende
rechtsfilosofische theorieën behorende bij de verschillende discussies, een
gefundeerde mening te vormen ten aanzien van maatschappelijke vraagstukken
Week 2: Natuurecht en Rechtspositivisme
Natuurrecht is een hoger recht dan de heersende geschreven regels (positief recht) en
is dus geen product van de mens. Het natuurrecht gaat uit van een recht dat absoluut
geldig is en losstaat van door mensen gemaakt recht. Dit recht vloeit voort uit de
natuur, de rede, een teleologische wereldorde of goddelijke openbaring en kan door de
mens worden gekend met zijn rede (en soms via openbaring). Het natuurrecht fungeert
als een inhoudelijke en morele toets voor het positieve recht. Positieve wetten die niet
overeenkomen met deze hogere beginselen kunnen daarom niet als geldig recht
worden erkend. Natuurechts is dus absoluut geldig.
Waar komt dat natuurrecht vandaan?
,De natuurrechtdenkers noemen meerdere mogelijke bronnen:
1. Wereld van ideeën
• Het recht bestaat op een hoger, abstract niveau.
• Denk aan Plato: ideeën zoals rechtvaardigheid bestaan los van mensen.
2. De natuur als teleologische orde (kosmologie)
• De natuur heeft een doel en orde (teleologisch = doelgericht).
• Uit die natuurlijke orde kun je afleiden wat “juist” of “rechtvaardig” is.
• Voorbeeld: de mens is een sociaal wezen → recht moet samenleven mogelijk
maken.
3. De Bijbel (openbaring)
• Het recht is door God geopenbaard.
• Mensen kennen het recht doordat God het heeft onthuld.
4. De rede
• De mens kan met zijn verstand ontdekken wat rechtvaardig is.
• Je hoeft geen wet te lezen; logisch nadenken is genoeg.
Kritiek op het natuurecht:
De kritiek op het natuurrecht is dat het subjectief is, omdat denkers hun eigen morele
overtuigingen presenteren alsof ze natuurlijk en universeel zijn.
Positief recht
Het rechtspositivisme wil het begrip ‘recht’ niet baseren op hogere, onzichtbare morele
beginselen, maar op tastbare, concrete wetten en regels in de maatschappij. Recht is
volgens deze visie niets anders dan het positieve recht: de regels die officieel zijn
vastgelegd door de bevoegde organen. Dat betekent ook dat zelfs onrechtvaardige of
immorele wetten nog steeds als ‘recht’ moeten worden gezien. Er wordt dus geen
rekening gehouden met moraal.
Filosoof Kelsen is het meest kritisch op het natuurrecht en heeft 3 belangrijke
bezwaren:
1. Hij vindt dat natuurrecht een fout maakt door het ‘Sein’ (hoe de wereld is) te
verwarren met het ‘Sollen’ (hoe de wereld zou moeten zijn).
2. Volgens Kelsen bestaat het natuurrecht uit lege formules.
3. Tot slot stelt Kelsen dat waardeoordelen slechts uitingen zijn van gevoelens.
Mensen verschillen nu eenmaal van mening over wat rechtvaardig is, en daar is
geen objectief, wetenschappelijk antwoord op mogelijk. Waarden zijn subjectief.
Vragen over wat goed of slecht is, zijn niet te vergelijken met feitenvragen zoals
of ijzer zwaarder is dan water.
Kritiek op het rechtpositivisme geldt dat het kan leiden tot het volgen van
onrechtmatige wetten (we volgen gewoon de wet).
, Volgens het rechtspositivisme is een wet geldig zolang deze is gemaakt door een
bevoegde instantie, zelfs als deze wet onrechtvaardig is.
Volgens het natuurecht (Thomas van Aquino) geldt dat als een wet in strijd is met het
natuurecht het geen echte wet is.
Leerdoelen
Leerdoel 1: de student kan uitleggen wat de basisprincipes zijn van natuurrecht.
Natuurrecht gaat uit van een noodzakelijk verband tussen recht en moraal, met
rechtvaardigheid als kern. Naast het positieve recht bestaat een hoger recht dat niet
door mensen is gemaakt en dat als inhoudelijke maatstaf fungeert. Positief recht dat
fundamenteel botst met die maatstaf kan (volgens natuurrechtelijke denkers) zijn
aanspraak op gelding verliezen, waardoor gehoorzaamheid niet vanzelfsprekend is.
Leerdoel 2: de student kan kritiek op natuurrecht uiteenzetten.
Kritiek luidt dat het subjectief is, omdat denkers hun eigen morele overtuigingen
presenteren alsof ze natuurlijk en universeel zijn. Een ander belangrijk punt is dat het
onduidelijk is wat die natuurlijke wetten precies zijn.
Een kernkritiek is dat natuurrecht gemakkelijk morele voorkeuren als “natuur” vermomt
en ze daarna als objectieve norm presenteert (de “hoge-hoedredenering”). Kelsen
werkt dit methodologisch uit: uit feiten (Sein) kun je geen normen (Sollen) afleiden,
waardoor natuurrecht vaak een drogreden bevat. Daarnaast zou natuurrecht geregeld
uitlopen op lege formules (“ieder het zijne”) die elke orde kunnen legitimeren, terwijl
waardeoordelen volgens Kelsen uiteindelijk niet rationeel dwingend te bewijzen zijn.
Leerdoel 3: de student kan de volgende varianten van natuurrecht onderscheiden
en vergelijken: bovennatuurlijk & rede
• De bovennatuurlijke variant (openbaring) fundeert natuurrecht in God en
openbaring. Bij Thomas van Aquino: lex aeterna (eeuwige wet), lex naturalis
(natuurlijke wet als deelname van de rede aan Gods orde) en lex humana
(menselijke wet als concrete uitwerking). Positief recht dat strijdt met
natuurrecht mist wezenlijk rechtskarakter.
• Bij natuurrecht vanuit de rede (Grotius) ligt de bron in menselijke rationaliteit
en sociabiliteit: normen volgen uit wat redelijke, sociale mensen nodig hebben
om samen te leven; de maatstaf wordt losser van kerk en openbaring en kan
zelfs gedacht worden als geldend zonder God.
Leerdoel 4: de student kan uitleggen wat de basisprincipes zijn van
rechtspositivisme.
Rechtspositivisme ontkent een noodzakelijk verband tussen recht en moraal: recht is
wat door bevoegde instanties volgens geldige procedures is vastgesteld. Juridische
geldigheid en morele kwaliteit moeten uit elkaar worden gehouden, met
rechtszekerheid en ordening als centrale waarden.
Week 1: Wat is rechtsfilosofie?
De rechtsfilosofie houdt zich bezig met de grondvragen van het recht, zoals:
• Wat is recht en de functie van recht?
• In hoeverre is het recht een machtsinstrument?
• Wanneer moet men gehoorzamen aan het recht?
• Vooronderstelt verantwoordelijkheid een vrije wil?
• In hoeverre houdt het recht verband met moraal?
• Hoe verhoudt het ideaal van de rechtstaat zich tot democratie?
• Moet het individuele geval prevaleren boven het systeem?
Leerdoelen
Leerdoel 1: Uitleggen wat rechtsfilosofie inhoudt
Rechtsfilosofie is een onderdeel van de filosofie dat betrekking heeft op het recht.
Volgende onderwerpen:
• Natuurrecht en rechtspositivisme
• Ethiek
• Individuele vrijheid en overheidsmacht
• Universalisme en cultuurrelativisme
• Vrije wil en determinisme
• Rechtsvinding
Leerdoel 2: Uitleggen wat de relevantie van rechtsfilosofie is voor jou
Studenten zijn in staat om, door middel van kennis over de verschillende
rechtsfilosofische theorieën behorende bij de verschillende discussies, een
gefundeerde mening te vormen ten aanzien van maatschappelijke vraagstukken
Week 2: Natuurecht en Rechtspositivisme
Natuurrecht is een hoger recht dan de heersende geschreven regels (positief recht) en
is dus geen product van de mens. Het natuurrecht gaat uit van een recht dat absoluut
geldig is en losstaat van door mensen gemaakt recht. Dit recht vloeit voort uit de
natuur, de rede, een teleologische wereldorde of goddelijke openbaring en kan door de
mens worden gekend met zijn rede (en soms via openbaring). Het natuurrecht fungeert
als een inhoudelijke en morele toets voor het positieve recht. Positieve wetten die niet
overeenkomen met deze hogere beginselen kunnen daarom niet als geldig recht
worden erkend. Natuurechts is dus absoluut geldig.
Waar komt dat natuurrecht vandaan?
,De natuurrechtdenkers noemen meerdere mogelijke bronnen:
1. Wereld van ideeën
• Het recht bestaat op een hoger, abstract niveau.
• Denk aan Plato: ideeën zoals rechtvaardigheid bestaan los van mensen.
2. De natuur als teleologische orde (kosmologie)
• De natuur heeft een doel en orde (teleologisch = doelgericht).
• Uit die natuurlijke orde kun je afleiden wat “juist” of “rechtvaardig” is.
• Voorbeeld: de mens is een sociaal wezen → recht moet samenleven mogelijk
maken.
3. De Bijbel (openbaring)
• Het recht is door God geopenbaard.
• Mensen kennen het recht doordat God het heeft onthuld.
4. De rede
• De mens kan met zijn verstand ontdekken wat rechtvaardig is.
• Je hoeft geen wet te lezen; logisch nadenken is genoeg.
Kritiek op het natuurecht:
De kritiek op het natuurrecht is dat het subjectief is, omdat denkers hun eigen morele
overtuigingen presenteren alsof ze natuurlijk en universeel zijn.
Positief recht
Het rechtspositivisme wil het begrip ‘recht’ niet baseren op hogere, onzichtbare morele
beginselen, maar op tastbare, concrete wetten en regels in de maatschappij. Recht is
volgens deze visie niets anders dan het positieve recht: de regels die officieel zijn
vastgelegd door de bevoegde organen. Dat betekent ook dat zelfs onrechtvaardige of
immorele wetten nog steeds als ‘recht’ moeten worden gezien. Er wordt dus geen
rekening gehouden met moraal.
Filosoof Kelsen is het meest kritisch op het natuurrecht en heeft 3 belangrijke
bezwaren:
1. Hij vindt dat natuurrecht een fout maakt door het ‘Sein’ (hoe de wereld is) te
verwarren met het ‘Sollen’ (hoe de wereld zou moeten zijn).
2. Volgens Kelsen bestaat het natuurrecht uit lege formules.
3. Tot slot stelt Kelsen dat waardeoordelen slechts uitingen zijn van gevoelens.
Mensen verschillen nu eenmaal van mening over wat rechtvaardig is, en daar is
geen objectief, wetenschappelijk antwoord op mogelijk. Waarden zijn subjectief.
Vragen over wat goed of slecht is, zijn niet te vergelijken met feitenvragen zoals
of ijzer zwaarder is dan water.
Kritiek op het rechtpositivisme geldt dat het kan leiden tot het volgen van
onrechtmatige wetten (we volgen gewoon de wet).
, Volgens het rechtspositivisme is een wet geldig zolang deze is gemaakt door een
bevoegde instantie, zelfs als deze wet onrechtvaardig is.
Volgens het natuurecht (Thomas van Aquino) geldt dat als een wet in strijd is met het
natuurecht het geen echte wet is.
Leerdoelen
Leerdoel 1: de student kan uitleggen wat de basisprincipes zijn van natuurrecht.
Natuurrecht gaat uit van een noodzakelijk verband tussen recht en moraal, met
rechtvaardigheid als kern. Naast het positieve recht bestaat een hoger recht dat niet
door mensen is gemaakt en dat als inhoudelijke maatstaf fungeert. Positief recht dat
fundamenteel botst met die maatstaf kan (volgens natuurrechtelijke denkers) zijn
aanspraak op gelding verliezen, waardoor gehoorzaamheid niet vanzelfsprekend is.
Leerdoel 2: de student kan kritiek op natuurrecht uiteenzetten.
Kritiek luidt dat het subjectief is, omdat denkers hun eigen morele overtuigingen
presenteren alsof ze natuurlijk en universeel zijn. Een ander belangrijk punt is dat het
onduidelijk is wat die natuurlijke wetten precies zijn.
Een kernkritiek is dat natuurrecht gemakkelijk morele voorkeuren als “natuur” vermomt
en ze daarna als objectieve norm presenteert (de “hoge-hoedredenering”). Kelsen
werkt dit methodologisch uit: uit feiten (Sein) kun je geen normen (Sollen) afleiden,
waardoor natuurrecht vaak een drogreden bevat. Daarnaast zou natuurrecht geregeld
uitlopen op lege formules (“ieder het zijne”) die elke orde kunnen legitimeren, terwijl
waardeoordelen volgens Kelsen uiteindelijk niet rationeel dwingend te bewijzen zijn.
Leerdoel 3: de student kan de volgende varianten van natuurrecht onderscheiden
en vergelijken: bovennatuurlijk & rede
• De bovennatuurlijke variant (openbaring) fundeert natuurrecht in God en
openbaring. Bij Thomas van Aquino: lex aeterna (eeuwige wet), lex naturalis
(natuurlijke wet als deelname van de rede aan Gods orde) en lex humana
(menselijke wet als concrete uitwerking). Positief recht dat strijdt met
natuurrecht mist wezenlijk rechtskarakter.
• Bij natuurrecht vanuit de rede (Grotius) ligt de bron in menselijke rationaliteit
en sociabiliteit: normen volgen uit wat redelijke, sociale mensen nodig hebben
om samen te leven; de maatstaf wordt losser van kerk en openbaring en kan
zelfs gedacht worden als geldend zonder God.
Leerdoel 4: de student kan uitleggen wat de basisprincipes zijn van
rechtspositivisme.
Rechtspositivisme ontkent een noodzakelijk verband tussen recht en moraal: recht is
wat door bevoegde instanties volgens geldige procedures is vastgesteld. Juridische
geldigheid en morele kwaliteit moeten uit elkaar worden gehouden, met
rechtszekerheid en ordening als centrale waarden.