Nederlands literatuur
geschiedenis
Esmée van Maasakker
, H1: de middeleeuwen en H2: 16 e en 17 e eeuw
1 Historische achtergrond 500-1500
Feodale / leenstelsel: koning (leenheer) leent delen land aan adellijke (leenman) voor trouw en
bescherming. Zij bestuurde het gebied namens hem. Zo krijg je een verzameling van ‘onafhankelijke’
staatjes
5e eeuw: West-Romeinse Rijk voorbij
7e eeuw: Frankische rijk strekte zich uit over Europa
9e eeuw: val van het Frankische Rijk
13e eeuw: west EU behoort tot het Franse koninkrijk
19e eeuw: oost EU behoort tot het Duitse Rijk
500-1000: vroege middeleeuwen: Germanen creeërden een nieuwe beschaving (christelijk)
Cultuur en hoofdkenmerk 1: Theocentrisch: geloof grote invloed op de samenleving
Cultuur en hoofdkenmerk 2: ridderlijk: omdat de 2e stand de adel was
Priesters (geestelijke macht) = eerste stand, adel (wereldlijke macht) = tweede stand
Literatuur schriften werden niet goed bewaard
1000-1300 Hoge middeleeuwen: ontstaan eerste steden met leenstelsel
Burgerij (rijke handels/zaken mannen) = derde stand
Gotische stijl werd veel toegepast en literatuur werken werden gehouden
1300-1500 Late middeleeuwen: burgerij word steeds machtiger
Cultuur kenmerk 3 (nieuw): burgerlijke
Arbeiders/boeren behoorden tot géén stand, waren het grootste deel van de bevolking
2 beeldende kunst en muziek
Middeleeuwse kunst, muziek en cultuur was theocratisch, kunst en muziek bevatten een goddelijke les
Greogoriaans: officiële kerkelijke muziek (eenstemmig vocale muziek zonder instrumentale
begeleiden)
11e eeuw: men ging muziek opschrijven
950-1200 romaanse stijl: ronde bogen, massieve muren, kleine vensters en zware steunberen (sober
aanzicht)
Schilderkunst: wandschilderingen: fresco’s / miniaturen
1150-1500 gotische stijl: hogen spitse bogen/gewelven, grote ramen, luchtbogen (rijkelijk
gedecoreerd)
Schilderkunst: olieverf
Ridderlijk hoofdkenmerk uitdrukking = architectuur: bouw kastelen, schilderkunst: uitbeelden dappere
ridders
13e eeuw/ late middeleeuwen: kunst kreeg een burgerlijk karakter (portret)
Nieuw: meerstemmige muziek werd gecomponeerd
14e eeuw: componist verenigingen werden georganiseerd
3 literatuur en taal
1100: begin West-Europe-se literatuur-geschiedenis, voorheen schreef men latijn of verbaal
12e/13e eeuw literatuur: ridderlijk en theocentrisch: genres als ridderroman en het heiligenleven
14e eeuw literatuur: didactische literatuur, gericht op de weetgierige burgerij
Troubadours: schrijvers/componisten die de letterkunde verbaal verspreiden: het was rijmende poëzie
Dit deden rondtrekkende jongleurs of minstrelen
1450: uitvinding boek druk kunst, hierdoor werd aan het eind van de middeleeuwen meer gelezen
Poëzie werd overbodig en werd omgezet in proza
Middeleeuwse literatuur wordt beschouwd als gemeenschappelijke kunst, plagiaat bestond nog
niet
Handschrift/codex: hand geschreven boek
Wiegendrukken/incunabelen: boeken gedrukt tussen ca. 1450 en 1500: lijkt op handschriften
Schijvers schreven in hun eigen dialect (diets: middeleeuwse benaming voor eigen volkstaal)
Middelnederlands: Nederlandse taal van 1150 – 1500
Middeleeuwse teksten hadden geen uniforme spelling