Esmée van Maasakker
, Pieter Corneliszoon
Hooft
Pieter Hooft werd in 1581 geboren in Amsterdam,
dertien jaar na het begin van de Tachtig jarige oorlog.
Op zijn viertiende schreef hij zijn eerste toneelstuk:
Achilles en polyxena. Op zijn zeventiende werd hij op
reis gestuurd naar Italië en Frankrijk. Uit brieven die hij
stuurde bleek dat hij achter het ideaal van de
renaissance auteurs stond: literatuur in de moedertaal gebaseerd op klassieke
voorbeelden. Tijdens zijn terugreis naar Amsterdam schreef hij nog twee
toneelstukken.
Als hij in 1601 weer terug in Amsterdam is, krijgt hij een baan bij zijn vaders
handelskantoor. Hij schreef veel liefdesgedichten over verschillende meisjes in
deze tijd. In 1606 besloot hij zijn vader niet op te volgen als koopman, maar om
te gaan studeren in Leiden. In 1609 kreeg hij de opdracht om gedichten te
schrijven voor een speciale gelegenheid, namelijk voor het feest dat gegeven
werd om het twaalfjarig Bestand dat gesloten is tussen het Spaanse rijk en de
Nederlanden te vieren. In diezelfde tijd benoemden de staten hem tot Drost van
Muiden. Hij beloofde dat hij het Muiderslot zou onderhouden, de gewoontes van
de inwoners zou beschermen en de religie zou handhaven. Hij was de eerst
persoon die deze functie uitvoerde zonder adellijke afkomst.
Hij trouwt en krijgt zijn eerst kindje in 1610. Hij had het druk als Dorst, maar hij
hield zich bezig met poëzie. Hij kwam op voor de gewone man en had als
lijfspreuk: "Omnibus idem": Hetzelfde voor iedereen. Ondertussen werden zijn
toneelstukken opgevoerd, maar helaas werden ze niet gedrukt.
In 1611 kreeg het toneeldichten weer de prioriteit. Dus hij begon met het
schrijven van de tragedie Geeraerdt van Velsen. Een toneelstuk dat gaat over de Vaderlandse
geschiedenis.
In 1617 verbrak hij de banden met het Muiderslot en richtte vervolgens de Neder duytsche Academie
op, de eerst echte schouwburg van Nederland. Voor de opening schreef hij de tragedie Baeto, een
stuk waarin hij zijn mening geeft over de conflicten tussen christelijke stromingen in Nederland. Het
stuk lag erg gevoelig in de samenleving en is daarom ook pas in 1626 opgevoerd.
In 1618 veranderde zijn schrijfstijl van toneeldichten naar prozaschrijver. Hij schreef vooral over de
geschiedenis. Zo begon hij met de biografie:" Hendrik de Grote, zijn leven en bedrijf." Met poëzie
hield hij zich wat minder bezig, maar hij dichtte nog steeds.
In 1924 heeft hij tegenslagen gehad. Zijn kinderen en vrouw zijn gestorven en het Twaalfjarige
bestand werd verbroken. Hij schrijft: "Naere nacht van benaude drie jaeren," voor zijn vrouw. Door
goede vriendschappen, vooral met Huygens, blijft hij literair op de been. Hij houd zich het meest
bezig met de Nederlandse geschiedenis.
Hij trouwde in 1627 met zijn tweede vrouw en kreeg twee kinderen. Hij dichtte niet heel vaak meer.
Hij hield zich bezig met het schrijven van: "de Nederlandsen historiën" waarvan de eerste twintig
boeken in 1642 uitkwamen. Dit heeft hij echter nooit kunnen afmaken omdat hij overleed op 21 mei
1647 in Den Haag. Hooft ligt begraven in de Nieuwe kerk in Amsterdam.