(zonder uitleg)
1. Het begin van Europese overzeese expansie
2. Het veranderende mens- en wereldbeeld van de Renaissance en het begin van een
nieuwe wetenschappelijke belangstelling
3. De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid
4. De protestantse reformatie die splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot
gevolg had
5. Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse
staat
6. Het streven van vorsten naar absolute macht
7. De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel
opzicht van de Nederlandse Republiek
8. Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een
wereldeconomie
9. De wetenschappelijke revolutie
10. Rationeel optimisme en ‘’verlicht denken’’ dat werd toegepast op alle terreinen van
de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen
11. Voortbestaan van het ancien régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op
eigentijdse verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme)
12. Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën
en de daarmee verbonden trans-Atlantische slavenhandel, en de opkomst van het
abolitionisme
13. De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over
grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap
14. De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële
samenleving.
15. De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie
16. Opkomst van de politiek-maatschappelijke stromingen: nationalisme, liberalisme,
socialisme, confessionalisme, feminisme.
17. Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en
vrouwen aan het politiek proces.
18. De opkomst van emancipatiebewegingen
19. Discussies over de sociale kwestie
20. Het voeren van twee wereldoorlogen
21. De crisis van het wereldkapitalisme
22. Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën: communisme en
nationaalsocialisme
23. De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van
massaorganisatie
24. Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme
25. Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en
de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering
26. Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op de joden
27. De Duitse bezetting van Nederland